Khun Sa's opium voor het volk heeft dubbele bodem

Antenne, Khun Sa: De opiumkeizer die boer wilde worden. Ned.2, 22.30-23.00u.

Wat is het verschil tussen Pablo Escobar, Manuel Noriega en Khun Sa? De eerste is dood, de tweede zit gevangen en de laatste loopt vrij rond. De overeenkomst tussen de heren is dat alledrie drugskoningen waren/zijn. Khun Sa, de minst bekende van de drie, is de enige die zijn 'ambt' nog kan uitoefenen.

De 'gouden driehoek' vormt zijn domein, een uitgestrekt gebied in de grensstreken van Birma, China, Thailand en Laos waar jaarlijks naar schatting 3.000 ton opium wordt geproduceerd, meer dan waar ook ter wereld. Khun Sa, de opiumkeizer wil boer worden is een Belgische documentaire waarin een beeld wordt geschetst van het rijk van Khun Sa. De film is een aardige poging het gecompliceerde netwerk van politieke en criminele kongsi's vast te leggen. Jammer is dat in het korte tijdsbestek van een half uur te veel zaken worden behandeld: de opiumteelt zelf, het reilen en zeilen van Khun Sa, afkickcentra in Bangkok als “motor van de pijlsnelle ontwikkeling in Thailand”, het kantoor van het DEA, het Amerikaanse Drug Enforcement Agency (dat nul komma nul informatie verstrekt en dus achterwege had kunnen blijven). Geen van de onderwerpen komt echt goed uit de verf.

De historische wortels van de opiumteelt worden aangestipt, maar niet verder uitgewerkt. Het aardige van de gouden driehoek is nu juist dat de teelt van de papaverplant en het gebruik van opium daar geen modern verschijnsel is, maar zo oud als de mensheid.

Enkele essentiële kwesties blijven in de documentaire onderbelicht. Ter verklaring van de macht van Khun Sa wordt terecht verwezen naar de status van Bangkok als distributiecentrum voor de opium. Dat is maar een deel van het verhaal, zeker zo belangrijk is de dubieuze rol die het militaire regime in Birma speelt. Boze tongen beweren dat het Birmese leger mede profiteert van de buitengewoon lucratieve drugshandel. In december stuurde het leger 20.000 manschappen naar de grens van Shan State, de deelstaat die door Khun Sa wordt beheerst en die hij onafhankelijk heeft verklaard. Van een serieus offensief is geen sprake, het heeft er alle schijn van dat de Birmese junta slechts voor de vorm (en voor de Amerikanen) doet alsof Khun Sa wordt aangepakt.

Vier jaar geleden lanceerde Rangoon een 'ruilprogramma': Khun Sa en de andere drugslords in het oosten van Birma kregen stilzwijgende goedkeuring voor hun opiumteelt, mits ze hun guerrillaoorlog zouden stopzetten. De opiumproduktie in de regio nam daarna zeer fors toe. Dat is meteen het antwoord op de vraag of Khun Sa opium teelt als middel ter financiering van de strijd naar onafhankelijkheid, zoals hij zelf zegt, of als doel op zich, zoals de DEA vindt. De Amerikanen hebben het bij het rechte eind. Khun Sa's adagium: opium voor het volk heeft een dubbele bodem. Onder het mom van het volksbelang bouwde Khun Sa een drugsimperium op en hij geniet ervan.

Jammer is ook dat er in het begeleidende commentaar nogal wat slordigheden zitten: Shan State is niet in het zuiden maar in het oosten van Birma. En in Rangoon heerst geen communistisch regime, maar een militaire junta die tot 1988 vage socialistische beginselen aanhing en nu marktbeginselen paart aan een dictatuur van onbestemde signatuur. De door China gesteunde Birmese communistische partij was tot haar uiteenvallen in 1989 zelfs een van de grootste vijanden van het militaire bewind in Rangoon.