'Beatrix drong aan op verplaatsing huwelijk'

ROTTERDAM, 16 MAART. Koningin Beatrix, destijds nog prinses, heeft er in 1965 bij het kabinet-Cals per brief op aangedrongen haar huwelijk met Claus von Amsberg niet te laten inzegenen in Amsterdam, met het oog op de gekwetste gevoelens van veel Amsterdammers wegens haar keuze voor een Duitse partner. Het kabinet-Cals hield desondanks, tegen haar zin, vast aan een plechtigheid in de hoofdstad.

Dat blijkt uit de op de band ingesproken herinneringen van de toenmalige burgemeester van Amsterdam, mr. G. van Hall. Het weekblad Vrij Nederland publiceert in het nummer van deze week de uitgetikte versie van deze herinneringen, waar tot vorig jaar een embargo op rustte. Van Hall sprak ze in 1968 in, een jaar na zijn ontslag.

Het Huwelijk, op 10 maart 1966, was het voorlopig hoogtepunt van de roerige jaren die Nederland op toen doormaakte. De regering had in 1965 aangekondigd dat de voltrekking in Amsterdam zou plaatshebben. Maar in kringen van het voormalig verzet en binnen de joodse gemeenschap klonk kritiek op dat voornemen. Voor het college van B en W was dat reden om de regering mee te delen dat van een huwelijksvoltrekking in Amsterdam diende te worden afgezien.

Nadat Van Hall dit aan premier Cals had meegedeeld vond de laatste dat koningin Juliana moest worden ingelicht, zo blijkt uit de herinneringen. In een vier uur durend gesprek wist Van Hall de koningin ervan te overtuigen dat “Amsterdam de kroonprinses juist wilde 'vrijwaren' voor de 'mythe dat zij het was die haar wil doorzette (...)' ”, zo blijkt uit de herinneringen. Zij vroeg Van Hall een concept-brief op te stellen die vervolgens door Beatrix aan het kabinet zou worden gezonden.

Uit de brief blijkt dat Amsterdam weliswaar de voorkeur had van Beatrix maar dat zij zich toch afvroeg “of het, gezien de tragische omstandigheden welke zich tijdens de bezetting hebben voorgedaan in de hoofdstad des lands, en de diepe indruk die deze omstandigheden hebben achtergelaten bij de bevolking van Amsterdam (...), juist is in Amsterdam in het huwelijk te treden. Ik meen namelijk, dat wat voor mij, de heer Claus van Amsberg en mijn familie een feestdag zal zijn, voor groepen van de bevolking, met name van Amsterdam, niet tot een dag mag worden, waarop haar gevoelens, ook die jegens ons, worden gekwetst.” Beatrix vroeg vervolgens het kabinet de keuze van de plaats van de huwelijksvoltrekking nogmaals te overwegen.

Tijdens een bijeenkomst met leden van de joodse gemeenschap en het voormalig verzet, eind oktober 1965 in de ambtswoning van Van Hall, deelde Beatrix mee dat ze in Baarn wilde trouwen. Volgens Van Hall gaf “dat een ongelooflijke opluchting. Een van de aanwezigen (...) klaarde opeens op en keek de prinses aan alsof zij zijn liefste kleindochter was.”