Hun rijksweg door onze tuinhuisjes

Het kan altijd nog erger. Tegen het einde van het aan bizarre politieke gebeurtenissen toch al zo rijke 1993 hield NOVA mij op een avond werkelijk eens aan mijn stoel gekluisterd. Ik liet mijn koffie koud worden. Ik vergat dat ik meestal niet langer dan een paar minuten televisie kan kijken zonder overal jeuk te krijgen. Ik was er zeker van dat ik getuige was van een zó absurd ministerieel optreden, dat de kranten de volgende dag hun grootste koppen zouden moeten gebruiken om hun verontwaardiging adequaat over te brengen, en dat het eindelijk tot het denkende deel van de natie zou doordringen hoe peilloos diep de kloof tussen overheid en burgers was geworden toen zij even niet opletten.

Daar op mijn kleine schermpje dreigde milieuminister Alders dat hij de NIMBY-wet zou loslaten op honderdduizenden burgers en hun provinciale bestuurders, als ze bleven zeuren over het zojuist aangenomen tracé van de Betuwespoorlijn. NIMBY staat voor Not In my Back Yard, oftewel 'Niet in mijn achtertuin', en is de aanduiding van een wet die de overheid bij voorbeeld kan toepassen om een eind te maken aan het verzet van een zeurpiet wiens tuinhuisje de aanleg van een rijksweg bemoeilijkt. Ik vind dat toch al een dubieuze wet, omdat ik niet automatisch wens te geloven dat een rijksweg een hoger belang dient dan een tuinhuisje (er bestaan vast mensen voor wie het tuinhuisje het hoogste geluk vertegenwoordigt) - maar er gebeurt natuurlijk iets heel raars als een minister zulke aantallen verontruste burgers én hun democratisch gekozen vertegenwoordigers met die wet dreigt. Dat lijkt mij een onfatsoenlijke toepassing van de wet: het gaat hier niet om een individuele burger die de overheid voor de voeten loopt om zijn achtertuin te behouden, maar om een regering die de hele wereld als haar achtertuin beschouwt en de bewoners ervan als lastposten die haar Hoger Streven in de weg staan.

Ter herinnering: die Betuwespoorlijn was door nationale dramster nummer 1, minister Maij-Weggen, doorgezet (net als de farce van de carpoolstrook) tegen een stortvloed van argumenten in: burgers wensten niet te leven met dag en nacht elke paar minuten een goederentrein langs hun huis; milieudeskundigen vroegen zich af of het niet eens tijd werd om te onderzoeken wát er zo nodig vervoerd moest worden; een aantal Duitse grensgemeenten wees de Tweede Kamer er in een brief op dat de Betuwespoorlijn in Duitsland nergens op aansloot. Mevrouw Maij-Weggen zette in de Kamer de provinciebestuurders op een beledigende kleuterleidsterstoon voor gek, minister Alders dreigde met de NIMBY-wet.

Maar tot mijn verbijstering haalden de kranten de volgende dag helemaal niet hun vetste koppen uit de kast; er ontstond geen golf van nationale woede over zo veel minachting. We zijn kennelijk al zo getraind dat bestuurders helemaal geen argumenten meer hoeven te beantwoorden met tegenargumenten. Ze roepen hun vier toverwoorden (Europa! Groei! Mainport! Concurrentiepositie!) en Kamer, pers en burgers gaan als Pavlovhonden op hun rug liggen met hun pootjes in de lucht.

In dezelfde periode speelde zich een vergelijkbaar schaamteloze vertoning af rond de uitbreiding van Schiphol. De regering bestond het, een onderzoeksopdracht te geven waarin drie elkaar uitsluitende elementen waren vervat: Schiphol moest uitbreiden, het milieu mocht daar geen schade van ondervinden en het risico voor de omgeving mocht niet toenemen. Nu begrijpt iedereen die op school heeft opgelet dat dit onmogelijk is: meer vliegbewegingen betekent automatisch meer schade aan het milieu en meer risico voor de omgeving. Dat wees dat onderzoek natuurlijk ook uit - maar de regering besloot opgewekt dat Schiphol dus kon worden uitgebreid. Er moesten alleen in de toekomst een paar duizend huizen voor worden afgebroken en we moesten met z'n allen hopen dat in diezelfde toekomst vliegtuigen geluidsarmer zullen worden en minder troep op ons zullen laten neerdalen. Het begint te lijken op het soort geloofsartikelen waarmee de voormalige oostblokleiders hun burgers om de oren sloegen: jazeker, we verpesten uw milieu, we slopen een dorp of wat, we vernietigen weer een landschap - maar dit alles dient een Hoger Streven, het paradijs van de totale groei. Inmiddels wordt de klachtenlijn voor de geluidshinder van Schiphol elke dag gebeld door duizenden mensen in dichtbevolkte stadswijken, die om de minuut tonnen metaal en brandstof voor hun raam langs richting Schiphol zien dalen, terwijl ze in hun eigen huiskamer tegen elkaar moeten schreeuwen om nog verstaanbaar te zijn. Maar op al die telefoontjes heeft Alders het antwoord. Desnoods wordt Amsterdam verplaatst.

Het verstarde kader waarin onze politici zijn gevangen, is dat van een volkomen abstract, louter economisch gedefinieerd Europa waarin alles moet wijken voor het transport. Daar moeten Betuwespoorlijnen en hoge-snelheids trajecten voor worden aangelegd, daar moet Schiphol ongehinderd voor kunnen groeien, daar moeten nieuwe snelwegen en volslagen zinloze carpoolstroken voor worden verwezenlijkt. Er moeten halsoverkop grenzen voor worden opgeheven, zodat de vrachtwagens door kunnen razen - terwijl dezelfde politici de meest krankzinnige politiemaatregelen moeten bedenken om de georganiseerde misdaad en de stromen vluchtelingen buiten te houden - wat ze niet lukt.

De basis voor al dit opgewonden en soms ronduit onfatsoenlijke handelen van onze overheid is een geloof: dat wij moeten groeien. De burger die (omdat hij op school heeft opgelet) denkt dat een altijd maar doorgaande groei toch helemaal niet mogelijk is, dat het eindeloos maar produceren en transporteren van voor een groot deel overbodige en schadelijke rotzooi ook niet wenselijk is, dat onze groei de vernietiging van de Derde wereld betekent - die burger houdt zijn hart vast. Maar als hij protesteert, wordt hem verweten dat hij het Hoger Streven dwarsboomt met gezeur over zijn achtertuin. En de bezorgde overheid stelt nog eens een commissie in die de kloof tussen burgers en politiek gaat bestuderen.

    • Willem van Toorn