Planbureau voorziet opleving van economie

DEN HAAG, 14 MAART. Het Centraal Planbureau voorziet voor 1994 en 1995 een sterke opleving van de economie. Door loonmatiging en een aantrekkende wereldhandel nemen produktie en winsten van het bedrijfsleven harder toe dan een aantal maanden geleden nog werd verwacht. Dit valt op te maken uit een concept van het centraal economisch plan, dat eind deze maand verschijnt.

Volgens de jongste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) neemt de wereldhandel in 1994 met 3,5 procent toe, na in 1993 nog met 1,8 procent te zijn gedaald. Voor 1995 wordt zelfs een stijging met 5,5 procent voorzien. De uitvoer van goederen neemt als gevolg hiervan navenant toe. De investeringen van het bedrijfsleven vertonen in 1995 eveneens een opmerkelijk herstel. Het CPB voorziet een stijging van de bruto investeringen (exclusief woningen) met 6 procent. Voor dit jaar wordt nog op een daling met 2,5 procent gerekend. In 1992 en 1993 namen de investeringen af met respectievelijk 0,5 en 5,5 procent.

Voor een belangrijk deel vloeit het winstherstel voort uit een gematigde loonontwikkeling. Voor het eerst in de jaren negentig blijven de lonen in 1994 achter bij de prijzen. De contractlonen in de marktsector stijgen dit jaar na verwachting met 2 procent, terwijl de prijzen met 2,75 procent oplopen. Ook voor 1995 wordt verwacht dat de lonen (1,5 procent) achterblijven bij de inflatie (2,25 procent). Bedrijven slagen er weer in hogere loonkosten door te berekenen in de prijzen van hun produkten. Daardoor verbetert de winstgevendheid. Dat komt ook tot uitdrukking in de arbeidsinkomensquote, een kengetal dat het CPB hanteert voor de winstgevendheid. Na drie jaar achtereen scherp te zijn opgelopen, daalt het aandeel van de arbeidsinkomens in het nationale inkomen dit jaar weer. Ook het lenen van geld, bijvoorbeeld voor investeringen, wordt goedkoper. Het CPB gaat voor zowel 1994 als 1995 uit van een rente op langlopende leningen van 6 procent. Vorig jaar bedroeg deze zogeheten lange rente nog 6,4 procent.

Het achterblijven van de lonen bij de prijzen leidt tot dalende koopkracht. Voor 1994 en 1995 stelt het CPB de modale werknemer (bruto 40.000 gulden per jaar) respectievelijk 0,5 en 0,75 procent minder koopkracht in het vooruitzicht. De aantrekkende economie leidt niet tot vermindering van de werkloosheid. Het aantal werkzoekenden zonder baan neemt in 1995 toe met tienduizend. Maar ook hier lijkt sprake te zijn van een kentering. Dit jaar bedraagt de stijging van het aantal werkzoekenden namelijk tachtigduizend.