Een gruwelijke machtsstrijd

Boxing Helena. Regie: Jennifer Chambers Lynch. Met: Sherilyn Fenn, Julian Sands, Art Garfunkel, Bill Paxton, Kurtwood Smith. Uitgebracht op huurvideo door MovieMax Home Video.

De status van een cultfilm had Boxing Helena al bereikt voordat iemand het resultaat had kunnen bekijken. Het regie- en scenariodebuut van de dochter van David Lynch (ze was als klein meisje even te zien in Eraserhead, 1977) schreef eerst geschiedenis doordat achtereenvolgens Madonna en Kim Basinger zich vlak voor het begin van de opnamen terugtrokken als hoofdrolspeelster. Nadat ten slotte Sherilyn Fenn, bekend uit Twin Peaks, de ondankbare taak overnam om zonder armen en benen sexy glamour uit te stralen, werd de film bij de première vorig jaar op het Sundance-festival vrijwel unaniem geridiculiseerd door de Amerikaanse filmkritiek. Vervolgens klaagde de producent Basinger aan wegens contractbreuk en eiste negen miljoen dollar van de ster voor gederfde inkomsten. De rechter wees de eis toe en Basinger zag zich genoodzaakt haar faillissement aan te vragen.

De bizarre film van Jennifer Chambers Lynch verdient een beter lot dan dat van een scandaleuze voetnoot in de off-Hollywood-geschiedenis. Het verhaal over een geobsedeerde chirurg (Julian Sands), die de weigerachtige vrouw van zijn dromen eerst kinderlijk-fanatiek achtervolgt, dan opsluit in zijn villa, haar beide benen amputeert en ten slotte ook haar armen, gaat zo ver over de schreef van de goede smaak, de geloofwaardigheid en het realisme, dat een veroordeling op die gronden kortzichtig lijkt. Het afwijzingsfront vertoont enige gelijkenis met de muur van onbegrip en walging, waar Michael Powell in 1960 in Engeland op stuitte, toen hij in Peeping Tom een moordlustige fotograaf met messcherp statief de doodsangst van zijn slachtoffers liet registreren. Slechts een enkele criticus dorst toe te geven dat Powell ook de voyeuristische verlangens van de toeschouwer verbeeld had.

Ook in Boxing Helena is het standpunt niet dat van het slachtoffer, maar dat van de dader. Met een proloog over de onbereikbare vader en de minachtende moeder van de chirurg-als-kind wordt enige psychologische motivatie van de kouwe grond bijgeleverd, net als in Peeping Tom niet het meest overtuigende deel van de film. Interessanter is het aspect van de machtsstrijd tussen de aanbidder en zijn Venus van Milo. De titel Boxing Helena is immers dubbelzinnig: de mooiste vrouw van de wereld laat zich niet zomaar in een doosje stoppen en bokst terug. Daarom besluit haar beul behalve haar benen ook haar armen af te hakken. Een feministische lezing van de film zou kunnen luiden dat zelfs bij een zo extreem fysiek verschil in de machtsverhouding de strijd niet bij voorbaat gewonnen kan worden door de man.

Sherilyn Fenn weet die bijzonder moeilijke rol zeer overtuigend tot een goed einde te brengen, waarschijnlijk zelfs beter dan de beide illustere sterren dat hadden kunnen doen. Lynch' regie is onevenwichtig, en balanceert soms vervaarlijk op de rand van de edelporno. Ook het dubieuze einde, waarin het hele gruwelijke verhaal veilig opgeborgen wordt in de kast van fantasieën en nachtmerries, maakt de indruk van een laffe knieval voor de moraal. Desondanks blijft Boxing Helena langer in de herinnering hangen dan een slechts op de lage instincten mikkende wegwerpfilm. De wanhoop van een man die ondanks al zijn vertoon van fysieke en materiële macht de meerdere moet erkennen in de vrouw die hij dacht levend in te kunnen metselen verontrust de kijker danig, meer dan de terecht zeer impliciet gebleven verbeelding van zijn gewelddadigheid.

    • Hans Beerekamp