Meerderheid van bevolking achter identificatieplicht

DEN HAAG, 16 MAART. Tweederde van de Nederlandse bevolking denkt dat de invoering van de identificatieplicht helpt bij de bestrijding van fraude.

Dat zei minister Hirsch Ballin (justitie) gisteren bij de opening van een voorlichtingscampagne over de consequenties van de zogenoemde ID-plicht vanaf 1 juni. Justitie heeft een enquête laten uitvoeren nadat de wet in december door de Eerste Kamer was aangenomen.

De wet, die is bedoeld als instrument voor de bestrijding van fraude en criminaliteit, verplicht burgers vanaf 12 jaar zich in bepaalde gevallen te identificeren. Dat geldt onder meer onder bij grootschalige manifestaties zoals voetbalwedstrijden, en in het openbaar vervoer. In de praktijk zal alleen naar een identiteitsbewijs worden gevraagd als de supporter de openbare orde aantast of als de reiziger in het openbaar vervoer geen geldig plaatsbewijs kan tonen.

De ID-plicht geldt vanaf 1 juni ook op het werk en bij bepaalde financiële transacties. Zo moet iemand die een uitkering aanvraagt zich voortaan identificeren bij de sociale dienst of de Sociale Verzekeringsbank. Dat geldt ook voor werknemers die bij een nieuwe werkgever in dienst treden. Werknemers moeten zich verder op de werkplek kunnen identificeren bij controles van bijvoorbeeld de belastingdienst of de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen. Minister Hirsch Ballin beschouwt de ID-plicht op het werk verder als een belangrijk instrument om illegale vreemdelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt op te sporen. De plicht geldt voorts voor mensen die bij de notaris een akte willen laten opmaken.

Volgens minister Hirsch Ballin zijn burgers niet verplicht altijd een identiteitsbewijs op zak te hebben. “Maar we adviseren dat wel. Komt iemand in een situatie dat hij zijn bewijs moet tonen, dan kan hij of zij aan die verplichting voldoen.”

De officiële documenten waarmee men zich kan identificeren zijn een geldig paspoort, een toeristenkaart of de gemeentelijke identiteitskaart.