In Nusco blijft de machine van het cliëntelisme draaien; Italië breekt moeizaam met politieke tradities

NUSCO, 15 MAART. “Politiek? Daar weet ik niets van”, zegt de man op het bankje. “Ik praat er liever niet over”, antwoordt de vrouw die haar trapje schoonveegt. “Dat moet je maar aan een ander vragen”, mompelt de oude man met zijn hoed op. “Ik ben niet van hier”, beweert de grijsaard in winterjas, die kort daarna drie voorbijgangers groet.

Jong en oud, man en vrouw - in Nusco houden ze hun mond dicht. Elders in Italië worden felle debatten gehouden over de overgang van een oud naar een nieuw politiek bestel, over de keuze tussen links en rechts. Maar in Nusco, een dorpje van een paar duizend zielen hoog op de bergen ten oosten van Napels, laten de meeste mensen zich niet in de kaart kijken. De uitslag staat hier toch al vast. De oude, cliëntelistische machine blijft intact: de begunstiging van de eigen achterban in ruil voor politieke steun. Dat die sinds kort niet meer Democrazia Cristiana heet maar Italiaanse Volkspartij (PPI), en dat de baas officieel niet meedoet, verandert weinig in Nusco.

De macht achter de schermen blijft Ciriaco De Mita, oud-premier, oud-partijleider, geboren in Nusco. Hij is de motor van Irpinia, zoals het berggebied heet waarin dit stadje van ruim vijfduizend zielen ligt. Na de aardbeving in 1980 heeft De Mita ervoor gezorgd dat er jarenlang geld naar Irpinia bleef gaan, ook voor projecten die weinig meer met herstel en wederopbouw te maken hadden. In ruil voor het geld en de banen, die nieuw leven brachten in deze uithoek, vroeg hij stemmen. Daarmee heeft hij weten door te stoten naar de toppen van de landelijke politiek. Hij geldt als een bijzonder intelligent politicus, maar in zijn thuisbasis heerst hij met het verfoeide wapen van het cliëntelisme.

Ciriaco De Mita is zelf nooit van corruptie beschuldigd, maar er loopt een onderzoek tegen hem wegens afpersing en machtsmisbruik in een corruptiezaak. Daarom is er in de campagne geen plaats voor hem. Fel tegenstribbelend is hij opzij gezet, niet door zijn eigen partij, maar door Mario Segni. De voormalige christen-democraat Segni leidt een beweging voor staatsrechtelijke hervorming en vormt samen met de PPI de centrumalliantie die een plaats zoekt tussen het linkse blok onder leiding van de Democratische Partij van Links en het rechtse trio van Berlusconi's Forza Italia, de protestpartij Lega Nord en de neofascistische Nationale Alliantie.

Segni wil geen politici op de lijst tegen wie een onderzoek loopt. De PPI heeft moeten buigen, want Segni is hun waarmerk dat de partij zich echt vernieuwt. Het kost toch al moeite de kiezers daarvan te overtuigen, en als Segni weg zou lopen komt de partij, die sinds de oorlog de politiek heeft gedomineerd, helemaal in de problemen. In de jongste opiniepeilingen schommelen PPI en Segni samen rond de vijftien procent.

In Nusco is het veto van Segni slecht gevallen. De inwoners hebben gedreigd uit protest niet te gaan stemmen en zo het centrum een aantal zekere stemmen te onthouden. De Mita heeft nog even overwogen met een eigen lijst te komen, zoals zoveel politici met een sterke thuisbasis, maar hij kreeg onvoldoende steun. Andere oudgedienden uit Irpinia als minister van binnenlandse zaken Nicola Mancino en het parlementslid Giuseppe Gargani voelden er niets voor om met de partij te breken.

“Voor ons betekent het niet meedoen van De Mita een grote achteruitgang”, zegt een jonge vrouw, een van de weinigen die wel hun mond opendoen. “Het is belangrijk dat we vertegenwoordigd blijven door een politiek zwaargewicht, iemand met een groot prestige. Dan worden we tenminste gehoord. De problemen hier zijn groot, en we hebben alle hulp nodig die we kunnen krijgen.”

“Hier is tachtig procent van de mensen voor De Mita”, zegt een kennis die langskomt en meeluistert. “De Mita heeft veel voor ons gedaan en hij is een intelligente man. Ik vind het jammer dat ik niet op hem kan stemmen.” De nieuwe kandidaat is een beschermeling van De Mita en daardoor is zijn zetel gegarandeerd, maar zijn politieke gewicht is onherroepelijk minder. Nusco vreest dat het weer terugvalt in de vergetelheid.

Op het pas opnieuw betegelde pleintje bij de kathedraal staat een rode vrachtwagen met open laadbak van de Fratelli De Mita. Dit is een bouwbedrijf dat wordt geleid door Michele De Mita. Diens arrestatie vorig jaar wegens criminele samenzwering en financiële fraude vormde het begin van de politieke problemen voor zijn broer Ciriaco.

Het bouwbedrijf van de familie heeft ruimschoots geprofiteerd van de stroom van bouwopdrachten na de aardbeving. Volgens critici van links is het aantal arrestaties wegens corruptie in Irpinia alleen maar betrekkelijk klein omdat de justitie grotendeels in de greep is van de traditionele machthebbers.

Naast de vrachtwagen staan twee oudere mannen gemoedelijk te kletsen. Maar ook zij vallen stil na een politieke vraag. Dan stapt er een jonge man naar me toe die het tafereel van een afstand heeft staan bekijken. Hij pakt me bij de arm en begint te praten. “Iedereen is hier bang”, zegt hij. “Men houdt precies in de gaten wat je zegt. Ik hoor niet bij de clan van De Mita. Maar toen ik een keer voor de televisie iets had gezegd waar ze het mee eens waren, kreeg ik een complimentje. Ze weten het meteen.”

“Het kan mij niet veel schelen, want ik heb toch geen goede verhouding met ze”, gaat hij verder. “Maar die mensen op het plein weten dat je straf krijgt als je de verkeerde dingen zegt. De jongeren praten niet omdat ze hopen een baan te krijgen, de ouderen zeggen niets omdat ze bang zijn hun pensioen kwijt te raken.”

In een voorronde in Irpinia heeft een overweldigende meerderheid zijn voorkeur uitgesproken voor De Mita als kandidaat. Tegenkandidaten waren er niet, want niemand durfde. Het was een vertwijfelde laatste poging van De Mita om zijn hachje te redden, maar zelfs in eigen kring was te horen dat dit overdone was. Irpinia leek wel 'het Bulgarije van Italië', de laatste trouwe provincie in een wankelend rijk. “Dat die mensen niet durven praten, laat al zien dat de steun voor De Mita lang niet zo algemeen is als die cijfers suggereren”, zegt mijn gids. “De mensen hier zijn niet te vertrouwen. In je gezicht lachen ze je toe, maar achter je rug verraden ze je.”

Hij troont me mee het stadje door. Eerst naar de tombe van de beschermheilige van de stad, de buiten Nusco vrijwel onbekende Sint Amato. Dan naar een parkje dat vanaf negenhonderd meter hoogte uitziet op de vallei. Tot in de wijde omtrek zijn nieuwe wegen zichtbaar, viaducten, onnodig ingewikkelde op- en afritten. Dit is de erfenis van De Mita. Beton, denkt de buitenstaander. Werk, denkt de inwoner van Nusco.

We komen langs een oude school waarvan de ramen zijn dichtgemetseld en het dak is gesloopt. De werkzaamheden hebben het onwaarschijnlijke bedrag van meer dan een miljoen gulden gekost. Tijdens de wandeling vertelt mijn gids nog een stukje cliëntelisme uit de praktijk. De gemeente had een typecursus georganiseerd in een stadje met een weinig kansen - een mogelijke springplank naar een beter leven. Maar alleen politieke vrienden en hun kinderen werden ingelicht. Toen het algemeen bekend werd gemaakt en andere mensen zich aanmeldden, kregen ze te horen dat de inschrijving al was gesloten.

We stappen een restaurant binnen waarvan de eigenaar ook slachtoffer van het christen-democratische bewind is geworden. Hij vertelt dat hij een jaar of tien geleden terugkwam met de spaarcenten die hij als gastarbeider in Zwitserland had verdiend, om in Nusco een restaurant te beginnen. “Ik heb meteen laten merken dat ik het niet eens was met de gang van zaken, en toen hebben ze van alles gedaan om me weg te jagen. Zeven jaar heb ik op mijn vergunning moeten wachten. Steeds waren er nieuwe problemen. Als je hier als ondernemer iets wil, moet je meedoen met hen. Hier bestaat een regime dat van cliëntelisme aan elkaar hangt. Als je niet een van hen wordt, proberen ze je failliet te laten gaan.”

“Veertig jaar is hier een politiek van vernietiging gevoerd,” vervolgt hij. “Toen het corruptie-onderzoek 'Schone Handen' op gang kwam, hebben we eventjes hoop gehad. Maar dat heeft niet lang geduurd. De macht heeft heel diepe wortels. Irpinia loopt twintig jaar achter. Wij geloven te veel in de befana [de goede heks die de Italiaanse variant is op Sinterklaas, red.]. Hier zal je hooguit wat kleine wijzingen zien. Voor echte veranderingen is meer tijd nodig.”