Tonnentandem uit balans (2) (slot, voorgaande artikel zaterdag 12 maart)

Een financiële planner zit zo tussen vriend en vijand. Vriend, omdat je hem/haar voor honderd procent moet kunnen vertrouwen. En vijand, vanwege zijn hinderlijke gewoonte zwakke plekken op te sporen, bloot te leggen en zekerheden te slopen.

Een echtpaar vrije beroepers rond de veertig, dit jaar goed voor drie ton, praat voor de tweede keer met zo'n figuur. Ze hebben hun wensen bepaald op werken tot 60 jaar, in de stad of op de boerderij in Oost-Groningen, af en toe boeken schrijven of een halfjaar iets heel anders doen, samen optrekken als fietsers op een tandem en beslist geen personeel.

De planner berekent ruwweg een gezamenlijk ouderdomspensioen van 105 duizend gulden, waaraan nog 60 duizend ontbreekt. Om dit gat te dichten moeten ze bij benadering 33 duizend gulden per jaar opzij leggen.

Hoe doe je dat? In eigen beheer, door lijfrentekoopsommen of een pensioenverzekering? Iedere keuze heeft voor- en nadelen. Opzet en hoogte moeten worden vastgesteld door een actuariële (rekeninghoudend met sterfte) berekening, een fiscalist en een beleggingsdeskundige, in geval van eigen beheer.

Meneer besluit na het eerste gesprek bv's op te gaan richten. Een kerstboompje vennootschappen: werk-bv, houdster-bv en een onroerend-goed-bv. Een echt(elijk) concern. Om het verschil tussen de toptarieven van de inkomstenbelasting (60 %) en vennootschapsbelasting van 40 % te verzachten.

De planner sputtert over deze te fiscale benadering. Men weet niet eens waar het belastbare inkomen op uit zal komen. En de pensioenvoorziening bepaalt mede de zakelijke opzet. Ook de risico's die het duo loopt, spelen een rol. Neem overlijden en arbeidsongeschiktheid; ao.

Hoe kunnen zij hun wensen realiseren als een of beiden lange tijd niet kunnen werken? Iemand die met zijn hoofd werkt is al snel ontregeld. De inkomsten worden dan gehalveerd of vallen (tijdelijk) helemaal weg. Ook een pensioenreserve eigen beheer wordt dan niet uitgebouwd. Het antwoord op die vraag is kort: er is niets geregeld. De een trapt wat harder wanneer de ander niet meer kan. Helemaal niets? De twee buigen het hoofd.

Ooit hadden ze een ao-vangnet, eigen risico zes maanden, voor 12.500 gulden per jaar. Niet te betalen. Ze vallen nu alleen onder de AAW, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die recht geeft op een uitkering gebaseerd op het minimumloon, na een wachttijd van een jaar. Zonder dekking tegen dit onheil heeft leuke plannen maken natuurlijk geen zin.

Is er een reserve? Ook niet. Op dit punt kan een ondernemer, niet verzekerd, een reserve opbouwen waar jaarlijks de premie ingaat. In dit geval 25 duizend per jaar voor man plus vrouw. Misschien zelfs achteraf tot de datum van opzegging van de verzekering. Het loont de moeite de toepasbaarheid van deze faciliteit, zeker voor het risico van het eerste jaar, na te gaan.

Om de financiële gevolgen van een langdurige ongeschiktheid, na het eerste jaar, op te vangen verdient een verzekering de voorkeur. De premie is aftrekbaar.

'Zijn jullie nooit benaderd door assurantietussenpersonen?', vraagt de planner verbaasd. Nooit, ze hebben geen relatie met een tussenpersoon. De andere polissen lopen bij een direct writer-verzekeraar, die werkt zonder intermediairs en daardoor lagere premies biedt. In dit geval kan goedkoop uitdraaien op duurkoop. Tot zover de arbeidsongeschiktheid.

Overlijden? Weer buigen de hoofden. Niets? Berusting. Lopende polissen geven een beperkte uitkering bij overlijden. Plus de AWW (gekoppeld aan minimumloon) voor de overblijvende partner.

Wat geeft het? Wanneer de een afstapt, trapt de ander lustig door. Alsof er niets gebeurd is? Niet waarschijnlijk, als je zo nauw samenwerkt.

Daarom verdient een tijdelijke (tot de pensioenpot goed gevuld is) verzekering bij overlijden op elkaars leven, met de juiste verzekeringnemer/begunstigde, overweging. Door de huwelijkse voorwaarden van het paar is de eventuele uitkering vrij van successierechten. De premie voor een dergelijke verzekering van een paar ton is bescheiden.

Zijn er testamenten? Ook niet. Is het verstandig om daar eens over te denken. Wanneer de zaak voldoende vlees op de botten heeft en beide fietsers stappen gelijktijdig in de bezenwagen, wie erven dan volgens de wet het nagelaten vermogen?

Tenslotte de juridische opzet. Een alternatief voor de bv, ter overweging hier, is de man-vrouw firma. Daarbij wordt de winst over de echtgenoten verdeeld, waardoor de progressie van de inkomstenbelasting afneemt. Bovendien profiteren beide van de fiscale ondernemersvoordelen. Zal er dan veel verschil tussen de genoemde toptarieven overblijven?