El sur, el sol

Mijn Spaans is beperkt. Goedemorgen, een zwarte koffie en een mineraal water met gas alstublieft - dat is zo'n beetje het diepzinnigste wat ik in het Spaans kan zeggen.

Natuurlijk probeer ik zo te leven dat dit gebrek mij weinig last bezorgt en zelfs hier in Spanje is dat eigenlijk verbluffend eenvoudig. Je moet niet ziek worden, geen ongeluk krijgen en niet door andermans tuintje lopen. Voor de rest is er de supermarkt.

De kust is bovendien in hoge mate geïnternationaliseerd. Op het terras bij ons haventje worden allerlei gerechten in het Engels geserveerd. We gaan zitten, wenken een man in een wit overhemd, bestellen iets te drinken en informeren wat we ons moeten voorstellen bij een 'prawn sandwich'.

Oké, zegt de man. Hij loopt weg, blijft staan, keert terug en vraagt, half Spaans half Engels, of wij soms ham of kaas believen. We besluiten blindelings tot kaas. Hij loopt weer weg, blijft weer staan en keert nogmaals terug. Wat wij toch bedoelen met een 'brown sandwich', toast of zo? Maar wij bedoelen 'prawn' en het staat op de kaart, kijk maar.

We zetten onze zonnebrillen op en wachten op een broodje onbekend. Binnen in het etablissement wordt een verhaal verteld. Men barst in lachen uit. Na verloop van tijd krijgen we een sandwich met garnalen. We kijken elkaar eens aan en wat zou het ook, zeg ik, ze denken toch dat we Duitsers zijn.

    • Koos van Zomeren