Achillespezen

Hoewel ik van nature tamelijk optimistisch in elkaar zit en er (te) vaak van uit ga dat het met mijn medemensen van hetzelfde laken een pak is, moet ik soms tot de bekentenis komen dat meermalen een droef stemmend pessimisme om zich heen grijpt gelijk een olievlek. Een recent voorbeeld: de FIFA wil dat spelers die een tegenstander van achteren tackelen, voortaan een rode kaart te zien krijgen. Het gaat weliswaar nog slechts om een instructie, maar het is de bedoeling dat die binnen afzienbare tijd wordt omgezet in een officiële regel. En de wereldvoetbalbond wenst dat de scheidsrechter bij de snel naderende wereldkampioenschappen in de Verenigde Staten volgens die regels zullen gaan fluiten. Aangezien het gaat om die vreselijke tackles van achteren, waaruit zware blessures kunnen voortkomen en die bijna altijd vallen onder het hoofdstuk aanslagen op zowel de pezen als de sportiviteit, dacht ik in mijn onschuld dat er een grote meerderheid uit de wereld der naast-betrokkenen voorstander van dit initiatief zou zijn. Maar dat zit nog.

Het Utrechts Nieuwsblad heeft een klein onderzoekje gepleegd en daarin staat het 3-2 voor de tegenstanders. Natuurlijk zou het niet al te moeilijk zijn om de keuze der te ondervragen personen aldus te organiseren dat de uitslag 3-2 in het voordeel van de voorstanders zou zijn geweest, maar het is toch niet zonder betekenis dat insiders als Willem van Hanegem en vader en zoon Hans Kraaij werkelijk geen stuk heel laten van het FIFA-plan, terwijl alleen sportpsycholoog Peter Blitz en scheidsrechter Jan Dolstra waardering voor de nieuwe instructie hebben. Van Hanegem wil van elke spelregelwijziging volstrekt niets weten. Hij doet daarbij alsof er voortdurend diverse op het punt staan veranderd te worden en noemt in één adem het eventuele afschaffen van de buitenspelregel (waarvan geen sprake is), het aanpassen van de afmetingen van het speelveld (is niet aan de orde) en klaagt dat men nog onlangs de keepers heeft verplicht tot het leren meevoetballen (prima toch?). “Voetbal is strijd en dat moet je zo laten”, is zijn credo. Het is een heel bedrieglijke geloofsbelijdenis. Natuurlijk moet er strijd zijn, maar met welke middelen? Daarom gaat het. De botte bijl of het floret? Volgens beschaafde regels of op zijn allerprimitiefst? Tackles van achteren kunnen niet correct worden uitgevoerd, tenzij de tegenstander de bal zo ver voor zich uit speelt, dat er bij te komen is zonder diens benen te raken.

Mijn goede vriend Hans Kraaij sr. heeft zich volgens deze publikatie op zijwegen begeven, die er hier even niet toe doen. Hij heeft een wedstrijd gezien (Eindhoven-Telstar) waarin een blijkbaar falende arbiter tot zijn verbijstering een half dozijn gele kaarten heeft verstrekt. “Al die ellende komt door arbiters die echt niet van onecht kunnen onderscheiden.” Dat is zeker waar, maar juist omdat het sommige scheidsrechters maar matig lukt echt van onecht te onderscheiden zou iedere regelwijziging welke het hun gemakkelijker maakt met applaus begroet moeten worden. Nee dus. Ook zoonlief is boordevol kritiek. Hij spreekt van een “schandalig” plan. “Je houdt straks geen speler meer over.”

Ik denk er anders over. De voetballers zullen zich aanpassen en zelden meer jacht maken op de achillespezen van de tegenpartij. Niet uit noblesse, maar uit eigen belang. Napoleon karakteriseerde ooit zijn minister Talleyrand met de woorden “modder in een zijden kous”. Een zijden kous valt in bovengenoemd tafereel niet waar te nemen, maar de modder is aanwezig. Het zou met recht schandalig zijn indien de FIFA op dit punt voor kritiek opzij gaat.

    • Herman Kuiphof