De erfenis

Sinds ik me ben gaan verdiepen in het leven en werk van Sylvia Plath laat ze met niet meer los. Ze leek me een goed voorbeeld voor een lezing die ik moest houden over sociologie en depressie. Plath was een Amerikaanse schrijfster en dichteres, vooral bekend om haar sterk autobiografische roman The Bell Jar (De glazen stolp). En om haar zelfmoord: lijdend aan hevige depressies pleegde ze op dertigjarige leeftijd - jong, mooi en succesvol - zelfmoord, als moeder van twee jonge kinderen.

Plath's levensverhaal heeft sinds deze fatale gebeurtenis ruim dertig jaar geleden sterk tot de verbeelding gesproken en tot menige biografie en beschouwing geleid. De onvermijdelijke vraag op de achtergrond is steeds wat haar tot deze gruwelijke daad heeft bewogen. De vraag naar de oorzaak wordt al gauw een vraag naar de schuld, en deze wordt zeer verschillend beantwoord. Soms komt haar man - de Engelse dichter Ted Hughes - er niet best van af: als hij aardiger was geweest, niet zo jaloers op het talent van zijn vrouw en haar niet zo met alles in de steek had gelaten was het vast anders met haar afgelopen. Soms komt de moeder als hoofdverdachte naar voren, iemand die zichzelf na de dood van haar man volledig voor haar kinderen opofferde en voor wie geen moeite te veel was. Maar opoffering verplicht, in dit geval tot grote ambitie en niet aflatende successen. En ook de in zichzelf en zijn werk gekeerde vader - hoogleraar in de insektenkunde - krijgt soms een belastende rol. Grondelement in alle beschouwingen is Sylvia's streven om sinds het overlijden van haar vader - ze was toen acht - voor haar moeder de perfecte en geslaagde dochter te zijn. Steeds nieuwe triomfen moesten worden binnengesleept in de vorm van hoogste cijfers, prijzen en beurzen. Een afwijzing kon haar volledig doen instorten. Kortom: het drama van het begaafde kind, en dan in ultima forma.

Zoekend naar de sociologische kanten van haar verhaal stoot je al gauw op het thema van strijdige opdrachten en idealen. Allereerst de opdracht van de begaafde ambitieuze dochter die schrijfster en dichteres wil worden, een streven in de lijn van haar vader en haar verhalen en versjes schrijvende moeder. Een tweede opdracht was een perfect huwelijk waarin ze als gelijkwaardige partners elkaar in werk en creativiteit zouden steunen. Maar ze wilde ook - een derde opdracht - een ideale vrouw zijn die de voorwaarden schiep voor de creativiteit van haar man, zoals haar moeder dat vroeger deed bij haar vader, en een ideale moeder die altijd klaarstond voor haar kinderen.

Haar literaire werk valt uiteen in verschillende delen - brieven, dagboeken, proza en poëzie - die nauw met deze opdrachten corresponderen. In de brieven aan haar moeder, Letters Home, is zij de goede, dankbare, gelukkige en succesvolle dochter. In The Bell Jar is de hoofdpersoon zeer kritisch en misprijzend over de onderdanigheid en aangepastheid van vrouwen, en haar bloedstollend mooie gedichten tonen haar heftigheid zowel in geluk en vervoering als in woede en teleurstelling. Deze delen van haar werk lijken nauwelijks met elkaar verbonden, als geïsoleerde verschijningsvormen van niet goed met elkaar te rijmen opdrachten. Die deels een tijdgebonden karakter hebben, zoals de norm zich te onderschikken aan de wensen en behoeften van man en kinderen waarvan haar moeder een verpletterend voorbeeld was. Als Sylvia Plath dertig jaar later had geleefd - zo blijft de hoop - zou ze haar innerlijke conflicten misschien anders hebben opgelost.

Toch houdt een dergelijke schets iets onbevredigends: het raadsel blijft onopgelost. Dan doemt na enige tijd toch weer de verhouding met haar moeder op, en vooral de totale gesplitstheid tussen de opgetogen 'letters home', terwijl haar huwelijk op instorten stond en ze met zelfmoordplannen rondliep. Alsof slechts één kant - de succesvolle en gelukkige - zichtbaar mocht worden en de rest als verboden en schaamtevol ondergronds moest. Dat vormt een tragische en gevaarlijke psychische erfenis.

Zie onder meer L. Wagner-Martin, Sylvia Plath. A Biography, Londen 1990; M. Brugmann, De 'geoorloofde' waanzin: leven en werk van Unica Zurn en Sylvia Plath, in: W. Jansen en C. Brinkgreve, Waanzin en Vrouwen, Amsterdam/Lisse 1991; R. Hayman, The Death and Life of Sylvia Plath, Londen 1991.

    • Christien Brinkgreve