Publiek verdringt zich om 'oudste plek van Amsterdam'

AMSTERDAM, 15 MAART. “Met mijn blote handen zou ik wel verder willen graven.” Ze is er iets te oud voor, dingt de gesoigneerde dame er direct zelf op af, en haar blauwe handschoentjes ogen ook niet stevig genoeg, maar ze bedoelt dat ze het gewoon geweldig vindt. Het Kasteel van de Heren van Amstel. Hier. In Amsterdam.

Onderin een bouwput achter de Nieuwezijds Kolk in Amsterdam ligt een dikke rij bakstenen. Zo'n zeven meter lang, dan verdwijnt hij aan weerskanten weer in de aarde. Een muur van het kasteel van Gijsbrecht van Amstel, zo betoogde stadsarcheoloog J. Baart vrijdag en hij nodigde het publiek uit te komen kijken. Dat was niet aan dovemansoren gezegd: op de open dag gisteren verdrongen vele duizenden mensen zich voor de hekken rond de put. Mensen van Dordrecht tot Nieuwkoop, van Alkmaar tot het Gooi, velen gewapend met camera's.

Een oud-pastoor van de Sint Bavo uit Haarlem tuurt in het gat. Ook al speciaal naar Amsterdam gereisd. Omdat ze vroeger op het seminarium altijd de treurspelen van Vondel opvoerden. Niet de Gijsbrecht. “Daar spelen vrouwen in, hè: Badeloch. En wij waren met alleen maar jongens, vanzelf.”

De rij bakstenen is niet imponerend. “Dat muurtje is niet zo best gezet”, ziet een klusjeman die dat zelf vaker bij de hand heeft gehad. Maar de sensatie dat hier 'de oudste plek van Amsterdam' ligt, is groot. En de monumentenvereniging Heemschut staat het de bezoekers flink onder de neus te folderen.

Kinderen speuren in de zandheuvels ernaast naar oudheden. Moeder bewaart het botje dat ze hebben gevonden. “Natuurlijk is dat oud.” Historisch besef is gemeengoed geworden. Iedereen weet zeker dat Amsterdam op vrijdag in een klap honderd jaar ouder is geworden. Baart heeft het zelf gezegd en daar beneden ligt het bewijs. “Niet meer veertienhonderdzoveel maar van de dertiende eeuw”, knikt een echtpaar elkaar toe.

Ook de gemeente is zeker van haar zaak. Dat de datering, vroeg in de dertiende eeuw, en het idee dat het hier om het kasteel van Amstel gaat, nog slechts veronderstellingen zijn van de stadsarcheoloog, kan het stadsbestuur niet deren. Deze vondst mag niet “onder een laagje asfalt” verdwijnen, zei waarnemend burgemeester De Grave direct.

Het gevaar is niet denkbeeldig, de bouwput op de Kolk is namelijk bedoeld voor de funderingen van een groot complex van winkels, kantoren, huizen en een hotel van de ABN-AMRO-bank. Een spandoek ziet de bui al hangen: 'Genoeg gezien? Beton erover! Uw gemeente + ABN-AMRO'. Wethouder Saris van ruimtelijke ordening bezwoer dat “wij het kasteel voor het publiek toegankelijk willen houden”. De gemeente en de bank zijn druk aan het onderhandelen, verzekerde hij gistermiddag.

    • Bas Blokker