Een raadsel voor economen

De Verenigde Staten kopen meer dan driekwart van Canada's totale export en het land verkoopt meer aan Canada dan aan welke andere handelspartner dan ook. Canada's economie is een schaduw van die van de VS, of zou dat althans moeten zijn. Dat dit niet het geval is, blijkt uit het nog steeds voortdurende moeizame economische herstel dat Canada doormaakt. Terwijl vriend en vijand het er nu wel over eens zijn dat de Amerikaanse economie eindelijk een robuuste stijgende lijn vertoont, had Canada in januari opnieuw met een werkloosheidsstijging (tot 11,4 procent) te maken.

Er is iets geknakt in de Canadezen. De recessie heeft zo hard toegeslagen dat niemand erop durft te vertrouwen dat het nu allemaal weer goed komt. Economen staan voor een raadsel: waarom is er geen verbetering op de huizenmarkt te zien hoewel de consument zegt meer vertrouwen te hebben dan een jaar geleden? Waarom stijgen de exporten wel weer maar levert het geen banen op en blijven de consumentenbestedingen achter?

Het vertrouwen heeft een knauw gekregen door de hoge toppen halverwege de jaren tachtig, 4 tot 6 procent economische groei, en de diepe dalen aan het eind daarvan. In 1990 en 1991 had Canada te maken met een mingroei en in 1992 een groei van slechts 0,7 procent. Net als in de VS liet ook in Canada het werkelijke herstel langer op zich wachten dan was gedacht. De economische groei over 1993 bedroeg 2,5 procent en voor dit jaar wordt 3,7 procent verwacht.

Canada heeft een relatief geringe inflatie van 1,7 procent per jaar over 1993 zodat de rentestanden nog geruime tijd laag kunnen blijven om investeringen aan te wakkeren. De Canadese dollar is ongeveer 1,44 gulden (0,75 van de Am. dollar) nadat de koers is gedaald van 1,71 (0,89 van de Am. dollar) in 1991. Het enige wat Canada hoeft te doen is op de treeplank van de VS-trein springen op weg naar een zonniger toekomst, zo lijkt het.

Helaas, vorige week heeft politieke onduidelijkheid het fragiele herstel een kopstoot toegediend. Premier Jean Chrétien en minister van financiën Paul Martin schijnen van mening te verschillen over de aanpak van het begrotingstekort. Dat zijn geen berichten die de financiële wereld wil horen, zeker niet uit een kabinet dat pas enkele maanden in het zadel zit. Niet alleen schept onduidelijkheid onzekerheid, maar inhoudelijk blijkt dat Chrétien minder waarde hecht aan het terugdringen van het begrotingstekort dan werd gehoopt.

Het was in dit geval ook de druppel die de emmer deed overlopen. Er is al een zeker wantrouwen van financiële analisten tegen de Liberal Democratic Party en er waren al twijfels gerezen over de gepresenteerde begroting van drie weken geleden. De regering Chrétien heeft banengroei boven gezonde financiën gesteld. Bovendien zijn de plannen om het tekort van 45 miljard Canadese dollar in drie jaar terug te dringen tot 25 miljard te optimistisch, gezien bijvoorbeeld de veronderstelde renteniveaus. Die 25 miljard is drie procent van het bruto binnenlands produkt, de som van alle goederen en diensten van eigen bodem.

Martin heeft gezegd dat het streven van 25 miljard dollar een voorlopige doelstelling is, maar dat de regering eigenlijk verder wil gaan. Dat was echter niet wat Chrétien voor ogen had toen hij zei dat de in zijn begroting aangekondigde bezuinigingen de definitieve lijst vormden. Critici vrezen dat Chrétien iets te nonchalant is en dat buitenlandse investeerders in Canadese obligaties wel eens konden besluiten om zich terug te trekken. Dat buitenland, vooral de VS natuurlijk, bezit ongeveer 266 miljard Canadese dollar aan obligaties. De VS heeft bovendien ongeveer 70 miljard in Canadese aandelen in handen. Verkoop van effecten wegens gebrek aan vertrouwen brengt de stabiliteit in gevaar, drijft de rendementen op en vertraagt het herstel.

Chrétien is gekozen op zijn belofte meer banen te scheppen en op zijn diplomatieke uitspraken over de onafhankelijkheidsideeën van Québec. Zijn verkiezingsoverwinning in oktober vorig jaar decimeerde de andere grote partijen en betekende een volledige ommekeer in het politieke landschap. Voor de nieuwe premier echter zijn belofte kan gaan waarmaken - of in het landsbelang opzij zetten - is een helder, financieel beleid een vereiste. Bezuinigingen op verworvenheden van de welvaartsstaat kunnen nodig zijn en kostbare banenplannen moeten misschien even in de ijskast. Het vertrouwen van de Canadese kiezers winnen is één ding, nu dat van de financiële wereld nog.

    • Lucas Ligtenberg