Geheim akkoord met Vietnam verduistert lot van krijgsgevangenenOF:

Bij de onderhandelingen over de opheffing van het Amerikaanse handelsembargo tegen Vietnam (die 3 februari een feit werd), is het lot van de vermiste militairen, de POW/MIA's (Prisoners of War/Missing in Action) altijd een van de voornaamste struikelblokken geweest. Volgens Pentagon-opgaven zijn er ruim 2300 vermiste Amerikaanse soldaten uit de oorlog in geheel Indochina. Het beëindigen van het embargo ging gepaard met de eis dat Hanoi serieus zou proberen tot een oplossing te komen van alle POW/MIA gevallen.

De POW/MIA problematiek is niet iets dat specifiek met Vietnam te maken heeft. Als we dit vraagstuk in een politiek-historische context zetten dan zorgde de interventie door Amerikaanse troepen in Noord-Rusland in 1918-'19 al voor honderden POW/MIA's. In de Tweede Wereldoorlog werd dat aantal nog groter: ten minste 20.000 Amerikaanse soldaten raakten vermist. Tijdens de Korea-oorlog in 1950-1953 verdwenen 8000 Amerikaanse soldaten. In het diepste geheim wordt hierover nog steeds tussen Amerikanen en Noordkoreanen onderhandeld. Ook spreekt de VS nog met China: dit land liet nog in 1973 twee soldaten vrij die meer dan twintig jaar gevangen waren gehouden.

In de Sovjet-Unie zouden honderden POW/MIA's terecht zijn gekomen, vooral vliegers en technische specialisten van Amerikaanse spionagetoestellen die sinds 1945 onafgebroken in het Sovjet-luchtruim actief waren. De Sovjet-luchtafweer heeft tussen 1945-1970 ruim dertig toestellen neergehaald. Ruim 150 man wisten zich waarschijnlijk te redden met hun parachute. Washington deed toen niets gezien het geheime karakter van de missies. Eind vorig jaar werd in Armenië het wrak opgegraven van een in 1958 neergeschoten Lockheed EC-130 spionagevliegtuig. Het toestel had zeventien bemanningsleden en afluisterspecialisten aan boord. Zes lichamen zijn overgedragen, elf man staan nog steeds als POW/MIA te boek. Er is thans Amerikaans-Russisch overleg gaande over mogelijke overlevenden.

Wat betreft Vietnam is de POW/MIA-kwestie aan Amerikaanse zijde eind 1991 door diverse gebeurtenissen in een stroomversnelling geraakt. Er verschenen onder meer foto's van drie vermiste militairen, maar die waren vervalst. De publiciteit leidde tot hernieuwde belangstelling van het Amerikaanse Congres. Die werd mede aangewakkerd door het vertrek van kolonel Millard Peck als directeur van het speciale MIA-bureau van het Pentagon. Peck beschuldigde het Pentagon ervan gegevens achter te houden over nog levende MIA's. Zo zou men satellietfoto's hebben van POW/MIA's. Ook hadden afluisterstations veel Vietnamees communicatieverkeer onderschept waarin werd gerefereerd aan POW/MIA's.

Sinds 1991 is de officiële opstelling aan Vietnamese zijde toeschietelijker geworden. Hanoi had immers belang bij normale relaties met Washington. Er kwam zelfs een Amerikaans-Vietnamese eenheid die op zoek ging naar wrakstukken en in Hanoi werd een kantoor voor de opsporing van vermiste militairen geopend. Tegelijk met de opheffing van het embargo kondigde Clinton aan dat deze acties opgevoerd zullen worden. Ook is de hulp van Laos verkregen en gezamenlijke teams zullen het grensgebied tussen Laos en Vietnam bezoeken.

De intrigerende vraag blijft: zijn er nog MIA's in leven? Washington heeft dit altijd ontkend. Toch valt daar wel wat op af te dingen. Aan Amerikaanse zijde heeft men nooit veel moeite gedaan om deze zaak voorgoed uit de wereld te helpen. Daar komt nog bij dat Hanoi de deur altijd op een kier heeft gehouden. Men ontkende MIA's gevangen te houden, maar gaf toe geen directe controle over afgelegen bergdistricten te kunnen uitoefenen. Begin 1992 gooide de ex-KGB-generaal Oleg Kaloegin olie op het vuur door te verklaren dat de KGB in 1978 nog drie Amerikanen had verhoord in Hanoi.

Waarom die afhoudendheid aan zowel Amerikaanse als Vietnamese zijde? De kern van het probleem is de geheime belofte van Nixon/Kissinger 3,25 miljard dollar aan herstelbetalingen uit te keren aan Vietnam. Die belofte is nooit ingelost. Progressieve Amerikaanse kringen beweren dat Hanoi daarom uit vergelding MIA's gevangen heeft gehouden. Deze stellingname bewijst dat de MIA-kwestie geen exclusieve aangelegenheid van de conservatieven is, zoals vaak wordt beweerd.

De gereserveerdheid is verder terug te voeren op Kissingers officiële verklaring dat geen enkele soldaat was achtergebleven. Senator John Kerry heeft dit met een commissie uitgezocht. Hun conclusie: Kissinger wist bij het afronden van zijn gesprekken met Noord-Vietnam dat er nog soldaten gevangen zaten. De meeste MIA's zullen overleden zijn maar het is niet uitgesloten dat sommigen nog leven. Veel piloten zijn veilig met hun parachute geland. Vaak hadden zij nog radiocontact of werden zij door collega's gezien voordat zij gevangen werden genomen. Neem kolonel David Hrdlicka die zich in 1965 boven Laos kon redden. Later verscheen een foto in de Sovjet-pers van hem in gevangenschap. Of kapitein James Crace die in 1968 werd neergehaald. Hij kwam later in levenden lijve voor in een Sovjet-propagandafilm over de oorlog in Vietnam.

Voor alle POW/MIA-familieleden is te hopen dat er nu snel duidelijkheid komt. Daarom was het besluit om het embargo op te heffen een verstandige daad. Een verdere toenadering tussen Vietnam en de westerse wereld kan alleen maar bijdragen tot het helen van de vele wonden. De belangrijkste voorwaarde is serieuze bereidheid aan beide kanten om volledige opening van zaken te geven. Dit zal het genezingsproces aanzienlijk bevorderen.

    • Cees Wiebes