Proces tegen Paul Touvier - rechterhand Barbie - begint heden in Versailles; Frankrijk peurt in zijn oorlogsverleden

PARIJS, 16 MAART. De terechtstelling vond plaats om vijf uur 's ochtends in Rilleux-la-Pape op 29 juni 1944. Zeven Franse joden moesten met hun leven boeten voor de executie door het Franse verzet van de Franse staatssecretaris van informatie in de met de Duitsers collaborerende regering in Vichy. Vandaag, bijna vijftig jaar later, is het proces geopend tegen de man die opdracht tot de vergelding gaf.

Het assisenhof in Versailles zal zich vijf weken verdiepen in de geschiedenis van de nu 82-jarige Paul Touvier, tijdens de Tweede Wereldoorlog rechterhand van de Klaus Barbie, de 'Slager van Lyon'. Deze Duitse Gestapo-chef werd in 1987 tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid. Hij stierf in gevangenschap in 1991. Ook Touvier staat terecht wegens misdrijven tegen de mensheid, die in het Franse recht niet kunnen verjaren.

Het proces heeft een veel wijdere strekking dan de vraag of Touvier wel of niet in opdracht handelde van de bezetter. Het is de eerste keer dat een Fransman terecht staat wegens oorlogsmisdaden. Franse historici hebben pas in de loop van de laatste halve eeuw aan het licht gebracht hoe sterk de verwevenheid was tussen bezetter en Franse autoriteiten. Dezen zouden menigmaal tot deportatie of terechtstelling van joden zijn overgegaan zonder Duitse instructie.

De zaak betekent een collectieve afdaling in de gewelven van een nationaal verleden waar Fransen niet nieuwgierig naar zijn geweest. Naar schatting 75.000 in Frankrijk wonende joden hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven verloren.

Touvier was destijds in Lyon chef van de inlichtingendienst van de Milice, een 30.000 man sterke Franse strijdgroep die met de Duitsers samenwerkte. Touvier heeft nooit ontkend dat hij opdracht tot terechtstelling van de zeven heeft gegeven, maar hij verdedigt zich door te zeggen dat de Duitsers bij wijze van vergelding honderd levens hadden geëist. Hij zou dus 97 landgenoten het leven hebben gespaard en onder sterke druk hebben gestaan.

Het proces roept niet alleen het oorlogsverleden van een natie in herinnering. De zaak komt nu pas volledig aan de orde omdat Touvier zich de afgelopen decennia met succes aan berechting heeft kunnen onttrekken. Volgens Franse media van uiteenlopende signatuur kon dat alleen maar dankzij hulp van autoriteiten die tijdens de oorlog al een rol speelden, daarbij inbegrepen na-oorlogse gerechtelijke autoriteiten.

Het meest gedocumenteerd is de actieve steun die Touvier heeft ondervonden van tientallen rooms-katholieke prelaten en instellingen. Een onafhankelijk onderzoek onder leiding van de historicus René Rémond heeft dat kunnen vaststellen nadat de aartsbisschop van Lyon, Albert Decourtray de archieven van de kerk heeft opengesteld.

Touvier is in 1946 bij verstek ter dood veroordeeld. In '47 werd hij gearresteerd, maar kort daarna kon hij ontsnappen uit een politiebureau. Sindsdien heeft Touvier met zijn gezin een zwervend bestaan geleid. Van klooster naar onderduikadres vluchtend, gesteund door een uitkering van de katholieke liefdadigheidsorganisatie Secours Catholic.

Twintig jaar later kwam hij weer bovengronds toen de misdrijven waar hij voor was veroordeeld verjaard waren. In 1971 verleende president Pompidou hem gratie, met uitzondering van eventuele misdrijven tegen de mensheid. Pompidou verwees daarbij naar de wenselijkheid van nationale verzoening. De huidige premier Balladur, toen tweede man op het presidentieel paleis, zal mogelijk getuigen over de toen geldende overwegingen. Hij zou tegen inwilliging van het gratieverzoek zijn geweest.

Die gedeeltelijke gratie leverde felle protesten op van joodse- en verzetsorganisaties. Touvier dook weer onder en werd pas in 1989 gearresteerd in een priorij in Nice. Daarop volgde een heftig juridisch steekspel over de vraag of Touvier nog terecht kon staan. Vorig jaar werd de minister van politie van het Vichy-regime, René Bousquet, ook beschuldigd van misdaden tegen de mensheid, in Parijs vermoord voordat zijn zaak kon dienen.