Negatieve stemming laat obligatiemarkt niet los

ROTTERDAM, 14 MAART. De afgelopen week konden de obligatiemarkten de volatiliteit van de laatste tijd nog niet van zich afschudden. Alle nieuwe economische cijfers in Amerika worden aangegrepen om meer inzicht te krijgen of de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, binnenkort over zal gaan tot verdere verhoging van de rente. De Bundesbank daarentegen blijft vast houden aan zeer kleine stappen in het proces van renteverlagingen.

De ogen van Europese beleggers zijn nog steeds sterk op Amerika gericht. Op de Europese obligatiemarkten wisselden stijgingen en dalingen elkaar af, maar per saldo sloten de meeste markten de week met een klein verlies af. Ook de Amerikaanse rente liep verder op. De dollar kon in alle onzekerheid geen richting bepalen en moest aan het eind van de week alsnog een flinke veer laten.

Amerikaanse obligatiemarkt. Amerikaanse beleggers zoeken nog steeds aanknopingspunten om meer inzicht te krijgen of de Fed vervolg zal geven aan de renteverhoging van begin februari. Vorige week vrijdag werden er werkgelegenheidscijfers bekend gemaakt, die beter uitvielen dan verwacht. De werkgelegenheid steeg met 217.000 banen tegen een verwachting van slechts 125.000 en de werkloosheid daalde van 6,7 tot 6,5 procent. Vrijdag werd een stijging van de detailhandelsverkopen van 1,5 procent bekend tegenover een verwachting van slechts 0,4. Er komen dus steeds meer signalen dat de Amerikaanse economie op de goede weg is.

Ook minister van Financiën Bentsen voorspelde een langdurig aanhoudende groei voor de rest van het huidige decennium. Beleggers zien wel in dat dit op termijn tot een hogere inflatie en dus hogere rente zal leiden, maar voor de korte termijn heerst er nog veel onzekerheid over de vraag wanneer en hoeveel de FED de rente zal verhogen. De Amerikaanse 10-jaars rente steeg per saldo 8 basispunten tot een niveau van 6,45 procent.

Europese markten. Op de Europese markten heerste een tegenovergestelde vorm van onzekerheid; wanneer en hoeveel zal de Bundesbank de rente verlagen? Een week geleden werd al een M3 groei-cijfer van 20,6 procent bekend gemaakt, een cijfer ver buiten de doelstelling van 4 tot 6% van de Bundesbank. Zij gaf zelf al aan dat dit cijfer verstoord was door allerlei incidentele factoren en dat M3 niet langer als kompas zou dienen voor renteverlagingen. Positief was het principe-accoord dat werd bereikt in de metaalsector. Met dit accoord werden de dreigende stakingen van deze belangrijke sector afgewend. Het accoord behelste een loonsverhoging van 2 procent in juli, maar door reducties van gratificaties is er in feite geen sprake van een stijging van de nominale lonen. Ook in de overheidssector werd vrijdag een loonstijging van 2 procent in juli overeengekomen. De Bundesbank hecht veel waarde aan de ontwikkeling van de lonen en er werd dan ook een positief signaal verwacht bij de vaststelling van het nieuwe Repo tarief. Echter, de opnieuw via het tendersysteem vast gestelde Repo viel slechts 3 basispunten lager uit en kwam daarmee op 5,94 procent. Uit de geldmarktfutures is af te lezen dat de markt een stuk somberder is, wat betreft het tempo van renteverlaging. De verwachte 3-maands rente voor december 1994, die is af te lezen uit het december futurecontract, is de afgelopen twee maanden zo'n 80 basispunten opgelopen.

De Nederlandse 10-jaars benchmark lening sloot de afgelopen week met een verlies van 4 basispunten af en eindigde de week daarmee op 6,24 procent. Ten opzichte van de Duitse evenknie bevindt de Nederlandse benchmark zich nu 7 basispunten lager. De Nederlandse 30-jaars lening had te lijden van de bekendmaking van de heropening van deze lening. Op 17 maart staat de inschrijving open volgens het tendersysteem.

Dollar. Voor de dollar leek het plaatje er ideaal uit te zien. Vooruitzichten van stijgende rentes in de VS en dalende rentes in Europa moesten de greenback verder omhoog stuwen. Echter, daarvan was de afgelopen week zeer weinig te merken. Het tegenvallende tempo van de Duitse renteverlaging, de onzekere beweging van de yen in verband met de Japans-Amerikaanse handelsverhouding en de gedaalde belangstelling van buitenlandse beleggers in verband met de daling van de aandelen- en obligatiemarkten veroorzaken al een tijdje een richtingloze beweging van de greenback. Speculatie omtrent de mogelijke betrokkenheid van de president bij de Whitewater-affaire veroorzaakte uiteindelijk een flinke duikeling van de dollar. De munt sloot de week bijna 4 cent lager op 1,89 gulden.

Bron: Institute for Research and Investment Services, JointVenture Rabobank/Robeco Groep