Bolkesteins vader

Bolkestein stelt dat de commandant van kamp Vught in '44 de poorten van dit kamp liet openzetten en alle gevangenen een goed heenkomen mochten zoeken (NRC Handelsblad, 5 maart). Dit gold slechts voor een klein aantal van de gijzelaars uit Sint-Michielsgestel en Haaren, die om een of andere reden naar Vught waren overgebracht, onder wie blijkbaar de vader van Bolkestein.

Van de andere, nog zeer vele gevangenen, werden op 5 en 6 september per 'trein' de vrouwen overgebracht naar Ravensbrück en de mannen naar Sachsenhausen. Enkele zieken en invaliden bleven achter, over wie zusters van het Witgele Kruis zich ontfermden met goedvinden van een paar Wehrmachtsoldaten, die geen gevangenbewaarders waren.

Ik was in die tijd bij de Binnenlandse Strijdkrachten, kring Den Bosch. Er was een plan om het kamp gewapenderhand te bezetten als de geallieerden hun snelle opmars vanuit België zouden voortzetten, maar toen er in de euforie van die dagen (Dolle Dinsdag) berichten binnenkwamen dat zij al voorbij Tilburg waren, bleek de werkelijkheid te zijn dat zij het Albertkanaal nog moesten oversteken. Daardoor konden de Duitsers de gevangenen nog naar Duitsland overbrengen. De heer Bolkestein kon een en ander niet weten, want zijn vader sprak er nooit over, zo blijkt uit zijn verhaal.

    • J.A. Imhoff