SPRINTSTER BRENGT EMOTIES IN BALANS

Zeven maanden lang leefde ze toe naar deze zeven seconden in Parijs. Nelli Cooman verwerkte haar verdriet, overwon haar blessures en overleefde de spanningen. Tot er nog slechts één gedachte overbleef. “Ik ben de beste.”

Alle details tellen. Iedere emotie is onderdeel van de wedstrijd. Nelli Fiere-Cooman weet wat ze nodig heeft om de spanning op de bouwen. Om de agressie te verzamelen die tot ontlading moet komen.

Op haar hotelkamer in Parijs schuift ze zaterdagochtend acht gouden ringen aan haar vingers, waaronder haar trouwring en de verlovingsring van haar ouders. Ze wil op de baan de band met Hans Fiere, haar man en trainer, en de herinnering aan haar in mei 1990 overleden vader bij zich dragen.

Net als in 1989, toen ze in Den Haag haar laatste Europese indoortitel op de 60 meter sprint won, lakt ze vervolgens haar nagels met vier verschillende kleuren. Toen rood-wit-blauw en oranje. Nu is ze vergeten wit mee te nemen en wordt het gouden lak. Ze is meer gespannen dan ooit tevoren. Ze moet kokhalzen en holt voortdurend naar de wc.

Het sportpaleis Bercy in Parijs ligt op loopafstand van het hotel. Om tien uur loopt ze de serie. Met een rampzalig slechte start - een reactietijd van 0.240 seconde, terwijl het in ieder geval minder dan 0.2 moet zijn - maar een redelijke tijd: 7.26. Alleen de Française Patricia Girard is sneller. Cooman klaagt direct bij de organisatie over de onverstaanbare starter. “Het is hier geen pupillenwedstrijd.”

Terug in het hotel belt Henk Kraaijenhof, haar voormalige trainer. “Nelli, loop je eigen race. Girard had een halve valse start, daar hoef je je geen zorgen over te maken”, luidt de boodschap. Cooman luistert. Ze weet dat ze kan winnen en ze zal er van genieten.

De 29-jarige sprintster leek afgeschreven. Ze won de Europese indoortitel al vijfmaal. Eenmaal won ze de wereldtitel. Maar in 1990 ging het mis. In mei overleed haar vader, met wie ze een bijzonder sterke band had, aan een hartaanval. Ze kon de emoties niet verwerken, heeft haar verdriet jaren lang verdrongen. Het lopen ging minder. Onbewust verslapt de training, zegt Hans Fiere: “Ze liep met een remmetje in haar bovenkamer.”

Een serie kwetsuren dwong haar tot nadenken. Ze ging inzien dat ze van haar gouden medailles niet echt had genoten. Atletiek was alles, en daarom niets. Het perspectief ontbrak. Het zijn eenzame jaren geweest, zegt ze nu.

Tijdens de wereldkampioenschappen in Stuttgart 1993, waar ze als toeschouwer op de tribune zat, ging ze voor het eerst in jaren weer eens de kroeg in. Plezier maken. 'Laissez-faire', noemt haar echtgenoot het. Ze reisde voor Artsen zonder Grenzen naar Ethiopië, werkte voor televisie en merkte dat vooral buiten de sport de mensen haar waardeerden als Nelli Cooman, niet als topsportster. Ze houdt nog steeds van Rotterdam, maar verhuisde vorig jaar naar Schouwen-Duiveland waar de huizen te betalen zijn.

Buiten de baan is ze vriendelijk, gemakkelijk en vrolijk. Maar tijdens een toernooi is ze topsportster en is alles ondergeschikt aan haar prestatie. Toen de Nederlandse ploeg woensdag in Parijs aankwam, bleek Cooman haar hotelkamer met een ploeggenote te moeten delen. Dat kan niet. Dus vertrok ze naar een ander hotel. “Met de buitenwereld heb ik niets te schaften. Het is mijn race, het zijn mijn emoties. Ik ga mijn emoties niet meer opkroppen, dat heb ik vier jaar gedaan. Na de dood van mijn vader heb ik bijna niet meer gehuild. Nu wil ik het laten zien. Die Nelli is er nog, en die emoties ook.”

In juli 1993 werd ze geopereerd aan haar rechterknie. De artsen verwijderden twee stukken kraakbeen. In september stond ze voor de keuze. Stoppen of doorgaan. Maar de beelden van Stuttgart zaten in haar geheugen gegrift. “Ik wil weer scoren in Parijs”, nam Cooman zich voor. Winnen is gratis dronken worden. Ze mocht trainen in een lange gang in het Rotterdamse Ahoy'. Ze mocht de drie weken voor het kampioenschap logeren in het Zuiderparkhotel.

Die steun maakt haar gelukkig. Aan die steun denkt ze, zaterdag in Parijs. Om vier uur de halve finale. De tijd is al beter (7.19) dan in de serie. Het vertrouwen groeit. Alleen die Française is weer sneller. Om tien voor zes is de finale. In de calling-room, waar de atleten zich voor de start moeten verzamelen, merkt Cooman dat de anderen respect voor haar hebben. Vroeger was ze de jongste, nu is ze de meest ervaren atlete. Ze zit alleen, concentreert zich op de race. Ze wil lopen en winnen. Ze staat als eerste bij de trap naar boven. En opeens is daar de gedachte: “Ik ben de beste.” Ze heeft in het verleden verreweg de snelste tijd gelopen van alle finalisten: het inmiddels verbeterde wereldrecord van 7.00. En haar tegenstandsters kunnen ook niet harder. Leeftijd telt, maar 29 is niet oud voor een sprintster. Linford Christie is 33 jaar, Marlene Ottey 32.

Cooman loopt als eerste de baan op. Ze ziet niets van de chaos die daar heerst, ze heeft zich afgesloten. De zestigmeterbaan ligt centraal in de hal. Aan de rechterkant zijn ze aan het polsstokhoogspringen en hinkstapspringen, aan de linkerkant werpen de zevenkampers hun kogel. Tientallen officials met gele, rode en witte vlaggetjes proberen de groepjes atleten uit elkaar te houden.

Bij de startblokken doet ze haar trainingspak uit. Ze oefent de start eenmaal, voor ze zich in kleermakerszit op de grond neervlijt. Eén keer is genoeg. Tien jaar geleden wist ze nog niet wat ze met haar lichaam kon doen, nu wel. Het startpistool blijkt kapot, de microfoon van de starter doet het niet. Minuten verstrijken, waarin haar concurrentes zenuwachtig heen en weer dribbelen. Cooman zit stil. De vertraging is welkom. Het geeft haar tijd haar emoties nog verder omhoog te duwen.

Ze ziet dat het zand uit de springbak van de baan wordt geveegd. Ze hoort de tienduizend Franse toeschouwers juichen voor de Franse Girard, die in de baan naast Nelli moet lopen. “Jullie klappen voor haar, maar jullie zullen voor mij nog harder moeten klappen”, denkt ze.

Ze wint. Zoals vroeger. Haar start is niet eens optimaal. 0.179, terwijl een Bulgaarse 0.145 klokt. Maar ze vindt de efficiënte, rechte lijn. Ze loopt en hoeft niet naar links te kijken om te weten dat ze gewonnen heeft. De Française komt nog in de buurt. “Maar niet genoeg.”

De klok staat stil op 7.17, terwijl ze vroeger onder de 7.10 moest lopen voor een medaille. Tweede wordt de Duitse Paschke met 7.19, Girard eindigt als derde in dezelfde tijd. Op het EK ontbraken onder meer de geschorste Katrin Krabbe en de snelle Russin Privalova, die vorig jaar zilver won op het wereldkampioenschap. Het kan Cooman niet deren. “Dit was geen race tegen de tijd, maar een race om te winnen.”

Na haar zege maakt ze een ereronde, omhelst ze de Brit Colin Jackson, de ster van het kampioenschap met overwinningen op de 60 meter en de 60 meter horden. Cooman pakt de arm van Girard en deelt in het applaus van het publiek.

Ze is terug. En ze snakt al naar het buitenseizoen, waar de sprint veertig meter langer duurt. Deze zomer lonkt het EK in Helsinki, over twee jaar wil ze genieten van haar derde Olympische Spelen in Atlanta. “Doorgaan is het mooiste dat er is.”

    • Remmelt Otten