Stoorzender blijft aan Coolsingel

En zo had de burgemeester toch nog zijn referendum. Bram Peper begon vorige week zijn derde termijn als burgemeester van Rotterdam in beproefde stijl: met een 'incidentje'. 's Ochtends in Den Haag door de commissaris van de koningin van Zuid-Holland herbenoemd, riep Peper 's middags de journalisten naar de Coolsingel om ze deelgenoot te maken van zijn zege in zijn eigen referendum. Het ging over de nieuwe Rotterdamse luchthaven: 1.223 Rotterdammers waren tijdens de raadsverkiezingen door medewerkers van het Centrum voor Onderzoek en Statistiek gevraagd of ze ook vonden “dat Rotterdam een vliegveld nodig heeft”. Zeventig procent van de Rotterdammers antwoordde bevestigend.

Toegeven, een maatschappelijk debat of een doordachte vraagstelling, dat had bij dit referendum ontbroken. De kiezersenquête was meer een spontane inval bij het begin van een collegevergadering geweest, zo legde de burgemeester uit. In het potje 'bestuurlijke vernieuwing' zat nog 35.000 gulden en de wethouders vonden het ook een puik idee. En zo had men op een achternamiddag in de collegekamer “vol enthousiasme” de enquête samengesteld. De uitslag zou een stempel moeten drukken op het programakkoord van het komende college van B en W, aldus Peper, want de enquête had “referendum-achtige trekken”. “Zeventig procent voor een luchthaven, zeventig procent vóór. Zo'n helder signaal maakte een echt referendum overbodig.”

Enkele weken eerder had de raad lauw gereageerd op zijn voorstel om over Zestienhoven een echt referendum te houden. Dus was er enige irritatie over de wijze waarop Peper alsnog zijn gelijk probeerde te halen. “Een permanente stoorzender”, noemde Herman Meijer van GroenLinks hem. “Hoe haal je het in je hoofd zoiets een referendum te noemen?”, vroeg PvdA-fractievoorzitter Peter Aubert.

Het was weer een van die onverwachte charges die Peper's twaalfjarige burgemeesterschap zo'n kleurrijk verloop hebben gegeven. Na de inschikkelijke, joviale André van der Louw moest Rotterdam lang wennen aan de solo-acties van de verlegen, wat horkerige arbeiderszoon uit Haarlem. Peper maakte er nooit een geheim van met de representatieve kant van zijn ambt weinig op te hebben. “Als ik populair wordt, dan moet ik uitkijken”, verklaarde hij begin jaren tachtig. En toen Peper begin jaren negentig de wijken inmoest om het contact met de burgers te herstellen, had dat iets kunstmatigs: op een tandemfiets, met de gemeentesecretaris achterop.

Maar Peper is ook het gezicht van de Rotterdamse PvdA. En daar klonk onlangs in de wandelgangen enig gemor over Peper's rol in de raadsverkiezingen. Zelf gaf hij bij de vorige week een voor hemzelf wat riskante analyse van de uitslag: “Het persoonlijke weegt steeds zwaarder in de politiek. De PvdA scoorde beter in de deelgemeenten met populaire voorzitters.” Was het verschil tussen Rotterdam en Amsterdam dan misschien ook het verschil tussen Bram Peper en Ed van Thijn, vroeg de Groene Amsterdammer vorige week aan Hans Kombrink. “Peper heeft, in ieder geval lange tijd, in de stad niet zo'n goede naam gehad. (...) Het gaat het laatste jaar beduidend beter, maar z'n sociale functioneren is niet z'n sterkste punt”, antwoordde de aankomende PvdA-wethouder.

Toch werd Bram Peper vorige week zonder rumoer benoemd voor een derde termijn. Het debat over zijn aanblijven was al in 1991 gevoerd, zo luidde de communis opinio aan de Coolsingel, toen het feest van Rotterdam-650 in het water was gevallen. De raad negeerde toen het rapport van de socioloog Zijderveld over dit fiasco, wellicht omdat hij de schuld niet alleen zocht bij een eigengereide burgemeester, maar ook bij een slaperige gemeenteraad. En dat ging te ver. Men feliciteert elkaar aan de Coolsingel liever met Rotterdams daadkrachtige stijl van besturen.

    • Coen van Zwol