De prijs voor de vrijheid in Bophuthatswana

MMABATHO, 16 MAART. Oupa Kaopeng (37) was genomineerd als Ondernemer van het Jaar in Bophuthatswana. Met zijn kapsalons, damesboutiques en groothandel in schoonheidsartikelen was hij een geslaagd zakenman in het zwarte thuisland. Maar de prijsuitreiking kon helaas niet doorgaan, afgelopen vrijdagavond, want de volksopstand tegen dictator Mangope woedde. De anarchie kostte Oupa vier van zijn winkels: geplunderd en in brand gestoken.

Oupa Kaopeng is niet woedend of droevig. Hij had het zien aankomen en alvast dekking tegen rellen in zijn verzekeringspolis opgenomen. Elders in Zuid-Afrika zagen blanken voor de televisie hun hardnekkigste vooroordelen bevestigd, toen honderden zwarten in Bophuthatswana hun bevrijding vierden door kleding, alcohol, staartklokken, koelkasten en veel meer uit de winkels te halen. Een man wist drie tweepersoonsmatrassen op zijn fiets te vervoeren. “Ach”, zegt Oupa, “ik had voorspeld dat dit zou gebeuren. Het is de prijs die je betaalt voor de vrijheid. Veel mensen plunderen nu eenmaal in de opwinding van het moment. Het gebeurt in Los Angeles, en het gebeurt in Bophuthatswana. We kunnen niemand de schuld geven.”

Hij kwam tien jaar geleden vanuit Soweto naar Bophuthatswana, omdat hij in het zwarte thuisland meer zakelijke mogelijkheden zag dan in de economisch onderontwikkelde townships. De economie stond er beter voor dan in de andere thuislanden voor zwarte groepen - de kaartenhuizen van de 'grote apartheid'. Bophuthatswana kent bovendien niet het geweld en de criminaliteit die in de rest van Zuid-Afrika tot extreme statistieken leiden. Het maakte de verjaagde president Mangope en zijn ijzeren regime vooral bij de blanke zakengemeenschap populair. Maar toen Mangope begin vorige week aankondigde dat hij zijn volk niet naar de stembus zou laten gaan, realiseerde de zakenwereld zich dat het afgelopen was met de relatieve rust. “We wisten dat hij tot het einde toe stug zou blijven”, aldus Oupa. “Het was een vreemde man. Hij had het altijd over ik en nooit over wij. Hij dacht dat hij het volk bezat.”

Gisteren zat Oupa Kaopeng in de zaal, toen ANC-leider Nelson Mandela tijdens zijn eendaagse campagne in bevrijd gebied de zakenwereld toesprak. Mandela keurde de plunderingen sterk af: “Ik hoop dat u snel uw winkels weer kunt opbouwen, zodat de mensen van Bophuthatswana weer voordeel kunnen hebben van uw werk.” Of het ANC nog dacht mensen als hij met kleine winkels te helpen bij de wederopbouw, wilde Oupa tijdens het vragenkwartiertje weten. Nee, was het antwoord, de zaak is nog in discussie, maar het betalen van compensatie zou een precedent scheppen voor de rest van het land.

Kaopeng berustte, zoals zijn blanke collega's in de zaal. “Dit zijn tijden van verandering, dit hoort er bij”, zei een bouwondernemer nuchter. En Cathy, die haar achternaam niet in de krant wilde en met haar man een aantal bedrijven in Mmabatho heeft, stond met een ANC-vlaggetje te zwaaien. “Met de massa meegaan, dat is het beste wat je kunt doen.” Het bedrijfsleven had zo in korte tijd begrepen wat Mangope niet wilde aanvaarden: het is aanpassen of ten onder gaan.

De ontmoeting met de zakenwereld was het enige moeilijke onderdeel in Mandela's reisschema door de hoofdstad Mmabatho en de buitenwijken. De rest was Bevrijdingsdag. Mandela kwam met zijn entourage van ANC-voorlieden (onder wie Winnie Mandela) de winst incasseren van een geslaagde omwenteling, die aan het volk wordt toegeschreven maar niet zonder inbreng van het ANC is verlopen. Mensen stonden langs de kant van de weg met ANC-vlaggetjes te zwaaien naar het konvooi van Mercedessen, bijeenkomsten werden door duizenden zingende en dansende inwoners van het voormalige thuisland bezocht en de plakkaten met Mandela's gezicht sierden de L.M. Mangope Highway. Het ANC nam Bophuthatswana, een paar dagen na de coup, gladjes over.

Het gebeurde onder het wakend oog van de troepen van Zuid-Afrika en Bophuthatswana, die in samenwerking de orde in het thuisland hebben hersteld. Overal in de stad reden pantservoertuigen met soldaten rond. Al het inkomende en uitgaande verkeer werd bij wegblokkades door soldaten gecontroleerd. Hier en daar waren de sporen van een week onrust te zien. Bij de universiteit, vorige week het toneel van gevechten tussen studenten en het leger, stond een uitgebrande auto in een zee van glas. Veel winkels waren nog gesloten. Maar het monument van de strijd is MegaCity, het enorme winkelcentrum van Mmabatho waar de familie Mangope aandelen in zou hebben. Het leek op een plantage na een sprinkhanenplaag. Geen ruit is heel gebleven, geen winkel heeft nog iets aan de rekken hangen of in de schappen staan. De eigenaren stonden moedeloos tussen de scherven de schade op te nemen. De wederopbouw zal naar schatting 150 miljoen rand (ongeveer 90 miljoen gulden) kosten.

Mandela hoefde als geroutineerd campagnevoerder weinig meer te doen dan op de goede knoppen te drukken. Hij betrad onder gejuich van duizenden ambtenaren het conferentiecentrum, een van de vele hypermoderne gebouwen die Mangope verspreid over de stad heeft laten neerzetten om zijn aanzienlijke bureaucratie te huisvesten en te vermaken. Mandela beloofde de ambtenaren datgene waarvoor ze in staking waren gegaan: Hun salarissen, banen en pensioenen zullen onder een ANC-regering veilig zijn. “Hoewel u werkte in het thuislandensysteem, bent u als ambtenaren zeer belangrijk voor ons. U heeft de ervaring om het bestuur draaiende te houden. Wij rekenen op u.”

Een ware heldenontvangst wachtte Mandela in het Stadion van de Onafhankelijkheid, een sportpaleis in het stof waar geen Europese topclub zich voor zou schamen. Mangope wist er op de jaarlijkse herdenking van de onafhankelijkheid van zijn land een paar duizend onderdanen naar toe te krijgen. De rest van het jaar stond het leeg. Alleen Mangope's zoon speelde er af en toe een voetbalwedstrijdje met zijn vrienden. Mandela trok zo'n 35.000 mensen, de helft van de capaciteit van het stadion. Staande in een open auto liet hij zich tijdens een ererondje toejuichen en toezingen. Het was een kopie van de bijeenkomsten in Zuid-Afrika, vlak na zijn vrijlating. Voor de inwoners van Bophuthatswana was het moment vier jaar uitgesteld, omdat hun president geen politieke activiteiten van andere partijen in het thuisland toestond. Solly Kau (32), ANC-poster op zijn buik, genoot. “Voor het eerst zie ik hem in het echt. Wij kennen Mandela alleen van de televisie.” Hij is blij met de uitkomst van 'de revolutie'. “Ik ben geboren voordat Bop bestond. Toen werd ik plotseling een inwoner van Bop, zonder dat me iets werd gevraagd. Nu ben ik weer Zuidafrikaan en is alles normaal.”

Tijdens de lange toespraak van de ANC-leider stroomde het stadion snel leeg. Volgens Mandela kwam het door de hitte, waarin de mensen al de hele dag hadden zitten te wachten. Misschien had het ook iets te maken met zijn strenge opmerkingen. Nadat hij de inwoners van Bophuthatswana uitgebreid had gefeliciteerd met hun overwinning, waarschuwde hij dat ze tolerant moesten zijn tegenover andere partijen die hier campagne willen voeren. Zelfs Mangope, die zichzelf nog steeds zegt te beschouwen als president van het thuisland, zou dus met zijn Noordwest Christen Democratische Partij toegang moeten krijgen tot de kiezers - moeilijk te verteren, wanneer je zojuist, om Mandela's woorden te gebruiken, “de tiran hebt verdreven”. Mandela veroordeelde de plunderingen: “Dat was het gedrag van dieren, niet van mensen die in staat zijn een land te regeren. Ik begrijp dat het verleidelijk is wanneer wet en orde wegvallen, maar juist in zo'n situatie moeten jullie gedisciplineerd zijn.”

Bophuthatswana zal het bij de wederopbouw waarschijnlijk zonder Oupa Kaopeng moeten doen. De bijna-prijswinnaar overweegt na de opstand te verhuizen naar Kaapstad, waar het nog rustig is. De spanning hangt in Mmabatho in de lucht, meent Oupa. “Er zijn veel wraakgevoelens. Sommige mensen hebben gevierd dat ik alles heb verloren. Overal hoor je de geruchten: hij heeft met de regering gewerkt, hij was een vriendje van die en die. De mensen hebben bloed geroken. Bophuthatswana zal nooit meer hetzelfde zijn.”