'Ik heb me nooit een vedette gevoeld'

PARMA, 15 MAART. Vedette? Frank Rijkaard wil er niets van weten. “Wat moet ik met zo'n benaming? De buitenwereld plakt graag stempels op spelers. Ze doen maar. Ik heb me nooit een vedette gevoeld. Niet bij AC Milan en niet bij Ajax. Ik heb me wel altijd prima gevoeld. Daar gaat het om.”

De logica van een 31-jarige voetballer die alles heeft meegemaakt. Van een cruciale Europa-Cupwedstrijd tegen Parma, morgen, ligt de zestigvoudige international al lang niet meer wakker. “Ik ben wie ik ben, ik voel wat ik voel. En ik voel me niets meer of minder dan een ander. Bij Ajax ben ik gewoon één van de zestien spelers.” Trainer Louis van Gaal denkt er anders over. “Rijkaard geeft Ajax zowel binnen als buiten het veld extra allure. Zijn fysieke verschijning imponeert. Ik vind het knap dat hij ondanks zijn leeftijd en ervaring nog steeds bereid is om in dienst van het elftal te spelen. Rijkaard is dit seizoen de stabiele factor van Ajax. En hij maakt belangrijke doelpunten.”

Een mentor, een coach van de jeugd, is hij (nog) niet geworden. “Dat zit niet in zijn karakter”, stelt Van Gaal. “Frank moet het van zijn dadendrang hebben. En die is nog altijd zeer groot, vergis je niet. Hij heeft de laatste weken een paar mindere wedstrijden gespeeld, maar dat kwam door een flinke verkoudheid. Het is tekenend voor zijn instelling, dat hij gewoon heeft doorgespeeld.”

Rijkaard, die in elk geval tot de zomer van 1995 bij Ajax zijn loopbaan voortzet, voelt niets voor een leidinggevende rol. “Mentor? Ik? Daar streef ik absoluut niet naar. Ik werp me zeker niet op als praatpaal, maar voor een interessant gesprek sta ik altijd open. Harmonie en spontaniteit zijn belangrijk binnen een groep. Met de meeste jongens heb ik bij Ajax een goed contact. Zij luisteren naar mij en ik luister naar hen.”

Rijkaard waakt er angstvallig voor ontevreden over te komen. Maar helemaal happy voelt hij zich op zijn huidige positie rechts op het middenveld niet. “Bij Milan had ik een centrale rol. Ik voelde me lekker in de as van het veld. Maar goed, je hebt met een elftal te maken en met de visie van een trainer. Wat mijn voorkeur is? Daarover laat ik mij niet uit. Ook niet wat betreft het Nederlands elftal.” Wat anderen denken en zeggen, interesseert Rijkaard niet of nauwelijks. “Kritiek mag best. Als Johnny Rep mij de laatste weken niet gretig vindt, moet híj dat weten. Dat is zijn goed recht. Maar ik ken de reden, hij kennelijk niet. Ik zoek nooit naar excuses.”

Zijn terugkeer deze week naar Italië, waar hij uitgroeide tot een wereldster, doet hem ogenschijnlijk niets. Dat markante hoofdstuk in zijn leven heeft hij afgesloten. Vrienden en kennissen heeft hij er nog wel, bezittingen niet meer. Het Italiaanse voetbal volgt hij van een afstandje, via de samenvattingen op de televisie. De Gazzetta Dello Sport, de bijbel voor iedere Italiaanse sportliefhebber, leest hij nauwelijks meer.

In zijn geboortestad Amsterdam heeft Rijkaard zich nu definitief gevestigd. Hij bouwt aan een nieuwe toekomst, misschien wel als jeugdtrainer bij Ajax. Maar voorlopig jaagt hij nog op succes, tegen Parma bij voorbeeld. “Ik richt me volledig op de wedstrijd en op het resultaat. Wat dat betreft, beleef ik het voetbal in Nederland op dezelfde manier als destijds in Italië. Het draait toch allemaal om de wedstrijden. Het gevoel na een goede of slechte prestatie is onveranderd gebleven.”