NEDERLAND

Nederland heeft het toelatingsbeleid voor asielzoekers de afgelopen maanden onder druk van de omringende landen verscherpt. Aan het begin van dit jaar trad de nieuwe Vreemdelingenwet in werking met eenvoudigere procedures en scherpere criteria. De wet deed veel stof opwaaien, niet in de laatste plaats omdat de mogelijkheid tot hoger beroep was geschrapt. Wat de asielzoeker nu overblijft, is sinds 1 maart een eenmalig beroep bij de Vreemdelingenkamer, die onderdeel is van de Haagse rechtbank.

De nieuwe, eenvoudigere procedures moeten leiden tot een snellere afwikkeling van de asielaanvraag. Het ministerie van justitie hoopt met de nieuwe wet de aanvraag voor een verblijfsvergunning binnen zeven maanden af te handelen. Nu wachten sommige asielzoekers vijftien maanden in opvangcentra. De meesten komen uit gebieden waar oorlog of onderdrukking heerst. De top-tien van asielzoekers in Nederland wordt aangevoerd door mensen uit ex-Joegoslavië, gevolgd door Irak, Iran en Somalië.

Juist de herkomst van deze mensen noopt Nederland - dat zich vooral richt op het scheiden van economische en politieke vluchtelingen - ertoe relatief veel statussen en verblijfsvergunningen te geven, al zijn sommige van tijdelijke aard. Van de vluchtelingen kwam vorig jaar 75 procent in aanmerking voor zo een vergunning. Maar het scheiden van 'echte' en 'onechte' vluchtelingen staat op de tocht. Eind januari diende minister Hirsch Ballin (justitie) een wetsvoorstel in om iemand die afkomstig is uit een 'veilig land van herkomst' (bijvoorbeeld Roemenië of Ghana) onmiddellijk buiten te zetten, uitzonderingen volgens eigen zeggen daargelaten. Maar daar valt de top-vijf, goed voor zo'n 65 procent van de aanvragen, al buiten.