Duitsland

Het verleden van Duitsland heeft de wetgeving en het debat over asielzoekers altijd scherp getekend. De Duitse asielwet, die stamt uit 1949, was tot vorig jaar milder dan in enig ander Europees land. Deze genereuze wetgeving leidde het afgelopen decennium tot een flinke hoeveelheid vluchtelingen; tussen 1983 en 1992 vertwintigvoudigde het aantal asielaanvragen. Ook de bureaucratie en daarbij behorende kosten stegen fors. Het aantal functionarissen bij het Duitse federale bureau voor de toelating van buitenlandse vluchtelingen steeg van 385 in 1985 tot 5.549 vorig jaar.

Duitsland stond vooraan in de rij om de vluchtelingen uit ex-Joegoslavië op te nemen en mede daardoor bereikte het aantal asielaanvragen in 1992 een absoluut record: 438.191. Het was voor de Duitse regering aanleiding om zich over de asielwetgeving te buigen, nadat ze in de jaren daarvoor al kleine wijzigingen had aangebracht. De politieke partijen dienden een amendement op het grondrecht op asiel in. De belangrijkste wijziging bleek de aangebrachte verdeling tussen 'veilige' en 'niet veilige' landen - Duitsland selecteerde niet langer naar vluchtverhaal maar naar land van herkomst. Asielzoekers uit de veilige landen mogen aan de grens worden tegengehouden. Tot de veilige landen behoren naast alle EU-landen ook Bulgarije, Gambia, Ghana, Polen, Roemenië, Senegal, Slowakije, Tsjechië en Hongarije.

In de zomer van 1993 trad een volgend amendement in werking. Een vluchteling die op doorreis naar Duitsland door een veilig land komt, moet terug naar dat land. De strengere wetgeving had effect: het aantal asielaanvragen daalde vorig jaar met ruim honderdduizend. Nederland kreeg na de aanpassing van de Duitse asielwet vorig jaar zomer te maken met een onverwachte toename van het aantal asielaanvragen. Het verband is nog niet officieel gelegd, maar de vinger van het Nederlandse ministerie van justitie wijst voorzichtig richting Duitsland.