Portugal heeft nog lange weg naar Europa te gaan

Wie vroeger de ruim driehonderd kilometer tussen Porto en Lissabon met de auto wilde afleggen moest daar ruim de tijd voor uittrekken. Eenmaal op de driebaansweg beland, wachtte de automobilist een spannende tocht, waarbij het zaak was de brommers en ezelskarren te ontwijken en niet verpletterd te worden door het voorbijrazende vrachtvervoer. Nu ligt er een fonkelnieuwe snelweg vanaf Setubal ten zuiden van Lissabon tot ruim voorbij Porto in het noorden. Portugals geasfalteerde loper naar Europa is bijna klaar. Maar in plaats van de stroom van exportprodukten die via de weg naar Europa uitgevoerd had moeten worden, lijkt de autobaan eerder te worden benut voor het omgekeerde: een snelle manier om vlees en vis, groente en fruit vanuit Europa in te voeren.

Over een zaak bestaat in Portugal weinig twijfel: er is veel ten goede veranderd sinds het land in 1986 tot de Europese Gemeenschap toetrad. De 9 miljard ecu aan Europese steun brachten een ongekende economische omwenteling in het land teweeg. Samen met de bijna 3 miljard ecu aan zachte leningen en de miljarden dollars aan investeringen uit het buitenland werd de Europese steun door de centrum-rechtse regering van premier Cavaco Silva goed benut.

De lijst met economische successsen is indrukwekkend. Portugal wist Griekenland te passeren en is niet langer het EG-land met het laagste inkomen per hoofd van de bevolking. Jarenlang was de economische groei gemiddeld rond de 4,5 procent, ruim boven het EG-gemiddelde. De inflatie viel terug van 13,5 procent in 1990 tot 6,5 procent in het afgelopen jaar. De escudo bleef een harde munt, ondanks een noddzakelijke aanpassing in het afgelopen jaar in verband met de devaluatie van de Spaanse peseta.

Maar Portugal begint langzaam uit zijn Europese droom te ontwaken. “Al die subsidies waren natuurlijk goed en ook noodzakelijk, zegt Manual Correia Lopes, lid van het hoofdbestuur van de machtige communistische vakbond CGTP, maar steeds meer blijkt dat we minder voorbereid zijn op de gemeenschappelijke markt dan de noordelijke landen.” Volgens de officiële cijfers steeg de werkloosheid het afgelopen jaar van vier tot ruim zes procent, maar volgens Lopes is de registratie verre van compleet. Staatsbedrijven als de vliegtuigmaatschappij TAP en de oliemaatschappij Petrogal kampen met omvangrijke verliezen en zijn genoodzaakt te saneren. De traditionele sectoren waar de Portugese economie op draaide, zoals textiel, landbouw en visserij kregen de afgelopen jaren steeds vaker te maken met goedkopere concurrentie uit het buitenland. Lopes: “Onze aardappels en fruit komen nu uit Spanje.”

Hoewel voor bepaalde sectoren, zoals de landbouw en de visserij, langdurige overgangsregelingen zijn bedongen kraakt de Portugese economie in zijn voegen onder de noodzakelijke versnelling om mee te draaien in de Europese markt. De economische groei viel het afgelopen jaar terug tot even iets onder het nulpunt. En het overheidstekort, dat onder de strenge hand van eerste minister Cavaco Silva, een econoom, in 1992 was teruggedrongen tot vier procent, verdubbelde het afgelopen jaar onder invloed van de sterk tegenvallende belastinginkomsten. De spectaculaire tegenvallers zijn volgens ingewijden onder andere veroorzaakt doordat steeds meer bedrijven in Portugal een belastingadviseur in de hand nemen. Maar daarnaast doen in de pers hardnekkige geruchten de ronde over omvangrijke belastingfraude en omkoping door het bedrijfsleven.

Zeker is dat de regering van Cavaco Silva in een lastig pakket zit. De eerste minister verving eind vorig jaar vier ministers om de aanzwellende kritiek de wind uit de zeilen te nemen. Maar het overleg met de vakbonden zit voor dit jaat nog volledig in het slop. Van een sociaal akkoord tussen de partijen, dat moet leiden tot een loonmatiging, kwam tot dusver niets terecht. De ambtenarenbonden hebben al twee maal een staking uitgeroepen om hun ongenoegen te laten blijken over de bevriezing van de lonen die de regering voor dit jaar in gedachte heeft.

Binnen de Europese verhoudingen liggen de lonen in Portugal nog steeds laag. het minimumloon is onlangs verhoogd tot ongeveer 550 gulden per maand, een arbeider verdient gemiddeld rond de 800 gulden, een ambtenaar ongeveer duizend gulden, terwijl meer dan tweeduizend gulden ruim boven modaal genoemd kan worden. Toch lijken de lonen als het belangrijkste concurrentiewapen van Portugal hun langste tijd gehad te hebben. “Onze positie als lage lonenland is definitief voorbij”, zegt minister van sociale zaken en werkgelegenheid Jose Falcao e Cunha. “Nu gaan we investeren in human resources”.

Het investeren in een hoger opgeleide beroepsbevolking behoort tot een van de speerpunten in het beleid dat de regering de komende jaren wil voeren. Daarnaast moet een meer gerichte steun de goed draaiende bedrijven internationaal concurrerend houden. “We kunnen ons niet langer permitteren geld te stoppen in bedrijven die niet kunnen meekomen op Europees niveau”, verklaarde eerder de minister van industrie, Luis Mira Amaral. Dat betekent overigens niet dat de traditionele industrieën als kurk, textiel, schoenen in de toekomst volledig verstoken zullen blijven van enige overheidssteun. “Er bestaat niet zoiets als een slechte bedrijfstak of industrie”, aldus Amaral, “Er bestaan alleen goede en slechte bedrijven.”

De Portugese industriepolitiek wordt daarbij in belangrijke mate gestuurd door de ideeën die afkomstig zijn van de Amerikaanse Harvard-universiteit. Cavaco Silva heeft er gestudeerd, evenals de nieuwe minister van financiën, Eduardo Almeida Catroga. En de Harvard-econoom Michael Porter verrichtte in opdracht van de regering een uitgebreid onderzoek dat moet uitwijzen welke 'clusters' van bedrijven verhoudingsgewijs de beste concurrentiekansen voor de toekomst bieden.

Voor een nieuwe politiek van investeringen in infrastructuur, scholing en bedrijfssteun komt ook de komende jaren veel Europees geld beschikbaar. In het kader van de tweede tranche aan regionale steun die gepland staat voor de periode 1994 tot 1999 zal alleen het bedrag aan Europese steun al een kleine 18 miljard ecu bedragen. Met de bijdrage uit eigen middelen moet er in die periode een kleine zestig miljard gulden in de Portugese economie geïnvesteerd worden.

Hoe de plannen er precies uitzien moet nog worden uitgewerkt. Zeker is dat Portugal het wegennet verder wil verbeteren. Ook in het verouderde railnetwerk zal de nodige verbetering komen, de metro in Lissabon wordt uitgebreid en een tweede brug over de Taag aan de oostzijde van de hoofdstad staat op het programma. Voorts bestaan plannen om een pijplijn aan te laten sluiten op het netwerk dat Algerijns aardgas transporteert naar Spanje. Met behulp van Europese steun is reeds een begin gemaakt met de bouw van de Auto Europa fabriek bij Setúbal, waar een totale investering van drie miljard dollar mee gemoeid is. Deze 'joint venture' van Volkswagen en Ford moet vanaf volgend jaar een nieuwe 'spacewagon' op de markt brengen.

Portugal begint zich steeds meer te realiseren dat de Europese steun de noodzakelijke kurk is waarop de economie drijft. “De plannen lopen nu tot 1999, grapt Luis Madureira Pires, directeur-generaal van het department dat de regionale steungelden beheert, maar we mogen hopen dat het eeuwig doorgaat.” Per jaar vertaalde de Europese steun zich in de periode van 1989 tot 1993 in een jaarlijkse stijging van bijna een procent van de binnenlandse produktie, zo rekent Pires voor. Met zijn negentig ambtenaren controleert hij het grootste deel van de Europese subsidies. Anders dan in Griekenland, waar de gelden op min of meer raadselachtige wijze in het niets verdwenen, heeft Portugal een naam hoog te houden waar het de besteding van EG-gelden betreft. Niettemin doen ook in Portugal geruchten over misbruik de ronde. Volgens welingelichte kringen zou er een aparte interdepartementale werkgroep fungeren die vooraf bepaalt welk bedrag aan misbruik van de landbouwsteun aan Brussel wordt doorgegeven. Vooral het terugbetalen van misbruikte subsidiegelden in de Europese kas zou daarbij een overweging van belang zijn.

Duidelijk is dat alle successen van de steun, Portugal nog een lange weg te gaan heeft om definitief aansluiting te vinden bij de rest van de Europese Unie. Afgezien van korte termijnproblemen, zoals het terugdringen van het financieringstekort, staat de regering van premier Cavaco Silva voor de taak de economie van het land een fundamenteel betere concurrentiepositie te geven. Madureira Pires somt op wat er zoal op het programma staat: meer technologische kennis toepassen, betere marketing van de produkten, grondige modernisering van de traditionele, vaak kleine bedrijven waarop de economie draait, verdere verbetering van de infrastructuur en de transportsector en vooral veel investeringen in opleiding en bijscholing. “Dat laatste is een absolute noodzaak. Vooral in de kleinere familiebedrijfjes ontbreekt het besef dat investeren in bijscholing van belang is.”

Niettemin vinden steeds meer Portugezen dat de overgang naar de gemeenschappelijke markten wel erg hard van stapel loopt en zijn er tekenen van weerstand. De privatisering van staatsbedrijven loopt langzamer dan verwacht. In Europese kring begint wat ongeduld te ontstaan over het uitblijven van een duidelijke wetgeving die het nemen van participaties in Portugese bedrijven vanuit het buitenland volledig vrij moet geven. En bij de onderhandelingen over de GATT vonden de textielwerkgevers dat de regering te weinig financiële compensatie uit het akkoord had gesleept. “Het gaat allemaal te snel”, vindt een textielproducent. “Misschien denkt men in het buitenland dat we een deel van Spanje zijn. Maar Portugal is nog altijd een stukje van de Derde Wereld.”