Nieuw theater en kunstencentrum in Utrecht

Nederland heeft er een kunsten- en ontmoetingscentrum bij: minister d'Ancona opende zaterdag de Utrechtse School, een initiatief van het Festival a/d Werf in Utrecht.

“Kijk uit als je naar binnen gaat! Ze zijn de gevel aan het reinigen met bijtend spul!” Druk gesticulerend staat Petra Blok voor de ingang van de Utrechtse School, een instituut dat zij samen met vier anderen leidt. Daags voor de officiële opening wordt er aan de Boorstraat 107 in Utrecht nog volop gereinigd, gesjouwd en getimmerd. Vrachtwagens met bouwmateriaal rijden af en aan. “Voor een theater heeft het grote voordelen om niet in de binnenstad te zitten. In dit stille straatje aan het spoor kunnen de decorwagens ongestoord laden en lossen.”

Makers van eigentijds theater, nieuwe muziek en beeldende kunst zullen in de Utrechtse School terecht kunnen voor zowel de produktie als de presentatie van hun werk. Er zullen debatten en lezingen worden geïnitieerd en er komt een politiek café. Petra Blok leidt ons rond door de uit 1896 daterende voormalige gemeenteschool. Mooie details, zoals het gewelfde plafond in de foyer, springen onmiddellijk in het oog. Ook van hout en gecomponeerd in hetzelfde curieuze spinneweb-patroon is het plafond van de intieme koepelzaal, die een panoramisch uitzicht op de stad biedt. De grote zaal op de begane grond is hoog en helder wit en voorzien van tweehonderd prachtige stoelen, afkomstig uit de Westerkerk.

Twee jaar geleden nam het Festival a/d Werf, dat jaarlijks op verschillende Utrechtse locaties nieuw kleinschalig theater onder de aandacht brengt, zijn intrek in het schooltje aan de Boorstraat. Al snel zette men een eigen theaterwerkplaats op. “Het feit”, zegt Petra Blok, “dat wij onze produkties voor langere tijd in eigen huis kunnen presenteren, onderscheidt ons van andere werkplaatsen. Kunstenaars die in het Festival stonden, krijgen nu de kans een eigen publiek op te bouwen. De Utrechtse School moet een premièretheater worden. Inhoudelijk onderscheiden we ons omdat we niet voor één discipline kiezen. Bij ons is er ruimte voor dans, beweging en muziektheater.”

Petra Blok en Marijn van der Jagt, samen verantwoordelijk voor de theaterprogrammering, plukken het door hen gekoesterde jonge talent vooral van de mimeopleidingen. “We hebben immers geen acteurs nodig, maar makers.” Kwaliteit staat volgens Petra Blok gelijk aan persoonlijke moed. “Engagement is misschien het verkeerde woord, maar een voorstelling moet ergens over gaan, en dan hebben we liever een zeer persoonlijk standpunt dan een uitgebreid theoretisch concept.” De danseres Gonnie Heggen voldoet volgens Blok aan die criteria. “Zij gaat steeds van een simpel gegeven uit, dikwijls iets uit de volkscultuur. Haar volgende voorstelling gaat over het Limburgse carnaval, en over de eenling die zich in zo'n optocht weet af te zonderen.” Andere lieden die Petra Blok om hun eigenzinnigheid waardeert zijn bijvoorbeeld de 28-jarige Jeroen van den Berg, wiens door hemzelf geschreven en geregisseerde muziektheaterproduktie One for the Millions de afgelopen weken in de Boorstraat te zien was, en Paul Feld met Growing up in public, het huistheatergezelschap van de Utrechtse School.

Met de reeks Witte Concerten, die vroeger in het Muziekcentrum Vredenburg gehouden werden, zal de Stichting Gaudeamus een belangrijk deel van het muziekprogramma voor haar rekening nemen. Ook nieuwe muziek, waarvoor de koepelzaal geschikt is, komt aan bod, met ondermeer in april een optreden van Ben Neill ('mutantrumpet') en Nicolas Collins (trombone) uit New York.

    • Anneriek de Jong