Succes na Britse comedy-les

De cabaretière Lenette van Dongen (35), die dit seizoen debuteerde met een verrassend soloprogramma, kreeg gisteravond de Pall Mall Export-prijs voor veelbelovend jong theatertalent.

Ze had gehoopt haar eerste solo een keer of veertig te kunnen spelen - en als er dan ook nog wat publiek zou komen, was dat al heel aardig geweest. Maar de première van Mag het wat zachter werd dermate enthousiast ontvangen dat ze dit seizoen al het dubbele aantal voorstellingen speelt en voor het volgende seizoen nog eens voor honderd keer geboekt staat. Met haar combinatie van traditioneel mooie liedjes en ontraditioneel brutale conférences blijkt Lenette van Dongen een snel groeiend publiek aan te spreken. Zo snel dat ze er niet anders dan afwerend op kan reageren: “Ho, ho, denk ik soms, niet zo hard van stapel. Ik zal toch óók nog een tweede programma moeten zien te maken.”

Eigenlijk wilde ze balletdanseres worden. Pas toen ze al drie jaar aan het hoofd van balletklasjes had gestaan, vond Lenette van Dongen dat de seizoenen elkaar te avontuurloos opvolgden. Ze volgde een opleiding aan de Kleinkunstacademie en daarna was het, in haar woorden, “een kwestie van kilometers maken”. Zo stond ze, op het tweede plan, in de muzikale show Jeans, in een voorstelling met Adèle Bloemendaal, een cabaretprogramma met Peter Lusse en in de musical Tsjechov: “allemaal leerzame ervaringen, waarbij ik vaak tot de ontdekking kwam hoe weinig ik nog van dit vak wist.”

Met een werkbeurs van WVC was ze bovendien een maand in Londen om er de kunst van de stand-up comedy af te kijken, het métier van de komieken die, gewapend met een microfoon en zoveel mogelijk grappen, staande moeten blijven tegenover een publiek dat graag iets terugroept. “Wat betreft het inhoudelijke, persoonlijke cabaret zijn we in Nederland veel verder dan in Engeland. Dat cabaret van ons, waarbij je conférences doet maar ook liedjes zingt, kennen ze daar helemaal niet. Maar waar zij - en ook de Amerikanen - veel verder in zijn, is het interactieve. Die bijna totale afwezigheid van een vierde wand, waarbij je onmiddellijk een duik maakt naar alles wat er uit het publiek op je afkomt. Ik heb in Londen heel veel geleerd over het neerzetten van een grap: eerst de tekst en dan pas het gebaar, of eerst het gebaar en dan de grap, of misschien juist gelijktijdig? Doorgaan tot alles op zijn plek valt.”

Hier sloot ze zich aan bij de Comedy Train, een groep jonge komieken die naast het cabaret-circuit een Nederlandse stand-up comedy-traditie uit de grond tracht te stampen. Ze leerde er improviseren voor een publiek en vast te houden wat de vorige avond succes bleek te hebben. Dat wierp vruchten af voor haar eerste cabaretsolo, want opeens bleek ze één van de weinige Nederlandse vrouwen te zijn die in een conférence een wisselwerking met het publiek tot stand kon brengen. “Dat contact leggen en uitlokken vind ik enorm belangrijk. Ik heb zelf vaak genoeg bij voorstellingen zitten denken: het doet er helemaal niet toe of ik hier nu zit of niet. Waarom dat vrouwen kennelijk altijd wat minder goed is afgegaan, weet ik niet. Misschien is het een heel mannelijk soort energie - op het toneel staan met een houding van: ik heb gelijk.”

Het liefst zou ze het geld dat de Pall Mall-prijs met zich meebrengt (ƒ 15.000), gebruiken om stage te lopen bij de Engelse comédienne Jennifer Saunders, geestelijk moeder van de serie Absolutely fabulous. “Het lijkt me heel inspirerend om een maand met zo'n vrouw mee te lopen en erachter te komen hoe ze om zich heen kijkt. Daar is elke conférence op gebaseerd: hoe je leert kijken naar je omgeving en daar de dingen uit pikt die je kunt gebruiken.”

    • Henk van Gelder