Bolkestein's zes-puntenplan zorgt voor verwarring

DEN HAAG, 15 MAART. VVD-leider Bolkestein sticht verwarring. Het merendeel van de maatregelen dat hij voorstelt om het aantal asielzoekers drastisch in te perken, is immers al beleid. Dat blijkt uit de reacties van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en staatssecretaris Kosto (justitie). Beide bewindslieden zijn het echter fundamenteel oneens met Bolkestein waar het gaat om het toelaten van uitsluitend vluchtelingen uit Europa tot Nederland.

Zo huldigt het kabinet reeds het door de VVD-leider onderstreepte beginsel dat opvang in de regio voorop moet staan. Kosto verkondigde nog in november op een conferentie van migratieministers in Athene dat de 'migratiestroom' alleen kan worden beheerst door vluchtelingen in de eigen regio op te vangen. Hij stelde voor opvangcentra te creëren in naburige landen, waar asielaanvragen voor onder meer Nederland afgehandeld worden. Ook asielzoekers zonder de juiste reispapieren en degenen die niet meewerken aan terugzending, moeten volgens Kosto naar die centra gaan. Maar Kosto kreeg zijn collega's niet zover hier in Europees verband afspraken over te maken. Bovendien blijkt uit gegevens van de VN-vluchtelingenorganisatie dat 90 procent van de vijftig miljoen vluchtelingen in de wereld al in de eigen regio wordt opgevangen.

Bolkestein wees ook op het beginsel van veilige landen, dat strikter moet worden toegepast. Landen als Roemenië en Tsjechië zijn inmiddels veilig geworden en asielzoekers uit deze landen moeten worden teruggestuurd, vindt hij. Ook hiermee draagt Bolkestein kabinetsbeleid uit. Minister Hirsch Ballin stuurde op 20 januari een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer waarin hij voorstelt asielzoekers uit veilige landen direct terug te sturen. Op dit moment wordt elk verzoek om asiel nog apart behandeld. Als het parlement akkoord gaat met het wetsvoorstel, zullen vluchtelingen uit een land waar ze geen vervolging vrezen onmiddellijk worden teruggestuurd. Alleen verzoeken van vluchtelingen die bijzondere omstandigheden aanvoeren, worden apart behandeld. Dat kan gaan om personen die bijvoorbeeld wegens hun seksuele geaardheid of hun godsdienst worden vervolgd.Maar het voorstel heeft slechts een beperkt effect, omdat de meeste asielzoekers afkomstig zijn uit onveilige landen als voormalig Joegoslavië, Somalië, Iran en Irak.

Ook de opvatting van Bolkestein dat opvang tijdelijk moet zijn, wordt door het kabinet gedeeld. Dat geldt met name voor vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië, voor wie twee jaar geleden de Tijdelijke Regeling Opvang Ontheemden (TROO) in het leven werd geroepen. Het kabinet ging er daarbij nog vanuit dat de vluchtelingen na het einde van de burgeroorlog naar hun vaderland zouden terugkeren. Naarmate de oorlog verhevigde, achtte het kabinet het steeds minder waarschijnlijk dat ex-Joegoslaven terug zouden gaan en werd de TROO onlangs beëindigd. Ex-Joegoslaven kunnen nu asielverzoeken indienen.

In Europees verband wijzen Nederlandse bewindslieden herhaaldelijk op de noodzaak om tot een evenwichtiger verdeling van het aantal asielzoekers te komen, één van de zes punten van Bolkestein. Engeland bijvoorbeeld, dat een zeer restrictief toelatingsbeleid voor vluchtelingen voert, kan echter niet worden gedwongen grotere aantallen vluchtelingen op te nemen. Hetzelfde geldt voor Frankrijk, dat net zoveel vluchtelingen opneemt als Nederland. Het kabinet is met Bolkestein voorstander van harmonisering van asielwetgeving in Europa - een proces dat een lange adem vergt. En het laatste punt van de VVD-leider, het actief opsporen en uitwijzen van illegalen, gebeurt al. “Tenzij hij razzia's bedoelt. Dat doen we niet”, zegt een woordvoerder van het ministerie van justitie.

Ondanks dit aangescherpte beleid kende Justitie de afgelopen jaren een stijgend aantal asielzoekers de A-status (erkend vluchteling) toe. In 1990 kregen 694 mensen de A-status, in 1991 775 en in 1992 4.923. Daarentegen wees Justitie ook een stijgend aantal aanvragen tot verblijf af. In 1990 wezen ambtenaren 8.999 verzoeken af, maar in 1992 was dit opgelopen tot 20.304. In totaal liep de hoeveelheid asielaanvragen die door het ministerie van justitie werden behandeld op van 10.550 in 1990 tot 32.118 in 1992. Dat is tevens het laatste jaar waarvan het departement een dergelijk overzicht beschikbaar heeft. Vorig jaar dienden 35.399 mensen een asielaanvraag in.

Door de onverwachte toename dreigt de opvang van de asielzoekers spaak te lopen. De tijdelijke opvang in hotels, pensions en plezierboten zit vol. En het toeristenseizoen staat voor de deur; over twee weken openen de hotels de deuren weer voor de toeristen en hervatten de plezierboten hun reisjes langs de Rijn. De vluchtelingen moeten dientengevolge vertrekken. De Centrale Opvang voor Asielzoekers, onderdeel van WVC en verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers, schat dat medio april circa zesduizend plaatsen verloren zijn gegaan. Voor tweeduizend vluchtelingen zegt de COA nog geen nieuw onderdak te hebben. “Eventueel moeten we hen in tenten onderbrengen”, aldus een woordvoerder.

Ook de reguliere opvangcentra zitten vol. De doorstroom naar woningen in de gemeenten - zij moeten immers zorgen voor de opvang van een aantal kansrijke vluchtelingen en asielzoekers met een verblijfsvergunning - verloopt moeizaam. De gemeenten maken weinig vordering met de belofte voor 1 mei van dit jaar 30.000 plaatsen voor mensen met een verblijfsvergunning te scheppen. Met nog zes weken te gaan hebben zij slechts 18.500 plaatsen gerealiseerd.