EU moet Spaans en Brits verzet nog breken

Vandaag ondernemen de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie een nieuwe poging de onderhandelingen over de uitbreiding van de Unie met Zweden, Oostenrijk, Finland en Noorwegen tot een goed einde te brengen. De struikelblokken zijn nog steeds zevenduizend ton Noorse kabeljauw die door Spanje wordt opgeëist en het Spaans-Britse verzet tegen de verandering van de stemverhoudingen in de ministerraad.

BRUSSEL, 15 MAART. Als alles goed was gegaan, was voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie gisteren en vandaag in Detroit aanwezig geweest op de grote, door de Verenigde Staten georganiseerde werkgelegenheidsconferentie. Dan had Delors vol zelfvertrouwen kunnen voordragen uit zijn eigen Witboek over 'groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid' - zijn 167 pagina's tellende plan van aanpak dat afgelopen december dankbaar werd goedgekeurd op de Europese top van regeringsleiders, en waarover president Clinton (“inspirerend”) afgelopen januari bij zijn eerste bezoek aan Brussel nog in zulke opvallend lovende bewoordingen had gesproken.

Maar het is niet goed gegaan, en daarom is Delors noodgedwongen in Brussel gebleven. In zijn gezelschap ondernemen de ministers van buitenlandse zaken uit de twaalf lidstaten van de EU vanmiddag een ultieme poging om de voorgenomen uitbreiding met Zweden, Finland, Oostenrijk en Noorwegen tot een goed einde te brengen. Met de eerste drie landen werd twee weken geleden al overeenstemming bereikt, maar met de Noren liep het tijdens twee marathonzittingen mis. Opmerkelijk is daarbij dat niet aspirant-toetreder Noorwegen, maar EU-lidstaat Spanje gebrek aan flexibiliteit, en zelfs “gebrek aan politieke wil” wordt verweten.

Het nog resterende struikelblok in de onderhandelingen betreft ongeveer zevenduizend ton kabeljauw die de regering in Madrid koste wat kost wil ontfutselen aan Noorwegen. Een partij vis met een handelswaarde van zo'n vijf miljoen dollar, voegde de Griekse minister van buitenlandse zaken, Theodoros Pangalos, er vorige week minachtend aan toe. Daarmee gaf de Griek, onder wiens leiding de gesprekken worden gevoerd, ondubbelzinnig te verstaan dat de Spaanse eis in geen enkele verhouding staat tot het hogere politieke doel van de uitbreiding van de EU tot zestien lidstaten.

De Spanjaarden worden niet alleen door Griekenland, maar door vrijwel alle andere EU-lidstaten zwaar onder vuur genomen. Vorige week al belde bondskansalier Kohl met premier González. Minister Kinkel van buitenlandse zaken heeft zich tijdens de onderhandelingen als geen ander ingespannen om Noorwegen, Zweden, Finland en natuurlijk buurland Oostenrijk binnenboord te hijsen, daarmee het grote belang aangevend dat Bonn hecht aan de nieuwe configuratie van het verenigd Europa. Kinkel heeft Spanje in bedekte termen financiële repercussies in het vooruitzicht gesteld indien het star blijft vasthouden. Duitsland zou als belangrijkste contribuant van het EU-budget wel eens dwars kunnen gaan liggen als volgens eerdere afspraken vanaf 1995 extra middelen nodig zijn om de armste 'cohesielanden' te steunen, zo liet hij doorschemeren.

Ook al om die reden wordt er in Brussel van uit gegaan, dat er over de vis wel een akkoord kan worden bereikt. De Noren zouden zich nog iets toegeeflijker willen opstellen, en Madrid zou te paaien moeten zijn met een door Delors uitgedokterd compromis dat er op neerkomt dat Spaanse vissers eerder de vrijheid krijgen, bijvoorbeeld in 1996, om in de Europese wateren te vissen. Toen Spanje en Portugal in 1986 toetraden tot de EG, werd bedongen dat hun vissers tot het jaar 2003 uit de wateren van de andere lidstaten mogen worden geweerd.

Geheel pijnloos is zo'n compromis overigens niet. Vooral de vissers in Bretagne hebben een gruwelijk hekel aan buitenlandse vis, en Parijs staat dus niet te springen om de omvangrijke Spaanse vloot eerder welkom te heten. Los daarvan werd twee weken geleden nog smalend opgemerkt dat Madrid er alleen maar op uit is om alsnog binnen te halen, wat men acht jaar geleden bij de eigen toetredingsonderhandelingen niet wist te bereiken. Als het compromis wordt aanvaard, betekent dat dus een succes voor de Spaanse tactiek om via de band van de Noren de eigen toetredingsonderhandelingen nog eens over te doen.

Nog scherper liggen de tegenstellingen binnen de EU over het vraagstuk van de machtsverhoudingen binnen de Europese raad van ministers. Nu nog zijn 23 stemmen voldoende om in Brussel een blokkerende minderheid te vormen die besluitvorming kan frustreren. Alle lidstaten willen die drempel na de uitbreiding ophogen tot 27 stemmen, met uitzondering van (alweer) Spanje en Groot-Brittannië. Groot-Brittannië heeft de afgelopen weken vastgehouden aan de drempel van 23 zetels. Spanje heeft een iets genuanceerdere opstelling. Voor Madrid hoeft de drempel van 23 stemmen alleen gehandhaafd te worden als dat aantal wordt opgebracht door niet meer dan drie lidstaten. In de praktijk zou dat betekenen dat twee grote landen met de steun van een kleine lidstaat onwelgevallige besluiten kunnen tegenhouden.

Met name de kleine lidstaten, die naar verhouding van hun bevolkingsomvang een overwicht aan stemmen hebben in de Europese ministerraden, voelen zich frontaal aangevallen door Groot-Brittannië en Spanje. Ze vrezen een verzwakking van hun positie in Brussel. Maar ook grote lidstaten als Duitsland en Frankrijk wijzen de eis van Londen en Madrid af, met als argument dat institutionele veranderingen van de EU pas aan de orde komen op de zogeheten 'intergouvermentele conferentie' in 1996, als het Verdrag van Maastricht wordt geëvalueerd en de EU zich moet opmaken voor een nieuwe reeks van uitbreidingen richting Midden- en Oost-Europa.

De opstelling van de Britten en de Spanjaarden heeft de sfeer in Brussel de afgelopen weken danig verziekt. Zonder akkoord over de stemverhoudingen is de hele uitbreiding met Zweden, Finland, Oostenrijk en mogelijk Noorwegen van de baan. Het akkoord kan alleen gesloten worden als de drempel wordt verhoogd naar 27 stemmen; iedere andere uitkomst zal stuiten op het 'njet' van het Europese Parlement.

Van een groot maar relatief arm zuidelijk land als Spanje is wel te begrijpen dat het niet zit te wachten op een verschuiving van de macht binnen de EU in noordelijke richting. Maar bij de Britten wordt het moeilijker een verklaring te vinden voor hun plotseling harde opstelling die de beoogde uitbreiding in gevaar brengt. De regering-Major heeft zich te pas en te onpas voorstander betoond van een EU met zoveel mogelijk lidstaten.

Een verklaring is dat minister Hurd van buitenlandse zaken de stemmenkwestie vooral voor binnenlands gebruik zo hoog opspeelt om de Euro-sceptici in de eigen partij tevreden te stellen. Een malicieuze theorie luidt dat Londen met het aanroeren van de stemverhoudingen een subtiele poging onderneemt om de Frans-Duitse as te ontwrichten. Frankrijk telt (net als Groot-Brittannië en Italië) ongeveer 57 miljoen inwoners en Parijs heeft daarvoor tien zetels in de Europese ministerraad. Duitsland telt sinds de vereniging bijna 81 miljoen inwoners, maar is gewoon blijven steken op eveneens tien zetels. Eigenlijk zou Duitsland dus recht hebben op meer zetels, maar zo'n claim bedreigt ongetwijfeld het delicate politieke evenwicht met Frankrijk.

Mogelijk wordt een uitweg uit de impasse gevonden door een compromis dat (alweer) door Delors op tafel is gelegd. Dat houdt in dat een comité van regeringsvertegenwoordigers, aangevuld met leden van het Europese Parlement, anderhalf jaar de tijd krijgt om de intergoevernementele conferentie van 1996 voor te bereiden. Voor het komende jaar, als de aspirant-leden daadwerkelijk zijn toegetreden, blijft de voorgenomen 'mechanische uitbreiding' naar 27 stemmen gehandhaafd.

Mogelijk wordt zo'n compromis aangevuld met een soort toezegging dat Spanje en Portugal in het 'overgangsjaar' 1995 niet zullen worden geconfronteerd met meerderheidsbesluiten die tegen hun nationale belangen indruisen. Dat zou kunnen door de Spaanse formule toe te passen. Maar de vraag is of dat voor de andere lidstaten acceptabel is. Zo'n oplossing riekt naar een 'Europa à la carte' volgens Deens recept, waarbij nationale gevoeligheden zorgvuldig worden omzeild. Daar tegenover staat dat zo'n uitweg in ieder geval beter is dan het uitbreken van een acute politieke crisis in Brussel. Een patstelling over de stemmenkwestie zou de EU weer diep weg doen zinken in de malaise van na het eerste Deense referendum.

Daarom zal iedereen zijn uiterste best doen om tot een vergelijk te komen en de echte confrontaties uit te stellen tot 1996. Gisteravond kwamen vanuit Londen al signalen dat men bereid was een compromis te aanvaarden. Maar de kleine lidstaten hebben nu in iedergeval een duidelijke waarschuwing gekregen, dat ze over anderhalf jaar keihard zullen moeten vechten voor het behoud van hun positie in het (federale?) Europa. Op de onvoorwaardelijke steun van grootmacht Duitsland hoeven ze dan ook niet meer te rekenen, getuige de uitlating afgelopen week van de Duitse minister van fianciën, Waigel, dat het aantal leden van de Europese Commissie drastisch moet worden ingeperkt.

P. van Gageldonk, auteur van het boek Hand in hand, op pad met de hooligans van Feyenoord. Laatste wedstrijd: Ajax-Feyenoord, 23 februari. “Als ik naar het stadion ga, is dat voor mijn werk.”