Turkije bepleit beperking scheepvaart door Bosporus

ANKARA, 15 MAART. De aanvaring van zondagavond in de toegang van de Zwarte Zee tot de Bosporus tussen de olietanker Nassia en het vrachtschip Ship Broker - beiden varende onder Grieks-Cypriotische vlag - heeft de discussie in Turkije weer doen oplaaien over de noodzaak van een beperking van het scheepvaartverkeer over de Bosporus. Deze loopt dwars door het tien miljoen inwoners tellende Istanbul en is op sommige plaatsen slechts 700 meter breed.

Jaarlijks maken tussen de 40.000 en 50.000 vrachtschepen - waaronder grote olietankers - van de Bosporus gebruik. Volgens de Turkse autoriteiten is dit zo langzamerhand een levensgevaarlijke situatie. Ook de milieuorganisatie Greenpeace wees eind vorige week op de gevaren van het drukke zeevaartverkeer over de Bosporus voor zowel het milieu als de inwoners van Istanbul.

Het zeevaartverkeer over de Bosporus is geregeld aan de hand van het Verdrag van Montreux dat in 1936 werd ondertekend. Turkije heeft evenwel eerder dit jaar een verscherping van de veiligheidsmaatregelen aangekondigd, die op 1 juli van kracht worden. Met name Rusland heeft hier scherp tegen geprotesteerd omdat het beperkingen oplegt aan de supertankers met Russische olie die nu vrijwel ongehinderd via de Zwarte Zee-havens Ponti en Novorossisk en de Bosporus Europa bereiken. Moskou meent dat de Bosporus open moet blijven voor al het zeevaartverkeer.

Turkije daarentegen acht de tijd rijp om de olie via pijpleidingen te vervoeren. Daartoe zijn al plannen in de maak met Azerbajdzjan en Kazachstan. Deze twee olierijke staten exporteren nu via de Russische Federatie, maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de noodzaak gegroeid om de afzetmarkt te verbreden. Turkije diende zich onmiddellijk aan als tussenleverancier voor Azerbajdzjan en Kazachstan (in een later stadium kan ook West-Siberië op de verbinding worden aangesloten) om de olie via pijpleidingen naar de Turkse Middellandse Zee te vervoeren.

Voor Turkije heeft dit twee voordelen: het land kan uitgroeien tot een belangrijk centrum voor de doorvoer van olie vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar West- en Centraal-Europa, terwijl tegelijkertijd het scheepvaartverkeer via de Bosporus wordt afgeremd. De Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, verklaarde gisteren dat de ramp zondagavond duidelijk heeft gemaakt dat het vervoer van olie via de Bosporus inderdaad tot het verleden moet gaan behoren. “De enige veilige weg”, aldus de bewindsman, “is via pijpleidingen.” Çetin zei dit onderwerp binnenkort opnieuw met Rusland, Azerbajdzjan en Kazachstan te willen bespreken.

De indruk bestaat evenwel dat Rusland alleen al vanuit politiek oogpunt wil kunnen blijven beschikken over een vrije verbinding tussen de Zwarte Zee en de Egeïsche Zee. Bovendien is Moskou niet bereid toe te staan dat Turkije zijn economische invloed in de regio vergroot. Om hen tegemoet te komen heeft Ankara voorgesteld de olie via Russische havens te blijven vergaren, waarna hij per tanker naar een Turkse haven aan de Zwarte Zee kan worden vervoerd. Van daaruit kan de olie verder per pijpleiding naar de Turkse Middellandse Zee-kust worden getransporteerd.

    • Froukje Santing