Bedrijven Rotterdam tegen tippelzone in hun straat

ROTTERDAM, 16 MAART. Bedrijven rond de Keileweg hebben grote bezwaren tegen de verplaatsing van de Rotterdamse tippelzone naar hun straat. Gisteren eisten de stichting Wijkbelangen Keileweg en zeven bedrijven in kort geding dat de verplaatsing, die voorzien is voor 5 april, niet doorgaat.

De gemeente maakte eind november bekend de tijdelijke tippelzone aan de G.J. de Jonghweg naar de Keileweg te willen verplaatsen om een eind te maken de overlast voor de wijken Middelland en het Nieuwe Westen en om de bouw van 450 woningen aan de G.J. de Jonghweg mogelijk te maken. De overlast zou aan de Keileweg beter beheersbaar zijn. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de nieuwe tippelzone. Een pand is al gesloopt om een parcours voor langsrijdende klanten aan te leggen en enkele wachthokjes voor de prostituées en twintig 'afwerkplekken' zijn aangelegd. Deze zijn met verplaatsbare 'privacy-wanden' van elkaar gescheiden.

Raadsman mr. H. Smit van de bedrijven aan de Keileweg zei gisteren dat de nieuwe tippelzone te klein is: er zou slechts ruimte zijn voor vijftig prostituées, terwijl er op de G.J. de Jonghweg vaak hondervijftig rondlopen. Uitwaaiering van de prostitutie en overlast zou daarom onvermijdelijk zijn, aldus Smit. Ook zou de tippelzone in strijd zijn met het 'bordeelverbod' (artikel 250bis, Wetboek van Strafrecht). Smit noemde de tippelzone “in feite een openlucht-bordeel”.

Mr. S. Aarts stelde namens de gemeente Rotterdam evenwel dat het aanwijzen van een tippelzone via de Algemene Politieverordening mogelijk moet zijn. “De gemeente heeft als doel de overlast te beperken. In de omgeving van de G.J. de Jonghweg wordt dat steeds moeilijker. Aan de Keileweg is de overlast beter beheersbaar.”

Sinds 1986 is de G.J. de Jonghweg de tijdelijke tippelzone voor met name heroïneprostituées. Vanaf 1981 was de gemeente in gesprek met de Rotterdamse gokkoning G. van Driel Vis, die een 'Eroscentrum' aan de Keileweg wilde vestigen. De gemeente kwam met deze onderhandelingen in opspraak, toen in 1986 na politie-invallen duidelijk werd dat de gokkoning het Eroscentrum - dat volgens de ondernemer 750 'peeskamers', sexshops, restaurants en nachtclubs moest bevatten - met zwart geld uit zijn illegale gokhuizen wilde financieren.

In 1987 verwierf Rotterdam voor 1,2 miljoen gulden de panden van de voormalige Inverpakfabriek, waar Van Driel zijn Eroscentrum had willen vestigen. Nog steeds wilde men her een onderkomen voor raamprostituées die uit de traditionele hoerenbuurt Katendrecht moesten verdwijnen. Twee jaar later besloot de gemeenteraad het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat in de oude fabriek een permanent prostitutiecentrum mogelijk zou worden.

Het plan om nu aan de Keileweg een centrum met vijftig 'peeskamers' op te richten, werd in 1992 door minister Alders (VROM) in overleg met de Raad van State te ambitieus bevonden. Wel onderschreef de Raad van State in een Kroonbesluit van 10 april 1992 het bestemmingsplan voor de Keileweg, inclusief een kleiner 'vermaakscentrum'. De Raad van State ging er daarbij evenwel van uit dat het bordeelverbod binnen afzienbare tijd uit het Wetboek van Strafrecht zou worden geschrapt. Vorig najaar echter besloot minister Hirsch Ballin (justitie) het bordeelverbod te handhaven, na weerstand uit de Eerste Kamer. Volgens mr. Smit is daarmee de goedkeuring van het bestemmingsplan ook vervallen.

De Rotterdamse rechtbankpresident J. Mendlik doet vrijdag uitspraak.