Garnizoensdienst

Soms maken wij kennis met een echtpaar waarvan wij al bij de eerste oogopslag zien dat de man moeite heeft moeten doen de vrouw te krijgen. Als overmoedig meisje heeft zij misschien aanvankelijk niet met hem willen trouwen, omdat zij over nog heel andere kansen meende te beschikken dan over het aanbod van deze aanhoudende heer die geen koning, keizer of schuttermajoor bleek te zijn, maar een eenvoudige zakenman met een aantrekkelijk inkomen. Een dergelijk echtpaar hoeft niet jong en evenmin doodongelukkig te zijn.

Een vrouw is in staat de genadigheid, waarmee zij haar jawoord heeft gegeven, een leven lang bespeurbaar te maken. Allen kennen wij oude dames die erin zijn geslaagd het gevoel van verwachting en de hoffelijkheid die zij als meisje hebben gewekt, tot in haar ouderdom te doen voortduren, onbeschadigd door de ondermijnende praktijk van amoureuze toenadering, uitputtend kraambed en ontnuchterend samenzijn. Deze vrouwen, meestal grote egoïsten, behouden tot op hoge leeftijd iets meisjesachtigs, zelfs iets maagdelijks, alsof zij onverlet zijn gebleven van alles waardoor zij in een lang leven worden bezoedeld maar waardoor wij tegelijk bewijzen dat zij niet voor niets hebben geleefd. Zij zetten de onaantastbaarheid voort tot op het sterfbed. Pas dan zouden zij hun bruidssluier mogen dragen.

De kennismaking met een dergelijk echtpaar heeft op mij een tegelijk ontnuchterende en amuserende uitwerking. Het doel van het huwelijk, of van een voortgezette verhouding, dat in een versmelting van tegenstrijdige belangen is gelegen, schijnt mislukt. De tegenstrijdigheid duurt voort in een vorm die zich niet als een duidelijk conflict aftekent, zodat een scheiding er een eind aan zou kunnen maken, maar integendeel als een absurde verstrengeling van tegenstellingen die onverenigbaar blijven. Het dodelijke gevecht, waarmee vaak al kort na de trouwdag een begin wordt gemaakt, blijft uitgesteld, hangt in de lucht als een mogelijkheid waarvoor man en vrouw terugdeinzen. De strijd blijft tot voorbereiding, eindeloos herhaalde terreinverkenningen, disciplinaire oefening en ingewikkelde altijd enigszins kinderlijke en komische manoeuvres beperkt. Er wordt niet gestreden maar geparadeerd, dienst geklopt, corvee verricht. Man en vrouw lopen voortdurend gevaar (hun enige werkelijke gevaar) elkaar belachelijk te maken. Het is niet de grimmige belachelijkheid waarmee een rechtgeaard huwelijk ons vertrouwd maakt, maar een parodistische kluchtigheid die wij alleen van kinderen verdragen, wanneer zij het leven van volwassenen nabootsen.

Dergelijke huwelijken leven van geruchten in plaats van oorlogsverklaringen. Omdat er nooit werkelijk gestreden wordt, vindt er ook nooit een echte verzoening plaats. De kortstondige vrede, waarom het bij onze amoureuze twisten begonnen is, blijft deze partners onthouden. Zij kennen niet de onweerachtige ontladingen en bliksemende zuiveringen van de lucht waardoor de weg voor nieuwe verwikkelingen wordt vrijgemaakt. Zij blijven onkundig van de seizoenswisseling waardoor in iedere verhouding de winter plotseling in lente of zomer verandert - of omgekeerd.

Zij leven in een bestendig irreëel uitgesteld jaargetijde. Daardoor komt het dat zij niet lijken te verouderen, hoewel zij, evenals wij, grijs worden, vooroverknakken, verdrogen en elkaar uithollen zonder er zich blijkbaar voor te hebben ingespannen. In werkelijkheid moeten ook zij natuurlijk van zichzelf het uiterste vergen, onafgebroken en zelfs meer dan wij die elkaar in ogenblikken van grootmoedige verdraagzaamheid toestaan van elkaar uit te rusten. Hun huwelijk kent rust nog duur, ondanks de bedrieglijke irenische gelijkmatigheid en de onwaarschijnlijke volharding waarmee man en vrouw zich voorbereiden op een geluk dat nooit komt, nadat het ook nooit heeft bestaan.

Tot aan hun dood herhalen deze echtelieden de gebaren en gevoelens waarmee jeugdige verliefden zich oefenen voor een leven waarvan zij slechts een gebrekkige voorstelling hebben. De denkbeeldige wapens worden iedere dag blank gepoetst. De zinnebeeldige uniform blijft zonder smet of kreuk. De ziel behoudt een kinderlijkheid even ongeloofwaardig als de strijdlust van generaals die hun medailles in de garnizoensdienst of aan de krijgsschool hebben verworven, zonder zich ervoor te schamen ze bij iedere gelegenheid op de tanende borst te dragen.

    • Adriaan Morrien