Dramatisch epos van Taylor Hackford over drie bloedbroeders uit Oost-Los Angeles; Helden en dwergen met uitwaaierende levens

Blood In Blood Out. Regie: Taylor Hackford. Met: Damian Chapa, Jesse Borrego, Benjamin Bratt. Uitgebracht op huurvideo door Benevista Home Entertainment.

Taylor Hackford is zo'n filmer die er al jaren lang net niet in slaagt om de wereld versteld te laten staan. In 1982 leek het hem te lukken met An Officer and a Gentleman, maar bij nadere beschouwing was dat toch meer de film van twee leuke acteurs (Richard Gere en Debra Winger) dan van een bezield cineast. Hackfords beste werk bestaat tot nu toe uit de geniale, helaas door veel te weinig mensen bekeken, avondvullende documentaire over Chuck Berry, die hij samen met Keith Richards maakte (Hail! Hail! Rock 'n' Roll, 1987) en uit een film die hij produceerde: La Bamba, de sympathieke 'biopic' over het Mexicaans-Amerikaanse popidool Ritchie Valens. Voor een nieuwe, nu weer door hemzelf te regisseren speelfilm, zocht hij het in vergelijkbare sfeer en dit keer moest het iets groots worden. Bijna drie uur duurt Blood In Blood Out (1993) : een epos dat tien jaar weergeeft van het leven van drie chicano-jongens uit Oost-Los Angeles, de Mexicaanse wijk van die stad.

De film begint veelbelovend: op de opzwepende, Mexicaans geïnspireerde muziek van Bill Conti sleurt Hackford zijn publiek de buurt binnen, en laat het kennis maken met een bont straatleven. Tegen het decor van spetterend dramatische muurschilderingen met gigantische figuren ontmoeten we de halfbroers Cruz en Paco en hun neef Miklo, allledrie nog geen twintig, alledrie bruisend van jonge mannen-energie en alledrie behept met een duidelijke toekomst: de bokkige branie Paco zal vermoedelijk van het rechte pad raken; de halfbloed Miklo is vooral fel in de weer om te bewijzen dat alleen zijn vel blank is, maar hij heeft een groot, zacht hart dat van hem een vriendelijke, hard werkende man zal maken. Cruz zal wel als enige de buurt ontgroeien: hij schildert en heeft een studiebeurs gewonnen voor een grote kunstacademie. De drie jongens zijn bloedbroeders en maken, zoals veel van hun buurtgenoten, deel uit van een jeugdbende, een gang. De gang is het middelpunt van hun leven en bepaalt hun lot: door een uit de hand gelopen treffen met een rivaliserende bende verandert hun toekomstperspectief radicaal. De kwaaie Paco wordt onder dwang van de reclassering marinier en maakt vervolgens carrière bij de narcoticabrigade van Los Angeles. De getalenteerde Cruz zoekt vertroosting in de heroïne voor de zware pijnen die hij altijd voelt als gevolg van de mishandeling die hij onderging. En de brave gekwelde Miklo met de ongepaste, grote blauwe ogen die geen onrecht kunnen velen belandt in de beruchte Saint Quentin-gevangenis.

Op dit punt, we zijn dan nog geen uur verder, wilde Hackford zijn verhaal opsplitsen in een drie lagen brede schildering van die uitwaaierende en toch onverbrekelijk verbonden levens. Zo te zien heeft hij zijn film willen opzetten volgens de tradities en in de stijl van de Mexicaanse muurschilderingen zoals zijn personage Cruz ze maakt. De hoofdpersonen zijn uitvergroot, held en dwerg tegelijk, en hun levens worden dramatisch neergezet in contrasterende vlakken waarbij noodlot en melodrama de koers bepalen. Meeslepend moeten hun verhalen zijn en roerend, schokkend en vertederend.

Maar drie is Hackford teveel, zelfs voor een film van 174 minuten. De meeste aandacht besteedt hij aan Miklo die betrokken wordt bij de historische, onbarmhartige bende-oorlogen in Saint Quentin en die daar zelfs een leidende rol in gaat spelen. Sommige scènes in de gevangenis zijn meesterlijk van mise en scène en toon - hier laat zich de invloed gelden van co-scenarist Jimmy Santiago Baca, een gewezen crimineel met een gevangenisverleden.

De verhalen van Paco en Cruz zijn minder flamboyant misschien, maar niettemin belangwekkend, tenminste voor zover ze worden verteld. De beide figuren verdwijnen voornamelijk naar de achtergrond, waar ze, telkens wanneer hun leven bij een beslissende wending is aangeland, vandaan worden geplukt. Een laatste confrontatie tussen de drie jongens, die inmiddels drie mistroostige, in schuld en twijfel vastgezogen mannen zijn geworden, wordt maar ten dele ingelost en levert niets meer op dan wat sentimenteel geneuzel tussen de twee die, min of meer ondanks henzelf, buiten de gevangenis bleven. En dat is weinig voor een film die werd opgezet als een genuanceerd bedoelde blik van binnenuit op drie bloedbroeders uit Oost-Los Angeles.