Japanse concurrentie klaar voor Motorola

TOKIO, 15 MAART. De Amerikaanse ambassadeur, de Amerikaanse handelsgezant, de Amerikaanse president, om het hardst sloegen ze zich op de borst. Zie je wel, Amerikaanse druk helpt. Japan was zaterdag door de knieën gegaan. Het bedrijf Motorola zou voortaan meer draagbare telefoons kunnen slijten op de Japanse markt.

Altijd juicht Amerika na zo'n handelsakkoord met Japan. De Japanse reacties waren dan ook voorspelbaar. Er is geen sprake van dat Japan zich garant stelt voor een bepaald marktaandeel voor Motorola, zei een topambtenaar. De Japanse regering zou alles doen wat in haar vermogen ligt om te verzekeren dat het akkoord soepel wordt uitgevoerd. Maar als beide landen verschillende betekenissen hechten aan het akkoord, kwam dat doordat Washington het verkeerd interpreteert, aldus de bureaucraat.

De kwestie-Motorola is een schoolvoorbeeld van Japanse discriminatie jegens buitenlandse bedrijven. In het kort: hoewel Japan beloofde dat de markt voor draagbare telefoons voor iedereen toegankelijk zou zijn, verdeelden de bureaucraten van het ministerie van post en telecommunicatie het land in twee segmenten. Voor de aanleg van de benodigde infrastructuur werden aparte vergunningen verstrekt. Dat leidde tot twee verschillende systemen. Het ene systeem paste wel, het andere niet op de technologie van Motorola. Zodoende viste Motorola op het drukke traject Tokio/Nagoya achter het net. Daar werd een Japanse bedrijf monopolist. In het andere segment wist Motorola een marktaandeel van vijftig procent te behalen.

Voor de gebruiker ontstond de rare toestand dat hij met een draagbare telefoon van Motorola niet kan bellen in het andere gebied, en omgekeerd. Het akkoord van zaterdag belooft Motorola per 1 april toegang tot het andere marktsegment. Daartoe zou IDO, het Japanse bedrijf dat er de infrastructuur verzorgt, flink wat (159) stations bouwen, waarop de technologie van Motorola toepasbaar is. De uitbreiding ten behoeve van de monopolist, Docomo, een dochter van telecommunicatiegigant NTT, wordt voorlopig stilgelegd.

Aanvankelijk verzette IDO zich tegen de bouw ten behoeve van Motorola. Het bedrijf zit diep in de schulden en zei geen geld te hebben. Het zou nu geld lenen van de Japanse Ontwikkelingsbank, waarbij het ministerie van post en telecommunicatie zich garant zou stellen. Bovendien rekent het op hulp van Toyota, die grootaandeelhouder is. Er gaan geruchten dat IDO zich zo diep in de schulden heeft gestoken om vast Docomo een stevig marktaandeel te geven. Tenslotte is het in Japan niet gewoon dat een Japans bedrijf op voorhand kans maakt het te verliezen van de buitenlandse concurrentie.

De ingangsdatum van 1 april valt samen met de deregulering van de Japanse markt. Straks mogen de draagbare telefoons worden verkocht, in plaats van gehuurd tegen (hoge) tarieven die de bureaucraten vaststellen. Dat laatste leidde ertoe dat Japan een van weinige rijke industrielanden is met het laagste aantal draagbare telefoons per inwoner, hoewel Japan de eerste was die de telefoons introduceerde.

Intussen hebben Japanse bedrijven aangekondigd per 1 april ook toestellen op de markt te zullen brengen, als laatste Mitsubishi, dat via een nieuwe dochter hetzelfde systeem zal toepassen als Motorola. En Nissan en Honda richten de ene na de andere joint venture op met hetzelfde doel. Door de recessie overtollig geworden personeel wordt met honderden tegelijk overgeplaatst. Dat betekent dat de concurrentie straks enorm zal zijn op een marktsegment dat al betrekkelijk verzadigd is. Maar één ding staat vast: Motorola wordt niet meer geweerd. Maar anderen ook niet.

    • Paul Friese