Scholenfusies bemoeilijken invoering van basisvorming

ROTTERDAM, 15 MAART. De scholenfusies in het voortgezet onderwijs bemoeilijken de invoering van de basisvorming. Meer dan de helft van de 1.251 middelbare scholen die de basisvorming, een nieuwe onderwijskundige opzet van de eerste drie klassen, moeten invoeren is ook bezig te fuseren. Dit blijkt uit een enquête die het Proces Management Basisvorming heeft gehouden onder middelbare scholen.

Het 'procesmanagement', dat de invoering van de basisvorming coördineert, noemt de combinatie van scholenfusie en invoering van de basisvorming “een bijna alarmerend gegeven”. De basisvorming is al een complexe innovatie, aldus het procesmanagement, “maar een nieuw onderwijssysteem realiseren binnen een team dat ook nog aan elkaar moet wennen en één cultuur moet opbouwen, is een zware opgave”.

De huidige golf van fusies in het voortgezet onderwijs komt deels voort uit het idee dat de basisvorming het best tot zijn recht komt in een scholengemeenschap met opleidingen van VBO tot en met gymnasium. In de basisvorming krijgen alle leerlingen in de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs dezelfde vijftien vakken. Fusies worden gestimuleerd door het ministerie van onderwijs.

Volgens het procesmanagement is het voor verdere invoering van de basisvorming nodig dat schoolleiders en leraren worden bijgeschoold. Het ministerie van onderwijs zou daarvoor geld moeten uittrekken. Minister Ritzen (onderwijs) is echter niet van plan geld beschikbaar te stellen. Wel zal hij criteria laten opstellen waaraan onderwijskundig leiderschap in het voortgezet onderwijs moet voldoen, zo laat hij de Tweede Kamer vandaag in een brief weten.

Uit de enquête, waaraan bijna driekwart van de middelbare scholen deelnam, blijkt dat het merendeel van de leraren positief is over de basisvorming. Verder wordt duidelijk dat het met de materiële kant van de basisvorming (nieuwe boeken, nieuwe lokalen) wel goed zit, maar dat de onderwijskundige vernieuwing nog op gang moet komen. Die onderwijskundige vernieuwing, zoals leerlingen meer zelf laten werken, is een belangrijk onderdeel van de basisvorming.

Maar ook aan de materiële kant van de basisvorming schort nog het een en ander, zo bleek onlangs uit een onderzoek van de arbeidsinspectie. Bijna negentig procent van de middelbare scholen mag dan een lokaal hebben voor het nieuwe vak techniek, vaak zijn deze niet veilig. Zo werken leerlingen dikwijls met onbeveiligde machines en gevaarlijke elektriciteit.

De resultaten van de enquête van het procesmanagement sluiten aan bij de bevindingen van de Onderwijsinspectie, die onlangs concludeerde dat de invoering van de basisvorming in het voortgezet onderwijs 'in grote lijnen goed' verloopt, maar dat er op onderdelen nog tal van problemen zijn.