Frankrijk

In het vuistdikke boek Ballingschap beschrijft de Franse journaliste Jeanne Champion het leven van asielzoekers in Frankrijk. In het eerste hoofdstuk verdrinkt een jongeman zichzelf als zijn verzoek om een verblijfsvergunning na twee jaar door de Franse overheid wordt afgewezen. De hoofdstukken kenmerken zich door zwervende asielzoekers, die van de aardbodem lijken te verdwijnen zodra de autoriteiten met uitzetting dreigen.

Een onzichtbare grens verdeelt het noorden en zuiden van Europa als het om het toelatingsbeleid ten aanzien van asielzoekers gaat. Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen kennen een milde wetgeving, waarbij de landen naast de officiële vluchtelingenstatus zelf allerlei verblijfsvergunningen hebben bedacht. De zuidelijke landen, waaronder Frankrijk, kennen de felbegeerde status van vluchteling zelden toe. Het aantal asielaanvragen in Frankrijk verdubbelde slechts tussen 1983 en 1992 en, ter illustratie, het land nam vorig jaar evenveel asielzoekers op als het veel kleinere Nederland.

In tegenstelling tot de noordelijke Europese landen kent Frankrijk geen door de staat georganiseerde opvang. De enkele particuliere opvangcentra zitten altijd vol. Omdat op het aanvraagformulier wel een verblijfadres moet worden opgegeven, dient de Franse hulporganisatie Terre d'Asile vaak als papieren adres. Zolang zijn aanvraag loopt, mag de vluchteling niet werken en niet studeren. Het gebrek aan 'leefmogelijkheden' en de lange procedure leiden tot minder asielaanvragen, maar tot meer illegalen. Ook zouden economische vluchtelingen sneller naar Frankrijk trekken dan naar landen met een relatief korte procedure, zoals bijvoorbeeld Nederland. De lange procedure geeft hen immers volop gelegenheid enige tijd in Frankrijk te bivakkeren. Frankrijk kent veel Roemeense asielzoekers, een groep die volgens Duitse begrippen uit een 'veilige' land komt.

    • Yaël Vinckx