Plan India 'te helpen' met jaarlijks zes miljoen ton mest

DEN HAAG, 14 MAART. Een algehele oplossing van het mestprobleem is het niet, maar het kan er wel een flinke bijdrage aan leveren: de export van zes miljoen ton mest per jaar naar India. Bovendien vergroot het de vruchtbaarheid van de aarde. Of het plan uitvoerbaar is, moet nog blijken. Het idee verkeert nog in het stadium van een haalbaarheidsonderzoek.

Bedenker van het project is H.P.R. Prins, directeur van Seaswan B.V. in Wassenaar. “Tijdens een reis door India zag ik dat de mensen daar mest op hun huis smeren en het gebruiken om te koken, terwijl ze op het land veel chemicaliën gebruiken. Ik vond dat een merkwaardige toestand.” De mest uit Nederland zal na behandeling en droging geschikt zijn voor de Indiase landbouw en naar verwachting geen negatieve effecten hebben.

Volgens werktuigbouwkundig ingenieur Prins levert het project, Envirodung genaamd, een bijdrage aan het “instandhouden van de vruchtbaarheid van de aarde”. Nederland exporteert veevoer naar de Derde Wereld en heeft een mestoverschot van zo'n zeventien miljoen ton per jaar. India gebruikt noodgedwongen steeds meer kunstmest en minder dierlijke mest. Daarbij komt dat in een aantal regio's in India volgens Prins een tekort aan organisch materiaal bestaat waardoor een “onacceptabele erosie” in de landbouw optreedt. Prins, die al anderhalf jaar aan het project werkt, hoopt een bedrijf in India bereid te vinden dat als partner kan optreden.

In Nederland zou overtollige mest moeten worden verzameld in drijvende depots langs de Maas en de Rijn. Met schepen gaat het vervolgens naar de Maasvlakte, waar de mest in tanks wordt opgeslagen. In die tanks wordt de mest van biogas ontdaan. Olietankers die anders leeg teruggaan naar het de Arabische Golf, nemen de mest vervolgens mee naar India. Op zijn vroegst zou het plan over vier tot vijf jaar realiteit kunnen zijn.

Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij is nog niet enthousiast over het plan, maar veegt het evenmin als een onmogelijke optie van tafel. Het departement stelde een 'bescheiden bedrag' beschikbaar voor een pre-haalbaarheidsonderzoek, zoals een woordvoerder van het departement het noemt. Prins zoekt nu een antwoord op twee vragen: welke milieu-aspecten zitten er voor India aan vast en is het economisch gezien een alternatief voor de huidige wijze van mestverwerking.

Het Landbouwschap ziet wel wat in het plan, al zijn er vraagtekens bij de financiële haalbaarheid. “We halen veel veevoer uit Azië en dan zou het mooi zijn als de mineralen die er in zitten weer via mestexport terug kunnen. Dan is er sprake van een soort kringloop”, zegt een woordvoerder van het Landbouwschap. Bovendien kan het hier gunstig uitpakken voor het milieu. Anderzijds leert de praktijk dat het slepen met natte mest vrij duur is.” Dat is in Nederland al het geval. Zo wordt kalvermest dat vanuit de Gelderse Vallei naar het mestarme noorden van het land wordt getransporteerd eerst ingedikt. Het is te duur om het kalvergier in zijn oorspronkelijke natte vorm naar het noorden te brengen. Prins wil de mest bewust nat laten transporteren om het vervolgens in een woestijngebied in de zon te drogen. Dat heeft voor het milieu het voordeel dat er geen fossiele energie voor mestdroging gebruikt hoeft te worden. De Vereniging Milieudefensie vindt “al dat gesleep met veevoer en mest” uit milieu-oogpunt allerminst aantrekkelijk. Het Nederlandse mestprobleem moet in Nederland worden opgelost, vindt de vereniging.

In India lijkt er weinig enthousiasme voor de grootschalige mestimport. Eén van de grootste kranten in het land, de Times of India, schreef dat het gaat om chemisch verontreinigde mest die Nederland wil dumpen. Anderen in India wijzen erop dat er in het land genoeg koeien rondlopen en dat de mest die dat oplevert door de plaatselijke bevolking voor verschillende doeleinden wordt gebruikt. En als er zonodig mest moet worden ingevoerd, kan dat van dichterbij, uit het buurland Pakistan. Aan de afhoudende reactie ligt bij sommige groeperingen bovendien een ingebakken scepsis ten grondslag tegen alles wat uit het Westen komt. Prins vindt de term 'dumping' niet van toepassing op zijn plan, omdat daarvan de suggestie uitgaat dat het ontvangende land met een probleem wordt opgezadeld. De Indiase zorgen vindt Prins gerechtvaardigd, omdat in het verleden in de Derde Wereld verschillende keren is geprobeerd om Westers afval te dumpen.

In de jaren tachtig liepen plannen om Nederlandse mest naar het Midden-Oosten te exporteren op niets uit. In de islamitische landen, waar het eten van varkensvlees taboe is, is men namelijk niet zo happig op varkensmest. In India is dat een probleem in de marge. Daar hangt 'slechts' elf procent van de bevolking van 850 miljoen inwoners de islamitische godsdienst aan.

    • Ward op den Brouw