Verbetering Afrikaanse economie

NAIROBI, 14 MAART. Na tientallen jaren van een verslechterende levensstandaard beginnen in Afrika strenge hervormingsmaatregelen vruchten af te werpen, zo stelt de Wereldbank in een gisteren gepubliceerd rapport. Daarin worden voor het eerst de resultaten in kaart gebracht van zogenoemde Structurele Hulpprogramma's in 29 landen bezuiden de Sahara.

Ondanks de vooruitgang dient nog veel meer te gebeuren om de economische groei daadwerkelijk te herstellen in het armste continent van de wereld. De structurele hulp werkt het beste waar de hervormingen het meest vergaand zijn geweest. Van de 29 landen die van de Wereldbank het recept hebben gekregen voor economische verbetering door soberheid doen zes landen het heel goed. Dat zijn Burkino Faso, Gambia, Ghana, Nigeria, Tanzania en Zimbabwe. Deze zes kennen een gemiddelde groei van bijna twee procentpunten van het bruto nationaal produkt. De groei van industrie en export is in deze zes landen nog spectaculairder, aldus de Wereldbank.

Negen landen lieten geringe verbetering zien, terwijl elf andere landen verder in het slop zijn geraakt. Landen die geen hervormingen hebben doorgevoerd zagen een verslechtering van het bruto nationaal produkt met twee procent per jaar, waardoor er een sterke toename van de armoede was.

De Wereldbank begon met de structurele hulpprogramma's in de jaren tachtig in een poging enige verbetering te brengen in de economische politiek die tot dan toe werd gevoerd en verantwoordelijk was voor een daling van het bruto nationaal produkt van gemiddeld vijftien procent in de periode van 1977 tot 1985. Een aantal landen heeft zich steeds verzet tegen hervormingen met als argument dat een sober beleid de armsten zou treffen en bovendien veel politieke onrust teweeg zou brengen.