Zedenkomedie vol dubbelzinnigheden en onderhuidse dreiging

Voorstelling: Lief zijn voor Sloane van Joe Orton door Theater van het Oosten. Regie: Leonard Frank. Decor: Jos Groenier. Spel: Cas Enklaar, Els Ingeborg Smits, Wim Kouwenhoven, Chris Tates. Gezien: 11/3, Schouwburg Arnhem. Nog te zien: 16, 17/3 Stadsschouwburg, Amsterdam en t/m 7/5 elders in het land.

Toen Joe Ortons eerste avondvullende stuk, Entertaining Mr. Sloane (1964), in West End, Londens Broadway, in première ging, stuurde de schrijver (1933-67) onder het pseudoniem Mrs. Edna Welthorpe een ingezonden brief naar de Daily Telegraph. Als deze 'walgelijke viezigheid' voor humor door moest gaan: mevrouw Welthorpe was er misselijk van geworden. Ze hoopte dat 'gewone nette mensen' uiteindelijk toch het laatste woord zouden hebben in het theater.

Gewone, nette mensen, de term is niet toevallig. Mevrouw Welthorpe alias Joe Orton wist maar al te goed dat Entertaining Mr. Sloane juist over hen ging. Sloane heeft al iemand vermoord als hij kamers huurt bij Kath, een middelbare, ongetrouwde vrouw. Halverwege het stuk pleegt hij zijn tweede moord, op Kaths vader - om vervolgens wederom vrijuit te gaan. Dat wil zeggen: hij valt in handen van Kath en haar broer Ed, die hem beiden hun bed in chanteren. Hij is hun buit geworden, ze eisen hem ieder om de paar maanden voor zich op. Daarmee worden alledrie personages slachtoffer en dader, allen combineren op een bizarre manier onschuld met gebrek aan moreel besef. En dat is de heersende norm, wilde Orton maar duidelijk maken, hoezeer de keurige façades van de burgerlijke samenleving het tegendeel ook pretenderen.

Terecht heeft Leonard Frank, die het stuk nu onder de titel Lief zijn voor Sloane bij Theater van het Oosten heeft geregisseerd, gewezen op de overeenkomsten met recente incest-affaires. Maar Ortons stuk is toch in de eerste plaats een reactie op zijn tijd, en op het Engeland van toen. En zelfs destijds was hij er, gezien de brief van mevrouw Welthorpe, niet zeker van of het stuk scandaleus genoeg was: wat olie op het vuur kon geen kwaad.

Zeker vandaag is het probleem van dit stuk dan ook niet zozeer de inhoud, als wel de vorm en het genre. Het is een komedie, opgetrokken uit dubbelzinnige handelingen en woordspelingen. Doelend op de seks die zijn inmiddels zwangere zus met Sloane heeft gehad, snauwt haar jaloerse broer Ed haar bij voorbeeld toe: “Toen hij naar binnen ging, verloor hij alle hoop.” Dat is wel enigszins grappig, maar onweerstaanbaar hilarisch is het niet. Het grote gevaar van Orton is dan ook dat de regisseur vertrouwt op de lach - die over het algemeen uitblijft en daardoor bij een verkeerde ritmiek pijnlijke stiltes kan veroorzaken.

Met behulp van Cas Enklaar als de broer en Els Ingeborg Smits als de zus hoedt Frank zijn enscenering voor dat gevaar. Regie, mise-en-scène en spel zijn slechts lichtelijk ontregeld - en in gelijke mate ontregelend. Smits draagt vreemde, stijve jurken en haar haar is in een betonnen, face-lifting wrong op haar hoofd gezet. Intussen doet ze sensueel en maakt ze haar commensaal direct al aan het begin van het stuk met een rare draai van haar lichaam, haar uitgedijde achterste richting zaal, attent op de gordijnen. Haar stem is slechts een klein octaafje te hoog, maar op idiote situaties reageert ze juist weer zo gewoon mogelijk. En de ook uitstekend spelende Enklaar toont: alles is hier mis, maar mis is hier niets.

De onderhuidse dreiging is er en die maakt deze enscenering de best mogelijke van een stuk, waarvan je je kunt afvragen of het nog gespeeld moet worden. Want zelfs of liever gezegd: juist deze geslaagde voorstelling bewijst dat het op z'n hoogst entertaining is.

    • Pieter Kottman