Oost-Europa

Het commentaar van Martin van den Heuvel 'Stabiele landen in Oost-Europa verdienen meeste westerse steun' (NRC Handelsblad, 1 maart) stuitte mij tegen de borst. Het is het zoveelste geopolitieke dr. Clavan-commentaar op de gebeurtenissen in Oost-Europa, de visie van de boekhouder die een kosten/batenanalyse meent te moeten maken van de toekomst van miljoenen Europeanen. Het is het gebrek aan visie waaraan al onze Europese leiders lijden. Sommige van de leiders zijn te gering van gewicht om betekenis te hebben, anderen, zoals premier Major, staren naar de andere kant van de oceaan of naar het verleden, weer anderen, zoals president Mitterrand, voelen zich koning van een groot rijk dat verleden tijd is en weer anderen, zoals Kohl, ontbreekt het aan fantasie tot leiderschap.

Dat was toch wel anders na de Tweede Wereldoorlog. Het 'nooit meer oorlog op Europese bodem' leidde toen bij mannen als Schumann, Adenauer en anderen tot een visie op Europa die, noodgedwongen, ophield bij het IJzeren Gordijn maar wel realiteit werd. Economische samenwerking zou vrede en welvaart brengen en dat is, hoe men het ook keert of wendt, gebeurd. Veronderstelde erfvijanden als Frankrijk en Duitsland vonden elkaar. Wij Nederlanders vergaven de Duitsers en schiepen een nieuw Europa met hen. Waar is de Europese visie van toen nu? Waarom niet de 'nooit meer IJzeren Gordijn' of 'nooit meer communistische dictaturen'-slogans gebruikt om nu eenzelfde visie op heel Europa te ontwikkelen? Het wordt tijd dat de boekhouders weer eens de leiding voelen van de mens met durf en visie.

    • Piet Nelissen