Het primaat van Lubbers

Het CDA staat onder druk en dus kwam regerend leider Ruud Lubbers afgelopen zondag uit zijn torentje om den volke via het NOS-programma Het Capitool uit te leggen dat met het CDA in de regering succes verzekerd is. Een miljoen meer mensen aan de slag dan tien jaar geleden, meer woningen, meer politie.

Het gesprek kwam echter al gauw op een minder glansrijk onderwerp: de AOW. De oudedagsvoorziening die het CDA reeds veel stemmen en een voorzitter hebben gekost. “Het CDA stelt dat de AOW principieel gehandhaafd moet blijven”, zei Lubbers. “Waar het dus om gaat is absoluut geen discussie over de AOW. Het is een discussie over de bereidheid in de samenleving om inkomens te matigen, te beginnen bij de werkenden en dan de niet-werkenden en dan pas de post-actieven, zoals ik dan de AOW'er noem. Die moet natuurlijk niet slechter behandeld worden.”

Een typisch redenering. Het lijkt wel alsof het CDA de AOW'ers pakt, maar in feite worden juist de lonen van de werkenden bevroren. Als Lubbers geen opvolger van Delors wordt, kan hij altijd nog hoogleraar in de economie der lage landen worden.

In simpel Nederlandse gaat de redenering van Lubbers namelijk als volgt. Om te bereiken dat AOW'ers er niet meer in koopkracht op achteruit gaan dan werkenden moet de AOW eerst worden bevroren. Deze nullijn voor bejaarden zorgt ervoor dat werkenden en niet-werkenden minder AOW-premie hoeven te betalen. En dat brengt een nullijn voor de lonen dichterbij. Een gouden truc, die eerder in 1983 werd toegepast. Toen werd de AOW zelfs eenmalig met 3 procent verlaagd en vervolgens voor de rest van het decennium bevroren. Deze hardvochtige, bejaardenvijandige maatregel leidde niet tot een nullijn voor de contractlonen. Die stegen in de periode 1984-1989 met gemiddeld 1 procent per jaar.

Wat in het verleden niet is gelukt, hoeft voor de toekomst niet onmogelijk te zijn, redeneert Lubbers. Hij stuit in zijn idealisme echter op het nuchtere Centraal Planbureau. Wat zegt dit rekeninstituut bij monde van directeur Gerrit Zalm? “Wij verklaren de loonontwikkeling aan de hand van ervaringen die we met name de laatste twintig jaar hebben opgedaan. Welnu: zelfs in de gouden loonmatigingsjaren 1984-1989 was er geen sprake van een nullijn. Politici streven nu een nullijn voor de lonen na. Dat is een begrijpelijke wens, maar die nullijn komt niet uit onze berekeningen.”

De ervaringen van de afgelopen decennia wijzen uit, dat ook al dalen de uitkeringen en de ambtenarensalarissen, dan nog nemen de vakbonden geen genoegen met een bevriezing van het contractloon en zijn werkgevers best bereid meer te betalen. Lubbers weigert hier echter genoegen mee te nemen en stelt het primaat van de politiek boven dat van de economie. “Waar ik mij zeer tegen verzet”, zei hij in Het Capitool, “dat is tegen wat ik maar noem het Centraal-Planbureau-denken. De politiek, wij samen in Nederland, kunnen best tegen elkaar zeggen: 'Laten we nu eens niet aandringen op algemene salarisstijgingen; alleen daar waar iemand meer werkervaring krijgt of een diploma haalt komt er iets bij; is dat niet het geval, dan zijn we tevreden met de guldens die we hebben'. Daar kan je invloed op uitoefenen. Het is cynisch en negatief om te zeggen dat dat niet kan.”

Even later haalde Lubbers nog eens uit naar het Planbureau, wanneer de interviewers stellen dat het ontzien van de AOW'ers ten koste gaat van de werkgelegenheid. Je kunt het geld immers maar een keer besteden: of aan koopkracht voor bejaarden, of aan lastenverlichting ten behoeve van meer werkgelegenheid. “Modelmatig is dat ongetwijfeld waar”, antwoordt Lubbers. ”Het Centraal Planbureau gaat ervan uit dat mensen die in Nederland een baan hebben, met hun vakbonden, niet beschikbaar zouden zijn voor inkomensmatiging. (...) Het CPB zit met dat cynisme naar mijn gevoel niet op een goede lijn. Als je niet gelooft dat vakbonden en mensen solidair willen zijn met elkaar, dus ook met de AOW-er en de bijstandsmoeder, dan is dat de dood in de pot. Daar moet je niet aan toegeven.”

De directeur van het CPB Zalm begrijpt de redenering wel, maar zegt: “Lubbers wil meer loonmatiging dan in het verleden in vergelijkbare situaties tot stand is gekomen. Dat is zijn goed recht als politicus. Het tot stand brengen van een breuk met de relaties uit het verleden is een prima ambitie. Misschien zijn politici daartoe in staat. Wellicht slagen ze erin een sociaal-culturele trendbreuk te veroorzaken, waardoor de lonen ineens wel op nullijn komen. Wij hebben daar echter vooralsnog geen aanwijzingen voor en mogen daar dus niet mee rekenen”.

    • Frank van Empel