Poëzie thema van 59ste Boekenweek; Petticoats, kuiven en rap op 'Oote Oote Boekenbal'

AMSTERDAM, 16 MAART. 'Boe' werd er niet geroepen tijdens de opening van Het Oote Oote Boe kenbal, zoals het 59ste Boekenbal in Amsterdam gisteravond genoemd werd, maar het scheelde niet veel. Zanger Joop Visser wist het publiek van ongeveer zeshonderd schrijvers, uitgevers en genodigden zoals de ministers Kok (Financiën) en d'Ancona (Cultuur) nog wel te vermaken: “De bakkers hoeven geen Bakkersbal, de koks hoeven geen Koekenbal, alleen de schrijvers, de schrijvers moeten zo nodig een Boekenbal -wat een gebral” zong Visser, en kreeg de handen op elkaar.

Maar de beginnende cabaretière Lenette van Dongen, eergisteren vanwege haar veelbelovende debuutsolo Mag het wat zachter nog bekroond met de Pall Mall Export-prijs, vermocht het niet het traditioneel als moeilijk bekend staande Boekenbalpubliek te boeien. Haar liedjes en grappen over ouder worden - met een verwijzing naar de Vijftigers, de dichtersgeneratie waaraan dit Boekenbal een eerbetoon moest zijn - sloegen niet erg aan. Sommige schrijvers, zoals Jean Pierre Rawie, een van Nederlands best verkopende dichters op dit moment, en A.F.Th van der Heijden, wachtten het einde van de opening niet af en verlieten halverwege de voorstelling de zaal. Zij zochten hun heil in de wandelgangen van de Stadsschouwburg, waar de champagne, oesters en broodjes zalm reeds klaar stonden.

Zij misten zo de rap-uitvoering door Van Dongen van het gedicht van Jan Hanlo oote oote boe uit 1952, dat het bal dit jaar zijn naam gaf.

Met het Boekenbal is de Boekenweek geopend, waarin dit jaar poëzie centraal staat. CPNB-voorzitter Pieter de Jong hield zijn gehoor in het welkomstwoord voor dat de Nederlanders jaarlijks 950 miljoen gulden aan sanitair (wc-brillen, kranen, badkuipen en dergelijke) uitgeven, en ongeveer 3 miljoen aan poëzie. De gemiddelde oplage van een poëziebundel in ons land bestaat uit 650 exemplaren. De Jong vond het een verontrustende gedachte dat poëzie alleen iets voor een klein clubje ingewijden zou worden, en daarom heeft Boekenweek-organisator CPNB dit jaar voor het thema poëzie gekozen, om dat meer mensen onder de aandacht te brengen. Want, citeerde hij Boekenweekgeschenkschrijfster Hella S. Haasse, 'de ware macht op aarde is de dichtkunst'. Haasse, die voor de derde keer een Boekenweekgeschenk schreef, was eregast op het Boekenbal.

Dat waren de dichters, zoals Gerrit Kouwenaar, Simon Vinkenoog, en andere aanwezige Vijftigers die geëerd werden met dit Oote Oote Boe kenbal natuurlijk ook, maar daar viel weinig van te merken in de Stadsschouwburg. Er liepen figuranten met vetkuiven en petticoats rond om het geheel een wat jaren vijftig-aanzien te geven, en in de trappenhuizen hingen bordkartonnen decoraties in de stijl van Cobra. Een enkele bezoeker had zich ook goedwillend in jaren-vijftig-kledij gestoken, maar verder was het business as usual. Dat betekent: rondlopen en zoeken naar bekenden en bekendheden, vrolijk drinken en kletsen. Zo schuimde de jongste generatie schrijvers, zoals Ronald Giphart en Rob van Erkelens, door het weekblad De Groene als Generatie Nix bestempeld, gestoken in onberispelijk rokkostuum de gangen van de Stadsschouwburg af om, naar zij zeiden, Harry Mulisch op te zoeken. Giphart had daarbij voortdurend een lege pijp in de mond, en hoopte dat hij van de oude meester wat pijptabak zou kunnen lenen. Het t-shirt, dat de Generatie Nix bij hun binnenkort te verschijnen nieuwe literaire blad 'Zoetermeer' wil uitgeven, met de tekst Leefde Harry Mulisch nog maar, droeg hij niet.

Mulisch was er wel, evenals bijvoorbeeld Joost Zwagerman en dichteressen Anna Enquist, Elly de Waard en Carla Bogaards. Dichteres Maria van Daalen was er nadrukkelijk niet. Ze was wel uitgenodigd, maar gaf gistermiddag te kennen dat ze de avond 'in bed met een goed boek' zou doorbrengen. Ze had haar Boekenbal-kaartjes aan anderen gegeven. En zelf had ze, op de winderige zolder in een grote graansilo in de Amsterdamse haven een alternatieve opening van de Boekenweek georganiseerd, waar verschillende dichters hun werk voorlazen. Ze deed dat uit protest tegen de volgens haar te commerciële ambities van de CPNB. Al eerder had ze haar verbazing uitgesproken over het feit dat het Boekenweekgeschenk, Haasse's Transit, een proza-werk betreft, hoewel het Boekenweek-thema poëzie is. Ook CPNB-voorzitter Pieter de Jong wilde desgevraagd wel toegeven dat het wat merkwaardig is een proza-geschenk te hebben bij een poëzie-week. Maar het geschenk, dat een oplage van zeker 500.000 heeft, was al vastgesteld, voor het thema was bepaald. Over een breed aansprekend poëzie-Boekenweekgeschenk gaat het CPNB nadenken, zei hij. De CPNB-voorzitter bevestigde ook dat het Boekenbal volgend jaar, het zestigste, waarschijnlijk op een andere locatie dan de Stadsschouwburg gehouden wordt. “Er zijn al jaren klachten uit de uitgeverswereld dat we te weinig schrijvers en andere betrokkenen bij het boekenvak uit kunnen nodigen. Daarom zoeken we een grote locatie voor het volgende Boekenbal.” Of dat Carré wordt, waar het Boekenbal jarenlang gehouden werd, wilde hij nog niet zeggen.

Genodigden die het Boekenbal, dat om half twaalf echt op gang kwam, vanochtend verlieten, kregen van het CPNB een zakdoek mee, waarop, omgeven door een bloemetjespatroon, een gedicht van Paul van Ostaijen stond: Slaap als een reus/ slaap als een roos/ slaap als een reus van een roos/ reuzeke/ rozeke/ zoetekoeksdozeke/ doe de deur dicht van de doos/ Ik slaap.

    • Paul Steenhuis