Intimiteit met de lezer

Bzzlletin 213, Dichter bij de lezer. Bzztôh, 80 blz.ƒ12,50

Het thema 'poëzie' van de Boekenweek die morgen begint is ook opgepikt door de literaire tijdschriften. Bzzlletin brengt een nummer 'Dichter bij de lezer', waarin een zo te zien volmaakt willekeurig groepje dichters zich voorstelt aan de lezer. Simon Vinkenoog, Hans van de Waarsenburg, Dirk Kroon, Mariet Lems, Diana Ozon, Marijke van Hooff, Arno Breekveld - hier wreekt zich de ontstentenis van belangrijke poëzie in het fonds van Bzzlletins uitgeverij Bzztôh, die zich in toenemende mate toelegt op het publiceren van lekkere, goedlopende titels en eventuele vroegere, literaire idealen volkomen uit het oog lijkt te zijn verloren.

Ron Elshout opent met een artikeltje over gedichten waarin de lezer rechtstreeks wordt aangesproken. “Een boek is een door schrijver en lezer geschapen binnenwereld; wanneer de buitenwereld er ongevraagd in doordringt, begeeft de eerste het, in het ergste geval ontploft hij geluidloos.” Waar Elshout naar toe wil blijft onduidelijk, hij komt in elk geval uit bij Leo Vroman, die 'van alle dichters misschien nog het beste beseft dat lezer en dichter een dierbare ondeelbaarheid vormen'. Als verklaring werpt hij op dat Vroman in het verre Amerika wel een extra grote behoefte aan intimiteit met zijn Nederlandse lezers zal hebben, en daarom in zijn poëzie zo weinig afstandelijk is.

Hans van de Waarsenburg haalt, melig vrolijk, herinneringen op aan voorleesavonden en gesubsidieerde literatuursymposia (ofwel drinkgelagen) in het buitenland. “Word je als dichter-alleen in een provinciestad uitgenodigd dan moet je op je hoede zijn. Het dichten heeft er een grote vlucht genomen, hoewel ik vermoed dat het altijd bestaan heeft en decennia lang als een veenbrand ondergronds heeft gesmeuld. Met de trek van de dichter naar het platteland kwamen de plaatselijke talenten als paddestoelen tijdens een vochtige herfstdag te voorschijn om zich later in een Literair Café of een Literair Platform te organiseren.”

Er staat te veel van dit soort onzin in dit 'Dichter bij de lezer'-nummer van Bzzlletin. De zinnigste opmerking komt van Marijke van Hooff: “Waarom wil de lezer toch altijd zo dicht bij het leven van de dichter komen? Is het niet dicht genoeg, dicht bij de gedichten?”

Wél aardig, en bijtijds nu binnenkort nieuw werk zal verschijnen, is het stuk van Cees van Raak over de mystificaties in de jaren zeventig rond Tymen Trolsky alias Jasper Mikkers. Mikkers dicht tegenwoordig weer onder andere pseudoniemen, misschien omdat hij geniet van de opwinding die steevast ontstaat rond onopgehelderde schuilnamen, misschien ook wel omdat hij anoniem, ver van de lezer-in-den-vleze wil blijven. “De vrees dat 'r (te) vaak een beroep op mijn bereidheid tot deelnemen aan poëziemanifestaties en 't houden van lezingen gedaan zou worden, dat dus 't eigenlijke schrijven in 't gedrang zou komen, was voor mij 'n reden temeer 'n pseudoniem te kiezen.”