Martine Dupuy is een aangrijpende Romeo in goede Bellini-opera

Concert: V. Bellini: I Capuleti e i Montecchi door het Radio Kamer Orkest en het Groot Omroepkoor o.l.v. Albert Zedda m.m.v. Christine Barbaux, Martine Dupuy, Robert Chafin, Roberto Scaltriti en Enrico Fissore. Gehoord: 12/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 18/3 20.02 uur Vara Radio 4.

Twee tenoren zeiden af voor Rossini's Elisabetta en hen op het zelfde kwalitatieve niveau vervangen bleek onmogelijk - op dit vakgebied heerst al jarenlang recessie. Daarom besloot de Vara tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag een opera uit te voeren die wèl goed te bezetten was: Bellini's I Capuleti e i Montecchi, het verhaal van Romeo en Julia dus, maar genoemd naar hun beider families.

Ook deze opera stelt kwalitatief zijn eisen in ons land. Tijdens het Holland Festival 1966 werd die geënsceneerd uitgevoerd met het Residentie Orkest onder leiding van de jonge Claudio Abbado. De rol van Tebaldo werd gezongen door de jonge Luciano Pavarotti en de unieke Nederlandse radio-opname werd door het Italiaanse label Melodram op cd gezet (MEL 27001).

De virtuoze rol van Romeo (oorspronkelijk geschreven voor een mezzo) werd destijds gezongen door de prachtige Spaanse tenor Giacomo Aragall. Nu werd die - zoals het hoort - vertolkt door de Franse mezzo Martine Dupuy, die de rol al vele malen heeft gezongen, ook in ons land bij een concertante uitvoering door de Brusselse Opera onder leiding van de inmiddels overleden John Pritchard. Als men zich Romeo voorstelt als een extraverte, overmoedige jongeling, dan overtrof Dupuy - in wit broekpak - met haar van hoog tot laag zeer krachtig en emotioneel en beweeglijk uitwaaierende stem de toch imponerende en intense Aragall zeker nog in gevoeligheid, dramatiek en vocaal spektakel. Met haar aangrijpende vertolking werd ze de grote, luid toegejuichte ster van de middag.

Christine Barbaux liet als Julia eveneens prachtige en spectaculaire dingen horen, vooral ook in de duetten met Dupuy waarin hun timbres fraai harmonieerden. Maar ze kon met haar soms watte metalige en onbuigzame geluid niet op tegen Margherita Rinaldi die bij Abbado zong. En voor de verdienstelijke tenor Robert Chafin ligt geen carrière zoals die van Pavarotti in het verschiet. Roberto Scaltriti bleek als Lorenzo een prachtig genuanceerde bas en Enrico Fissore stond als Capellio, de barse vader van Julia, overtuigend te bullebakken.

Alberto Zedda, in het Muziektheater nu de dirigent van Rossini's Barbier, kwam in deze contrastrijke Bellini tot een veel grotere dynamiek en monumentaliteit. Al was het ruzierumoer van de familie's niet altijd zo perfect georganiseerd als Bellini's lange melodielijnen, effectief was het wel.

Het komende concertante operaseizoen van de Matinee op de Vrije Zaterdag brengt Lodoiska van Cherubini o.l.v. Frans Brüggen met Barbaux in de titelrol; Beethovens Leonore - de eerste versie van Fidelio - o.l.v. Arnold ›stman; Kasjtsjei van Rimski-Korsakov door de Kirov Opera uit St. Petersburg o.l.v. Valery Gergjev; Semiramide van Rossini o.l.v. Ion Marin met Nelly Miricioiu en I Puritani van Bellini o.l.v. Jan Latham-Koenig met o.a. Luba Orgonasova.

    • Kasper Jansen