Industriefonds wekt matige belangstelling

AMSTERDAM, 16 MAART. Nederlandse bedrijven staan niet te trappelen om gebruik te maken van het eind vorig jaar opgerichte Industriefonds. Maar prof. dr. M. Jonkhart, president-directeur van de Nationale Investeringsbank (NIB) en de agent van het fonds, verwacht dat “binnen afzienbare tijd” toch de eerste financieringen te verstrekken ten laste van het Industriefonds, een initiatief van minister Andriessen van economische zaken.

Jonkhart zei gisteren tijdens een toelichting op het jaarverslag van de bank dat zich tot nu toe tussen de vijf à tien gegadigden hebben gemeld voor het fonds. Het Industriefonds ging na flinke vertraging op 1 oktober vorig jaar open.

Jonkhart wilde geen namen noemen van bedrijven die een beroep hebben gedaan op het fonds. Wel zei hij dat onder andere coöperaties interesse tonen. Ondernemingen die volgens de bestuurder “gezien hun bijzondere structuur doorgaans moeilijk nieuw kapitaal loskrijgen”.

Het Industriefonds beschikt over 892 miljoen gulden aan middelen. Verzekeraars, banken, pensioenfondsen en ook de overheid dragen 200 miljoen gulden bij. Bedrijven kunnen onder strikte voorwaarden maximaal 50 miljoen gulden lenen.

De NIB, die als Agent optreedt, is voor 50,3 procent van de Staat en is speciaal opgericht als verstrekker van veelal gesubsidieerde financieringsarrangementen waarbij de staat was of is betrokken. De bank wil graag van dit imago af en ontwikkelt zich daarom steeds meer als “onafhankelijke” handelsbank. De bank verstrekt vooral langlopende kredieten aan ondernemers en overheden.

Die activiteiten blijken in toenemende mate winstgevend. In 1993 steeg de winst met 10,7 procent van 93,1 tot 103,1 miljoen gulden, voornamelijk dank zij fors gestegen rente-inkomsten.