Karpov: 'Ik ben nu de beste schaker'

LINARES, 15 MAART. Het leek wel simultaan, zo overtuigend heerste Anatoli Karpov in het supersterk bezette schaaktoernooi van Linares. Elf punten uit dertien partijen haalde de Russische winnaar, een verbluffende score. Maar de vraag of hij zich nu pas echt wereldkampioen voelt gaat Karpov uit de weg. “Dat is niet de juiste benadering. Alleen bij schaken heb je al dat gepraat of iemand al dan niet wereldkampioen is. Je zou het moeten hebben over de vraag wie de beste speler van het ogenblik is.

“Wereldkampioen word je één keer en dan ben je het voor de rest van je leven”, vervolgt Karpov. “Net zoals je olympisch kampioen bent. Olympisch kampioen Mark Spitz. Niemand heeft het over ex-olympisch kampioen Mark Spitz. Botwinnik, Fischer en Kasparov zijn allemaal wereldkampioenen. Ik heb nooit gezegd dat alleen ik wereldkampioen ben. Ik kan nu wél zeggen dat ik de beste speler van het moment ben. Omdat ik dit toernooi won, waaraan iedereen meedeed.”

Pag.13: Strandvakantie vormde basis voor ongekend schaaksucces

De beste speler van het moment zal Anatoli Karpov naar zijn zeggen blijven totdat zich een vergelijkbaar evenement als 'Linares' voordoet. Of wanneer hij de kans krijgt een match te spelen. Die zin, tussen neus en lippen uitgesproken, schept enige duidelijkheid. Op het laatste FIDE-congres werd het voorstel aangenomen dat de wereldkampioen voortaan zijn titel ook tussendoor op het spel mag zetten. Zo neutraal mogelijk stelt Karpov: “Als de voorwaarden goed zijn, zou dat ook tegen Kasparov kunnen zijn.” Na zijn overwinning op Timman in Jakarta verklaarde Karpov dat niet hij maar juist Kasparov behoefte zou hebben aan zo'n supermatch. Triomfantelijk verschijnt er een grijns op zijn gezicht. “Die heeft hij nu nog veel harder nodig.”

Aan het begin van het gesprek vertelt Karpov vertederd over het moment dat later profetische vormen aannam: “Nadat ik hier in Linares ook mijn tweede partij had gewonnen, kwam ik in de lobby van het hotel toernooi-organisator Rentero tegen. Het is bekend dat die geëmotioneerd raakt door winstpartijen. Enthousiast vroeg hij me waarom ik niet mijn eerste zes partijen won.” Karpov lacht breed. Want zo geschiedde en pas in de zevende ronde moest hij zijn eerste remise afstaan aan Gari Kasparov.

De uiteindelijke reeks van negen winstpartijen, naast zegge en schrijve vier remises die de FIDE-wereldkampioen in het sterkste schaaktoernooi ter wereld liet aantekenen, doet nog steeds ongeloofwaardig aan. In de laatste ronde knoopte hij als toegift Kasparovs vriend Beljavski op: in twintig zetten. Alsof het Karpovs verjaardag was besloot Kasparov zijn optreden in Linares met een nederlaag tegen Lautier.

Het is niet de plicht van een kampioen om versteld te staan van zijn eigen kunnen, maar Karpov klinkt oprecht wanneer hij antwoordt dat hij vanaf zijn eerste dag in Linares een goed gevoel had. Zijn zelfvertrouwen was niet het gevolg van een lange trainingsstage, maar van enkele dagen volstrekte rust. “Vijf dagen lag ik op Gran Canaria aan het strand zonder één seconde aan schaken of politiek of wat dan ook te denken.”

De verzamelde zonne-uren deden wonderen: “Zelfs een ongunstige loting kon me niet van mijn stuk brengen. Ik trok een laag lotingsnummer, waardoor ik een extra partij met zwart had en bovendien had ik in mijn partij tegen Kasparov zwart. Toch voelde ik geen enkele teleurstelling. Ik vond het belangrijker dat ik steeds de tegenstanders zou krijgen die Kasparov een ronde eerder had gehad. Hij zou ze door de mangel halen en daarna mocht ik.”

Slechts één keer flitste het door hem heen dat er gevaar loerde als hij niet bij de les bleef. “Nadat ik tegen Sjirov de winst had gemist realiseerde ik me dat ik op moest blijven letten. Mijn tijd goed moest indelen en mijn varianten goed doorrekenen.” Karpov lacht andermaal welwillend, zoals hij de afgelopen dagen al heel wat heeft gelachen. Toch gaat er ook venijn schuil achter zijn gezicht. Het moment is te mooi om niet optimaal uit te buiten in zijn eeuwige controverse met Kasparov. Vooralsnog blijft onduidelijk hoe hij denkt te manoeuvreren. In ieder geval lijkt hij niet van zins om zijn gestegen geloofwaardigheid als FIDE-wereldkampioen aan te wenden om de waarde van Kasparovs PCA-titel in twijfel te trekken.

Wanneer hij eraan wordt herinnerd dat Kasparov het toernooi in Linares verleden jaar bestempelde tot het officieuze wereldkampioenschap, hapt Karpov gretig toe. “Het zou interessant zijn om te horen hoe hij daar nu over denkt.” De messen komen alsnog op tafel wanneer Karpov de prestaties van de overige deelnemers belicht. Het debuut van Judit Polgar verliep teleurstellend voor de sterkste schaakster. Volgens Karpov omdat ze volkomen gedemoraliseerd was na het incident in haar partij tegen Kasparov.

De vraag of Kasparov al dan niet zijn paard losliet voordat hij het haastig naar een veiliger veld speelde, heeft belachelijke proporties aangenomen. De videoband waarop volgens de makers te zien is dat Kasparov het paard daadwerkelijk los had gelaten, werd op verzoek van organisator Rentero van Madrid naar Linares gebracht. Tegelijkertijd stelde Rentero een verklaring op dat hij zelf gezien had dat Kasparov niets verkeerds had gedaan en dat hij de vertoning van de band verbood! Zonder een spoor van gêne vertelde hij vervolgens dat hij hoopte dat zijn verwarrende gedrag veel publiciteit zou opleveren.

Voor Karpov is het allemaal duidelijk. Kasparov werd niet bestraft omdat de arbiter, Carlos Falcon, ook een vooraanstaand PCA-arbiter is. Uit de mond van Karpov, die in het verleden zijn eigen scheidsrechter placht mee te nemen naar Linares, klinkt deze beschuldiging aan het adres van de als onkreukbaar bekend staande Falcon opmerkelijk. Dat vindt hij zelf geenszins. “Hoeveel PCA-toernooien zou Falcon nog mogen leiden als hij hier had ingegrepen en Kasparov zijn blunder had laten uitvoeren?”

Evenmin betreurt hij achteraf zijn uitspraak dat Beljavski in de voorlaatste ronde opzettelijk ging verliezen van Kasparov. Ook al werd die partij remise. “Ze zaten de kat uit de boom te kijken. Als ik van Anand had verloren zou die partij een andere uitslag hebben gehad. Nu had dat geen zin meer.”

Ondanks deze uithalen naar zijn vaste doelwit Kasparov voelt Karpov er weinig voor om te praten over de controverses tussen de FIDE en de afgescheiden spelersbond PCA. Net zo min als hij een match tegen Kasparov als een mogelijke oplossing ziet in deze controverse. “Dat zie ik niet zo, omdat Kasparov erop uit is de FIDE te vernietigen en van de PCA de enige organisatie te maken. Ik ben geen blinde aanhanger van de FIDE, maar we hebben zo'n internationale organisatie nodig. De PCA bestaat slechts voor een kleine groep. Zij zullen nooit iets doen voor jeugd- of vrouwenschaak. Wij kunnen niet lijdzaam toezien en zullen moeten optreden om duidelijkheid van hun te krijgen over hun plannen.”

Van zijn collega's verwacht hij niet veel steun: “De meesten zien geen enkel gevaar en kijken waar ze een graantje mee kunnen pikken. Helaas hebben de meeste grootmeesters geen tijd om hun hersenen te gebruiken buiten het bord.” Dat vond Kasparov een dag eerder ook al toen hij klaagde over het gebrek aan steun dat hij ondervond bij zijn streven de schaakwereld te professionaliseren. Omdat naar zijn zeggen 99 procent er niets van begreep. Hebben we dan eindelijk een punt gevonden waarover Kasparov en Karpov het eens zijn? Karpov lacht instemmend, maar kijkt wel uit om dat uit te spreken.

    • Dirk Jan ten Geuzendam