Spaanse monniken bereiken de populaire hitparade omdat niets anders meer helpt; Hemels Gregoriaans als middel tegen aardse stress

Canto Gregoriano, het monnikenkoor van het Benedictijner klooster van Santo Domingo de Silos, o.l.v. Ismael Fernández de la Cuesta en Francisco Lara. EMI, CMS 5 65217 2

Het lijkt een godswonder en zo zouden de benedictijner monniken van het Spaanse klooster Santo Domingo de Silos het waarschijnlijk ook beleven, als ze er niet zo veel hinder van ondervonden. Een door hen gezongen dubbel-cd met verstilde Gregoriaanse kerkgezangen staat al weken hoog genoteerd tussen de stampmuziek op de populaire hitparade. Gevolg: horden dagjesmensen die zich aan de zingende monniken komen vergapen en de rust van het kloosterleven verstoren.

Eerst schoot de cd in Spanje omhoog op de hitlijst, maar nu ook in Nederland waar de kloosterlingen in de tv-reclame worden aangeprezen als anti-stressmiddel. Na een kakofonie van hemeltergend lawaai hoort men hun rustgevend gezang en een stem die zegt: 'De Spaanse monniken, als niets meer helpt'.

De dubbel-cd Canto Gregoriano werd eind november door het Spaanse EMI Odéon in Madrid uitgebracht. Binnen drie maanden gingen er 300.000 over de toonbank, gemiddeld zo'n 5000 per dag. Volgens EMI is het een record voor klassieke muziek. Vooral in de kersttijd vlogen ze de deur uit. De cd is in februari over de hele wereld uitgebracht en vervolgt nu internationaal zijn triomftocht. EMI Music Holland meldt dat er in ons land, waar de monniken inmiddels de 15de plaats op de Album top 100 innemen, al 18.000 exemplaren zijn verkocht: goed voor een gouden plaat. Maar ook in landen als Italië (47.000), Duitsland (36.000) en Amerika (90.000) slaan de Spanjaarden aan.

Onderzoek in Spanje heeft aangetoond dat 60 procent van de kopers tussen de 16 en 25 jaar is. Volgens EMI pijnigen deskundigen zich de hersens over de vraag waarom met house en disco vergroeide jeugd zich plotseling en masse overgeeft aan eeuwenoude religieuze muziek. Men schrijft het vooral toe aan een groeiende behoefte aan rust en bezinning in het hectische, stressvolle bestaan van de jaren negentig, gepaard aan een romantisch verlangen naar het verleden en naar oude waarden.

De dubbel-cd kost ongeveer vijftig gulden en biedt meer dan anderhalf uur liturgische muziek met hoogtepunten uit de gezangen van het kerkelijk jaar, zoals het Puer natus est nobis, Veni creator spiritus, De profundis en Salve regina. De monniken zingen in de authentieke stijl met natuurlijke en mooie, opvallend jeugdige stemmen.

De muziek werd opgenomen in de neo-classicistische kloosterkerk, die in de 18de eeuw werd gebouwd op de resten van een oude Romaanse kerk en een uitstekende akoestiek heeft. Door de lichte nagalm waant men zich aanwezig in de kerk, een effect dat nog wordt verhoogd door de hoorbare ademhaling van de zangers. Volgens dirigent Ismael Fernandez de la Cuesta, hoogleraar aan het conservatorium van Madrid, hoefden de monniken nauwelijks te repeteren, omdat de meeste stukken tot hun dagelijkse routine horen.

Gregoriaans is in het Latijn gezongen, vroeg-middeleeuwse kerkmuziek, de officiële muziek van de Romeinse liturgie. Het ontleent zijn naam aan paus Gregorius de Grote (540-604), die de liturgie en de liturgische zang reorganiseerde. Aangenomen wordt echter dat het Gregoriaans pas veel later, lang na de dood van de kerkvorst, is ontstaan. De muziek werd genoteerd in een eigen, diatonische toonladder en was bestemd voor een koor. Kenmerkend is de eenstemmigheid (homofonie), het ontbreken van begeleiding en het vrije ritme.

Het Gregoriaans raakte door het oprukken van de meerstemmigheid (polyfonie) in de loop der tijden in onbruik, waarna in de 19de eeuw vooral de benedictijnen van de Franse abdij Solesmes, die gelieerd is aan het klooster in Silos, zich inspanden om het te behouden. Sinds in de jaren zestig van deze eeuw de rooms-katholieke kerk het Latijn verving door de eigen taal speelt het Gregoriaans in de liturgie weer een minder grote rol, maar in kloosters zoals in Silos, Solesmes en het Duitse Beuron houdt men deze traditie in ere.

Opmerkelijk aan het succes van Canto Gregoriano is niet alleen dat de cd als 'populaire' muziek wordt verkocht, maar ook dat het gaat om een heruitgave van al lang bestaande opnamen die nu plotseling bij een jong publiek aanslaan. De opnamen van de eerste cd dateren uit 1973, toen de Madrileense platenmaatschappij Hispavox de plaat Meesterwerken van de Gregoriaanse zang uitbracht. Daarna maakten de benedictijnen nog drie lp's in het begin van de jaren tachtig, waaruit nu voor de tweede cd een keuze is gemaakt. Van die oude opnamen samen werden in tien jaar 300.000 exemplaren verkocht.

Santo Domingo de Silos ligt op de Castiliaanse hoogvlakte, 60 kilometer ten zuidoosten van de stad Burgos. Het romaanse klooster dateert uit de elfde eeuw en is genoemd naar de heilige Dominicus, een monnik uit Navarra die er tegen het einde van de elfde eeuw een toevlucht zocht. In het klooster wonen nu zo'n 35 monniken. Zij mijden contact met de buitenwereld en vullen de dag voornamelijk met bidden en zingen. Hun onverwachte ster-status heeft hen volslagen overrompeld. Ineens komen er busladingen vol bezoekers op de kerkdiensten af. De cellen, waarin mannelijke niet-kloosterlingen kunnen overnachten, zijn al tot en met de zomer volgeboekt.

Ter gelegenheid van de internationale presentatie van de dubbel-cd gingen eind februari de kloosterdeuren bij uitzondering open voor journalisten en kregen de benedictijnen een invasie van microfoons en camera's te verduren. Als het aan de kloosterlingen ligt, blijft het daarbij. Abt Clemente Serna zegt dat zij gewoon zullen doorgaan met hun sobere levensstijl, zonder radio, tv, kranten of tijdschriften.

De opbrengst van de cd gaat volgens de abt naar armlastige nonnenkloosters en naar projecten in de Derde Wereld. Veel is dat misschien niet eens, omdat de royalties zijn gebaseerd op oude afspraken die destijds met Hispavox zijn gemaakt. De monniken zijn niet van plan buiten hun eigen kerk op te gaan treden. “Wij zingen omdat dat onze vorm van bidden is. Wie ons wil horen moet maar naar het klooster komen”, vindt de abt.

    • Gerda Telgenhof