Monumenten van boeren

Tirade 350. Uitg.Van Oorschot, 96 blz.ƒ17,50

Hoe wanhopig mager steekt Bzzlletin af bij Tirade, dat geen speciaal Boekenweeknummer samenstelde maar als gewoonlijk veel poëzie te bieden heeft. Bijvoorbeeld van de debutant uit eigen stal L.F. Rosen (1953), wiens bundel Adel zojuist verschenen is. Geen onmiddellijk toegankelijke poëzie schrijft Rosen, maar gedichten die uitdagen tot her- en herlezen. 'De gereformeerde meisjes' is een snel snapbaar gedicht:

Het zou een zee kunnen zijn, de harde zee zoals hun God bedoelt,

die op de hoge ramen aan alvast ons wagenpark omspoelt,

waren er niet die zachte strikken, hun lange haar, de hoge lof.

Nu het trilt van evangelisch schoon daar achter glas

herinner je hun adelaarsvlucht weer door de klas,

hun kleding die zo rijk was, droomomzoomde stof.

Als velen ben je uit de akker des verbonds gespoeld:

De leer is hard waarin zij kruipen. Zij slaan de zon

van hun ramen opdat geen warmte hen naar buiten woelt.

Good old Leo Vroman staat in Tirade naast een nieuwe naam als Katrien Hirs, met 'Kirke':

Ik raak hem aan - ben uitgewerkt.

Hij heeft zijn plicht gedaan -

de held met het weke gezicht

denkt dat hij veroverd heeft als

hij in mijn benen ligt.

Hij is een speelbal op zee.

Een god, die dobbelt, maakt het verhaal

en de mannen

doen de zetten -

weerloos als herten,

gedood op het strand.

Indrukwekkend is het verhaal van Paul Meeuws in Tirade. 'Margarine' gaat over een oud en authentiek Hollands boerenechtpaar dat onder bescherming van een soort Monumentenzorg leeft als laatsten der Mohicanen. Ze worden geschilderd door kunstenaars, als openluchtmuseum bezocht door allerlei mensen, gebruikt in een Bona-reclamespot, terwijl hun eigen liefdeleven onder de oppervlakte voortploegt. Héél mooi.

    • Margot Engelen