Rente-écart mogelijk kleiner

AMSTERDAM, 16 MAART. Zoals vorige week verwacht, heeft DNB het tarief voor de nieuwe speciale belening, ingaande vandaag, vastgesteld op onveranderd 5,5 procent. De looptijd - tot en met volgende week dinsdag - is evenwel wat langer dan werd vermoed. DNB koos voor een dergelijke looptijd ondanks de mogelijkheid dat de Bundesbank vandaag haar Repo-tarief verlaagt en aanstaande donderdag vergadert over haar officiële tarieven. Blijkbaar heeft de verzwakkende gulden ten opzichte van de Duitse mark in de afgelopen maanden (de mark noteerde 1,1241 gulden afgelopen maandag tegen 1,1183 gulden op 5 januari), DNB ertoe gebracht te besluiten niet vooruit te lopen op een mogelijke verlaging van het Duitse Repo-tarief. Vanochtend heeft de Bundesbank bekendgemaakt dat inschrijvingen op de Repo-tender met tarieven vanaf 5,88 procent zijn toegewezen. Deze daling van het Repo-tarief met 6 basispunten is de derde op rij. Aldus wordt duidelijk dat de Bundesbank met kleine renteverlagingen probeert te laveren tussen de Scylla van de hoge geldgroei en de gestegen kapitaalmarktrente en de Charibdis van het levend houden van de hoop op verdere renteverlaging.

De geldmarkttarieven in Nederland bleven in de verslagweek vrijwel onveranderd. Het voorlopig niet volgen van de verlaging van het Duitse Repo-tarief zal het renteverschil tussen Duitsland en Nederland op de geldmarkt voor de zeer korte termijnen verkleinen. Er bestaat een fors verschil ten faveure van Nederland van circa 55 basispunten. Een van de redenen dat de Nederlandse tarieven zich onder die van Duitsland kunnen handhaven is de relatief goede inflatie-ontwikkeling. Hierin dreigt evenwel optisch verandering te komen. Het CBS gaat morgen (cijfers over de maand februari) over op een nieuw samengestelde index. Hierin zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke lasten opgenomen, terwijl de medische kosten minder zwaar zullen meewegen. De nieuwe index leidt volgens onze berekening tot een hoger inflatiecijfer. De verwachte prijsstijging over de maand februari (2,4 procent volgens de oude definitie) zou 0,4 procentpunt hoger uitkomen. Voor geheel 1994 resulteert wellicht een prijsstijging van 2,5 procent, 0,5 procent hoger dan eerder door ons voorzien. Convergentie van de Nederlandse en Duitse inflatiecijfers wordt aldus sneller dan verwacht bereikt. Alsdan zou ook het rente-écart op de geldmarkt kleiner kunnen worden.

In de verslagweek is de geldmarkt per saldo met krap 0,6 miljard gulden verruimd. Het geldmarkttekort beloopt nu 6,9 miljard gulden. De vermindering van bankbiljetten in omloop met 81 miljoen gulden alsmede de uitbetalingen van het Rijk via de schatkist van per saldo 0,9 miljard gulden werkten verruimend. Dit werd ten dele gecompenseerd door de hogere kasreserve. De huidige kasreserve loopt vandaag ten einde; de nieuwe is vastgesteld op 25,6 miljard gulden, oftewel 2,1 miljard gulden hoger dan de oude. De looptijd is tot het einde van de maand. De verhoging anticipeert onder andere op een verruiming van de geldmarkt als gevolg van betalingen door het Rijk.

Bron: Economisch Bureau ING Bank