Frima-zout gaat met subsidie aan de slag

HARLINGEN, 15 MAART. Het ministerie van economische zaken heeft, drie jaar na de aanvraag, de zoutfabriek in oprichting Frima in Harlingen een subsidie van 12,5 miljoen gulden toegekend. Zonder deze IPR-subsidie (Investerings Premie Regeling) zou het zoutprojekt, dat een totale investering vergt van 130 miljoen, niet zijn begonnen. Economische Zaken aarzelde aanvankelijk over het toekennen van het IPR-geld.

In opdracht van het ministerie bestudeerde oud-minister H. Langman de afgelopen maanden de door Frima afgesloten contracten met toekomstige afnemers. Volgens een woordvoerder van EZ was Langman positief over de levensvatbaarheid van het zoutproject. Eind deze maand wordt in het concessiegebied Barradeel bij Harlingen begonnen met proefboringen op ongeveer 2500 meter. Per jaar moet er 1,2 miljoen ton vacuümzout uit de Friese bodem naar boven worden gehaald. De zoutfabriek, die wordt gebouwd op het industrieterrein van Harlingen, levert 60 directe en 90 indirecte arbeidsplaatsen op.

Het Frima-project is een initiatief van de Harlinger zouthandelaar G. Talman. Participanten zijn onder meer het energiebedrijf Nuon, dat bij de fabriek een warmtekrachtinstallatie wil bouwen (totale investering 110 miljoen) en de participatiemaatschappij Nesbic Agritech. Akzo heeft altijd geprotesteerd tegen de bouw van de fabriek.