Verdrag laat beperkter asielrecht toe

AMSTERDAM, 14 MAART. Nederland hoeft niet uit het Vluchtelingenverdrag van Genève te stappen als het de aanbeveling van VVD-fractieleider Bolkestein zou volgen om voortaan asielzoekers van buiten Europa categorisch af te wijzen. Weliswaar is het Vluchtelingenverdrag universeel, maar het laat de deelnemende staten een speciale mogelijkheid zich te beperken tot Europa. Dat heeft een historische verklaring; de Europese vluchtelingenstromen na de Tweede Wereldoorlog waren directe aanleiding het verdrag tot stand te brengen.

Bij de ondertekening van het verdrag kreeg ieder land de keus uit twee opties. Het is van toepassing op gebeurtenissen in Europa of op gebeurtenissen in Europa en elders in de wereld. Iedere staat dient volgens artikel 1 B bij toetreding een uitdrukkelijke verklaring af te leggen welke variant het tot de zijne maakt. Nederland heeft het verdrag voor de hele wereld aanvaard, zodat het plan-Bolkestein op dit moment ontegenzeggelijk botst met onze verplichtingen. Maar het is theoretisch mogelijk het verdrag op te zeggen om per omgaande, maar dan alleen voor Europa weer toe te treden, zegt mr. J.A. Hoeksma. Hij is vice-voorzitter van de vereniging Vluchtelingenwerk en publiceerde twee boeken over asielzaken.

De geografische beperking wordt reeds toegepast door Turkije en Malta. Italië heeft hem tot voor enkele jaren gehanteerd, maar heeft zijn deelname aan het Vluchtelingenverdrag alsnog verbreed om niet uit de toon te vallen in de Europese Gemeenschap. De onderlinge afstemming van asielbeleid binnen de Europese Unie is nadrukkelijk gebaseerd op het Geneefse vluchtelingenverdrag in zijn wereldversie. De immigratieministers van de Gemeenschap hebben eind 1992 in Londen echter wel een serie afspraken gemaakt die in de richting gaan van de Europese optie van Bolkestein. Zo zouden asielzoekers met een minimum aan omhaal moeten kunnen worden afgewezen als buiten Europa een land van eerste opvang ook maar enigszins in aanmerking zou kunnen komen. Ook zouden asielverzoeken uit zogeheten 'veilige landen' in beginsel niet in behandeling moeten worden genomen.

Dergelijke afspraken staan op gespannen voet met de kern van het Vluchtelingenverdrag. Dit verplicht immers iedere aangesloten staat zelf te onderzoeken of een asielzoeker in zijn land van herkomst politieke vervolging heeft te duchten, hoe summier ook. De Europese ministers willen dat laatste in elk geval niet uitsluiten, maar Bolkestein gaat een stap verder. De logische consequentie is dat de Europese Unie en bloc het voorbeeld van Turkije en Malta zou moeten volgen. Daarmee zou de Unie internationaal wel een slecht figuur slaan en zijn geloofwaardigheid verspelen bij het nastreven van een regionale opvang van vluchtelingen elders in de wereld. Een dergelijke regionale opvang is sinds jaar en dag reeds het beleid van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN. Maar dat is geen dwingende regel; in het geval van Chili heeft bijvoorbeeld welbewust opvang in Europa plaatsgehad.

Er blijft overigens nog een ander juridisch struikelblok. Behalve op het Vluchtelingenverdrag kunnen asielzoekers ook een beroep doen op het Europees verdrag voor de mensenrechten. De Europese Unie heeft dit als integrerend onderdeel van haar eigen rechtstelsel aanvaard. Het mensenrechtenverdrag bevat weliswaar geen uitdrukkelijke bepaling over asiel maar geeft wel een ieder die onder de rechtsmacht van de verslagsstaten valt een minimale aanspraak niet teruggestuurd te worden naar een land waar hem of haar een direct en ernstig gevaar dreigt. Vluchtelingen hebben daar reeds herhaaldelijk en met succes een beroep op kunnen doen, ongeacht of ze nu uit of van buiten Europa kwamen. Het valt moeilijk voor te stellen dat Nederland vanwege het plan-Bolkestein dit verdrag op zou zeggen, dat nu net als Europese entreekaart geldt voor de nieuwe democratieën van het voormalige Oostblok.

Buiten schot

    • F. Kuitenbrouwer